…een trein vergeef je veel.

Mijn Kriebel uit de Streekkrant w11/2015.

 

“Een trein vergeef je veel,” schrijft Dimitri Verhulst in zijn Helaasheid der Dingen. “Omdat het een trein is. In tegenstelling tot een auto rijdt hij langs de achterkant van de wereld. De geklasseerde huizen van de stationsbuurt blijken halve krotten te zijn. Maar die puinhoop krijg je pas te zien vanaf het spoor. Er is géén voertuig dat je een eerlijkere indruk geeft van het land, dan de trein.” Een trein vergeef je veel. Dat hij te laat rijdt of niet. Dat zijn bestuurders snel rijden of traag, nors zijn of vriendelijk. Staken of pauzeren op het moment dat je gehaast bent. Dat de restjes uit het colablikje van de vorige zitbankbezoeker dat half uit de vuilbak hangt op je nieuwe schoenen druppen. Of de restanten van chips aan de restanten van je kleren kleven. Ik vergeef want ik heb altijd al graag met de trein gereisd. De tijd die ik in de trein doorbracht heb ik nog nooit nuttig ingevuld. Nooit gestudeerd vroeger toen ik wekelijks heen en terug van Gent pendelde, nooit ingewikkelde teksten zitten neerpennen op al dan niet digitaal papier noch diepgaande gesprekken gevoerd of Verhulst boeken gelezen. In de trein kijk ik door het raam naar het Vlaanderen dat mij voorbij glijdt. Het Vlaanderen van Dimitri Verhulst. “Een trein vergeef je veel.” Er zijn op de trein geen gedachten in mijn hoofd ontsproten die niet evenzeer hersenspinsels zouden konden zijn ontstaan tijdens de weg naar Compostella of gedurende een stiltewandeling in het Zwin. Storend vind ik de luide mp3’s, de opdringerige ogen van de schuin tegenover mij zittende man, en de al dan niet fake bedelaar die vanaf Aalter uiterst goed getraind en zeer beleefd elke reiziger een aalmoes gaat vragen, daarbij behendig de treinbegeleider ontwijkend wat hem niet veel moeite kost gezien de enige begeleider die ik heb gezien tijdens mijn retourtje Brussel zich pas kwam tonen tussen Brugge en Knokke op de terugweg. Ze zijn in het verstoppen minstens nog behendiger dan de dakloze zwartrijder bang als ze zijn voor de oncomfortabele taak die ze hebben die te moeten in de ogen kijken en aanspreken. Treinbegeleiders missen in assertiviteit wat parkeerwachters te veel hebben. Tijdens die zelfde terugweg van Brussel naar huis zat ik geplet tussen pendelaars die de rit niet zoals ik om de zoveel maand ondernemen om aan een of andere verrijkende reisbeurs of workshop te mogen deelnemen maar dit lot elke dag moeten ondergaan. Gekweld door telefoons van echtgenoten die melden te laat zullen zijn om de zoon op te halen of vergeten zijn brood mee te brengen, gekweld door collega’s die de hele dag het bloed van onder je nagels al hebben gehaald en nu ’s avonds nog de grens van hun betweterigheid niet hebben gevonden. Maar de trein vergeef je veel en ik kijk naar het Vlaanderen die in al zijn schone lelijkheid aan mij voorbij rijdt. Misschien zouden meer pendelaars ook Dimitri Verhulst es moeten lezen en hem volgen in zijn quote: “Aanschouw onze tuintjes, onze duiventillen en koterijen. Zie onze onderbroeken drogen aan de draad. Aanschouw onze tuinkabouters, onze selder en onze prei. Onze veranda’s en onze gemetselde barbecues. Kijk hoe de koeien langs het traject gestaag baan ruimen voor onze bakstenen gedrochten, die smakeloos met de goedkeuring van de bank in dat landschap hebben neergepoot.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s