Omvangrijk

Ik ben moe. Het is dan ook al avond. Bijna middernacht. ’t Is deadline week Knokke Actueel. Ik zet dan graag een tandje bij. Vooral omdat ik vrijdag niet werk ook. En vooral omdat ik morgenvoormiddag mee met opa zijn nieuw gips ga halen en dus een halve werkdag zal verliezen. Die heb ik bij deze vanavond dus al ingehaald. En vrijdag zal ik zondag wel inhalen.

Voor ik nu afsluit toch nog een klein woordje over de gipsvlucht.

Het was dus knetter hé. Ik ben langer onderweg geweest van Knokke naar Brussel dan van Brussel naar Grenoble. Ik heb genoten van het zicht over de bergen. Van het vliegtuigeten. Dat voor ene keer weer goed was zoals in den ouwen tijd toen je nog gesoigneerd werd op een vliegtuig. (maar wellicht ook meer betaalde, maar nu heb ik niet moeten betalen, meer zelfs ik werd betaald, (niet voor de vlucht, voor mijn tekst hé) wat een absurde manier om mijn brood te verdienen).

Champagne please, vroeg ’t hostesstje. Ik …euh..no thanks.

Als ik aan het reporteren ben in ’t casino de zaterdagavond doe ik daar wel aan mee. Maar de zaterdagmorgen nog voor ik aan mijn werk was begonnen. Er zijn grenzen aan mijn decadentie.

Neen, neen, ik ben er meteen ingevlogen, op ’t vliegtuig en heb de dokter van dienst geïnterviewd over vanalles wat met gips te maken zou kunnen hebben, maar als je zo de foto van de Europe Assistence fotograaf bekijkt die mij in actie heeft getrokken, lijkt het wel of we iets helemaal anders van plan waren. Ik neem wel heel veel foto in beslag. En hij heeft veel hand. Dit terzijde. Ik dacht bij het begin van de vlucht, ik zal nu maar een keer met de dokter babbelen want straks steken de cameraploegen hun camera aan en dan heb je als garnaaltje niets meer te zeggen.

Alhoewel, er zijn er vansoorten.

Eens in Grenoble ben ik mee met de aasgieren op de eerste ambulance gevlogen die tot aan het vliegtuig werd gereden. Klik, klik, klik. Er lag een jongen van de leeftijd à la Stanny die wat te schurdig had geskied en nu een gebroken wervel had.

Wat vind je er hier van, zei de Europe Assistence man kort daarop. (Niet de dien van de foto, een anderen.) Ik voel mij een heel slecht soort journalist, antwoordde ik hem naar alle waarheid.

Je moet het educatieve ervan inzien, zei hij. Na de krokus gaan er nog veel mensen skiën. Dit is sensibiliseren. (sensibiliseren is ook commercieel interessant maar daar hoef je mij niet meer voor te motiveren, ik ben van principe dat je niet verzekerd genoeg kan zijn, ik heb  zelf een gescheurde ski-kruisband gehad) Bovendien hadden de patiënten met een blauw lintje toestemming gegeven om gefotografeerd te worden. De roodjes heeft iedereen volgens afspraak gerust gelaten.

Ik heb dus dan nog wat meer klik klik gedaan maar ik heb toen mijn strategie veranderd. Terwijl de aasgieren vlogen op de volgende ambulance ben ik binnen in het vliegtuig gestapt. En heb er op mijn alle gemak met de patiënten gebabbeld die er al in lagen. En ik ben gaan babbelen met de mens die ik op een ander moment zo onrespectloos was gaan fotograferen terwijl hij van den enen brancard op de andere werd getild. We hebben nog hartelijk gelachen.

Bang?

Twee arbeiders omgekomen op hun werk in de haven van Antwerpen.

’t Is altijd even slikken als we zo’n nieuws krijgen.

Als vrouw van ‘een dokker’. In Zeebrugge weliswaar. Maar ook hier.

We waren nog maar pas goed en wel samen, Den Braven en ik, toen hij de eerste keer thuis kwam met het nieuws dat een van zijn collega’s onder een container was gestorven.

***

Ben je bang, vragen mensen andere mensen soms. 

Ik citeer dan altijd Cedric, mijn favoriete basejumper.

“Als je niet bang bent, ga je dood.”

Over werk en gezin en de combinatie van beide, nog maar eens…

Gisteren afgeklopt op 332 hits op mijn bescheiden websitetje, en een gemiddelde van 58 views per 2 uur. De sociologe in mij houdt van statistieken.

Vandaag alweer opnieuw geïnspireerd. Een nieuwe discussie woedt immers al weer in de gazetten. Deze keer gaat het om de combinatie werk en gezin. Een eeuwenoude discussie zal ik hem niet noemen, maar toch eentje die al een tijdje mee gaat.

Het is namelijk niet zo vanzelfsprekend, vooral als vrouw niet, om die twee te combineren. Wars van alle feminisme is daar één verklaring voor: het zijn wij vrouwen die negen maanden zwanger zijn, die het kind baren en het met onze zelfgeproduceerde melk zogen. Nu mag je als vrouw zoveel op de barricaden staan roepen en tieren en gillen en hysterisch doen als je wilt…de natuur overstijgt ons in zijn kracht in vele vormen en facetten.

Ik vind stellingen, wetten en verplichtingen om zoveel vrouwen in topfuncties te installeren of zoveel vrouwen op een verkiezingslijst te zetten, dan ook dikke zever en quatsch in zakjes. De ene vrouw kan het, de andere niet.

Naast het baringsfenomeen zijn er, nog altijd volgens mijn bescheiden kriebelmening, nog andere doorslaggevende facetten in het al dan niet kunnen combineren van topcarrière en gezin.

Vooreerst is er nog een biologische factor. Ik heb gemerkt, in de vele interviews met vele verschillende mensen die ik de voorbije jaren al heb mogen houden, dat vele mensen in topfuncties, hetzij man, hetzij vrouw, weinig slaap nodig hebben. Meer zelfs. Vele van die enkel tussen 1am en 5am slapende topmanagers (die dan tussenin soms ook nog trainen voor een ironman) zijn adhd’ers die hun overtollige energie op positieve wijze hebben gekanaliseerd in lucratieve activiteiten zoals werk en sport en kinderen. (Kinderen ja…wat die topfunctievrouwen hebben niet één of twee kinderen, maar vier of vijf.)

Daarnaast is er de familiale factor. Ikzelve heb tijdens mijn zogende periode een radicale break genomen. Alles stil gelegd en thuisgebleven voor de kinderen. En believe me, dat was geen keuze. Alle kinderopvang in deze wereld ten spijt, is het zo goed als onmogelijk om uit te gaan werken als je daarbij 100% afhankelijk bent van crèches. Wat vele beginnende ouders, en zeker de domme bommoeders, niet weten of toch niet beseffen is dat een klein kind de beginnende jaren om de haverklap ziek is. En dat van de eerste koorts opstoot je dit kind niet meer naar een crèche moet brengen. Ik had tijdens mijn zogende periode geen moeder en schoonmoeder om hulp aan te vragen. We zijn blij geweest met elke vorm van opvang die we toen hebben gekregen, maar er was geen structurele hulp.  Wie dat wel heeft, beseft niet hoe gelukkig zij is.

Tot slot…is er ook het geld. Het zijn niet de topvrouwen in topfuncties met een vetbetaalde job en een au-pair of andere vorm van hulp in huis die het het lastigste hebben. Het zijn de simpele tweeverdieners die moeten wroeten en scharten om rond alle rekeningen betaald te krijgen. Dat ik mijn break heb kunnen nemen zoveel jaar terug, was alleen mogelijk omdat we toen een serieuze stap achteruit hebben willen doen. Allebei.

***

Vandaag…wat een luxe. Ik ben er op onwaarschijnlijke wijze in geslaagd een thuisjob uit te bouwen die me veel op de baan brengt, maar die me alle praktische zaken thuis kan laten afhandelen, zoals nu. Thuis aan het schrijven in mijn living, terwijl er nog eentje ligt te slapen, en eentje relax voor de ochtendtv zit te gapen. Straks een interview maar ze zijn al groot genoeg om een uurtje alleen thuis te blijven. Meer nog, ze doen niet liever. Ik heb nog altijd geen moeder en schoonmoeder, maar ik heb wel mijn Braven die sinds een paar jaar enkel nog vroeges en lates doet (in tegenstelling tot alle uren van de dag en de nacht in de pamperperiodes) en daardoor veel thuis is, graag thuis is en dan nog eens graag boven de kookpotten staat ook. Het evenwicht werk en gezin is gevonden. Al is het soms nog eens moeilijk natuurlijk, maar waar en bij wie niet?

 

ps. Vandaag thuis aan de computer. Morgen heen en terug naar Grenoble!

Pipi-kaka strand

Ik citeer uit het Nieuwsblad van 21 feb geplukt van internet.

KNOKKE-HEIST – Onbekenden verzetten zich in Knokke tegen de uitspraken van burgemeester Leopold Lippens.

Op verschillende plaatsen in de badstad werden bordjes geplaatst die verwijzen naar de uitspraken van de Knokse burgemeester. Ze pikken het niet dat de honden niet meer mogen plassen op het strand. Ze vragen zich af of de high society ook de paardenpis op het strand zal moeten opruimen.

Nu men wete dat men niet altijd moet geloven wat het Nieuwsblad en andere gazetten schrijven. Waarmee ik wille zeggen kritisch te blijven in wat u leze. Maar hier toch mijnen reactie.

Ten eerste. De burgemeester heeft niet gezegd dat honden niet meer mogen plassen op het strand. Ik was erbij toen hij zijn zandopraapgedachte met mij en andere persmensen deeldigde. Hij heeft niet gezegd dat honden niet meer mogen plassen in het zand. Hij heeft wel gezegd dat hij niet wil hebben dat deze zomer kinderkes in hondenpis zitten te scheppen.

Ten eersteneneenhalf. Leopold Lippens is burgemeester van Knokke-Heist.

Ten tweede. De kortzichtige mensen die zich afvragen zich af of ‘de high society ook de paardenpis op het strand zal moeten opruimen’ wil ik bij deze de boodschap meegeven dat niet alle ruiters – en zeker niet mijn braven die op dit eigenste ogenblik met ons eigen paard op ons strand aan het rijden is – high society zijn. Alhoewel er wel wat high society te paarde over het strange galoppeert is het zeker geen elitesport (meer). Zeker niet als je je beperkt tot het huren van een paard en als je de gangbare prijzen vergelijkt met, ik zeg maar iets, het watersporten.

Ten derde wil ik diezelfde kortzichtige mensen de elementaire wijsheid meegeven dat een paard zelden of nooit op het strand zal pissen om het zo te zeggen. Een paard dat moet plassen moet zich daarvoor in een zeer kwetsbare stilstaande spreidstand zetten, iets wat al galoperend zeer moeilijk mogelijk is.

Soit…blijft natuurlijk nog de kaka…

Wat er ook van zij. Uitwerpselen zijn vies. En de burgemeester wil een proper Knokke-Heist. Na twee nachten en drie dagen vuil Parijs, ben ik blij met mijn proper Knokke-Heist.(Hierbij rekening houdende dat het net carnaval geweest is in Heist…)

ps. Onbekenden…lafaards! Als je protesteert, protesteer dan met je mond open en je gezicht in de gazette!

Het is veel properder in Knokke-(Heist?) dan in Parijs

Man, man, dat is toch wat hé met vrouwen. Ik veralgemeen omdat ik weet dat het een verschijnsel is dat niet alleen bij mezelf merkbaar is maar ook bij anderen: elke keer ik op reis vertrek, als is het maar voor twee nachten, is het net alsof ik nooit meer terug kom, en heb ik de onweerstaanbare drang om mijn huis in onberispelijke staat te verlaten, opdat men postuum geen opmerkingen over mijn slordigheid meer zou uiten. Om maar te zeggen dat ik zaterdag na mijn tien teksten en twee valiezen die ik nog moest maken, ook nog tien wasmachines heb laten draaien (eerlijkheidshalve moet ik er hier aan toevoegen dat het er wat minder waren) en dat ik ook nog heel mijn badkamer heb gekuist en mijn living en mijn keuken heb gedweild. Het voordeel is, is dat ik gisterenavond bij thuiskomst in een proper huisje terecht kwam. En dat ik ook niet veel was heb, vermits we maar twee dagen weggeweest zijn, en vermits we op hotel hebben gelogeerd, in tegenstelling tot ons campinggedoe, hebben we geen vuil handdoeken en lakens of slaapzakken mee terug naar huis gebracht. Het was een heel onderneming, drie dagen, twee nachten Parijs met niet alleen den Braven en de twee kinderen, maar ook met opa die nog altijd met zijn gebroken voet in het gips zit. Het was vermoeiend en intensief mede omdat de wachtrij naar de ingang van de Eifeltoren twee uur lang was en me and my kids ook nog wilden shoppen. En omdat er zoveel te zien is in Parijs en omdat alles er zo ver uiteen ligt en omdat we zoveel mogelijk metro wilden vermijden om opa te sparen. Het was dus een heel onderneming. Maar het is gelukt. Immers als je kinderen zeggen op de Thalys op weg terug naar huis dat ze het jammer vinden dat het al gedaan is, en dat ze volgende keer zeker binnen willen in het Louvre, dan ben je goed bezig, vind ik. Ik ben zo blij dat mijn kinderen het reisgevoel voelen. Weet je wel… Mijn reisgezelschap heeft het me nochtans niet echt makkelijk gemaakt hoor. Er zijn stressmomenten geweest. In Brussel Zuid bijvoorbeeld. Toen opa moest zijn spuitje geven en ik wou dat hij daarvoor naar ’t toilet ging, en hij er op stond zijn spuitje te geven midden in het stationsgelag. Discretie…staat niet echt in opa’s woordenboek en wie hem kent, zal het beamen. Hij doet toch alleen maar zijn eigen gedacht. En daarbij. Wie ben ik om naar te luisteren? Ook in station Brussel, nog niet eens halfweg tussen Knokke en Parijs, vonden ook mijn kinderen het nodig om mijn grenzen af te tasten, door kauwgum te kopen. Het gesmek en bijhorende kwijl, veroorzaakt door het kauwgommen, het open en dicht gaan van de mond met daarin een stukje elastiek dat je in de verte ziet en hoort bewegen, wat het kauwgommen is. Ik vind dat walgelijk. Ik beperk dan ook mijn kauwgomgebruik tot de periodes van het stijgen en het dalen in een vliegtuig om mijn oren wat te ontlasten. Ik weet niet of dat een volkswijsheid is of niet, maar ik doe het. Mijn kinderen weten dat er niet gekauwgomd wordt in mijn aanwezigheid. Wat ze daarbuiten doen, dat trek ik mij wat hun kauwgomgebruik betreft niet aan. Een mens moet zich geen zorgen maken om dingen waar hij zich geen zorgen om hoeft te maken. Maar dus. In mijn aanwezigheid wordt er niet gekauwgomd. Wat doen die twee in Brussel Zuid terwijl ze opa vergezellen op sigarettenjacht. Jawel…kauwgom kopen. Wie ben ik om naar te luisteren? Ja, ja…ik heb al heel rap tijdens mijn reis naar Parijs de controle moeten loslaten. Moeten aanvaarden dat mijn dominant gedrag zich niet ten allen tijde wereldwijd kan manifesteren. En eens ik dat door had, ging het al een stuk beter. Ik had daarnet nog een interview met een boeiende mens (jawel, ik ben al weer aan ’t werk). En ik citeert uit het interview dat zondag in De Zondag zal verschijnen: als je de wereld niet naar je hand kan zetten, moet je het koppie veranderen, zodat je stress verdwijnt en je hersenen terug in evenwicht kunnen komen. Ik heb deze wetenschappelijke stelling zondag bij vertrek naar Parijs spontaan ontdekt en mezelf bijgevolg een evenwichtig uitje Parijs gegund. Ik heb onderweg nog een paar valkuilen moeten ontwijken. Ik heb me niet geërgerd aan het haar in mijn badkamer. (Op hotel gaan voor mij is telkens weer een bevestiging van mijn kampeerliefde.) Ik heb geprobeerd van me niet te ergeren aan mijn braven die flessen vittel van 6euro bestelde aan tafel in plaats van het met het gratis kraantjeswater die ze in Frankrijk serveren te doen. Ik heb me niet boos gemaakt op de taxichauffeur die ons dubbel tarief aanrekende pour la 5ième personnes en les bagages. Ik heb me boosheid rap terug ingetrokken in Lafayette toen ik nergens de beloofde 10% korting kreeg. Miljaar wat ben ik toch een moeilijk mens. Ik heb me wel afgevraagd of ik de enige ben die de Eifeltoren maar een oud lelijk ijzeren versleten ding vind? (We mochten niet op de top wegens grand panne, en de lift naar ’t tweede krakte en piepte aan alle kanten.) Soit…topmomenten? Boottochtje op de Seine. De gids die het ook in het Engels deed. De th, zalig om naar te luisteren. Abercrombie met de dochter. Half uur staan aanschuiven eerst but who cares? ’t Is een hype but who cares? Het is gewoon fantastisch om een dochter te hebben en met haar te shoppen in Abercrombie terwijl de jongens buiten 20 euro betalen voor 2 koffies en een sprite. Au Champs Elysées… De ontdekking van het Louvre en omgeving, de Tuilleries, de Champs Elysées, place de la Concorde…het schone van Parijs. De Quiche Lorraine met het glaasje wit in de Café du Pont Neuf. Simple good life. Kijk. Als ik mag kiezen tussen London en Parijs. London, no doubt. Het Parijs van vandaag heeft mijn hart niet gestolen. Ik heb graffiti gezien in elke straat op bijna elk niet-historisch gebouw. En de straten lagen bevuild met sigarettenpeuken. De hondenuitwerpselen in de straat van het hotel lagen er gisteren en vandaag waarschijnlijk nog altijd. Ik vond het er vreselijk vuil. In tegenstelling tot in London en New York heb ik me wel eventjes wel onveilig gevoeld. (Toen Stanny in de metro per ongeluk tegen een jongegast duwde op de loltrap. Stanny, zei ik, was je nu iets groter geweest, dan had je nu een pak slaag gekregen. (van die gast) Ben ik blij dat ik nog klein ben, zei hij. Kleine zoon stond voor het eerst oog in oog met agressie. Ik heb me nog nooit zo rap verontschuldigd en gelukkig was ’t snel voorbij.) Soit. Als ik moet kiezen London dus. Maar reizen, hoe dichtbij ook, doet verrijken. Het is door naar Parijs te gaan, dat ik nu vandaag nog meer de properteit van mijn badstadje apprecieer. Al schijnt het, zou ik vandaag beter niet naar Heist gaan kijken…

This is Paris calling

Het onmogelijke is gebeurd…gisteren al bij al toch nog carnavalkostuumpkes uitgehaald om te gaan carnavallen in de manege.
Vandaag…carnavalkostuumpkes veilig terug opgeborgen.
Een ongelooflijk groot aantal letterkes geschreven ook.
En nu ga ik valiezen pakken.
Paris is calling…

Als ’t lukt hier onder fotolink naar de prijsuitreiking van de carnavalwedstrijd die de kleuterkes van Ramskapelle gewonnen hebben. Zij vonden het héél plezant om de prijzen in ontvangst te mogen nemen …op café.