Categorie archief: 100 goede voornemens voor het post-Corona tijdperk

60. Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman.

Geschreven op woensdag 1 juli 2020. Hoogdag voor de Cultuursector. De dag waarop het podium terug open ging. (Alhoewel alle optredens preventief werden geannuleerd…) (Een dubbele gelaagde dag dus.)

Het voorbije najaar ergens in oktober 2019 was ik met mijn Dochter op Appetite To Discover reis naar Bergdorf Prechtlgut. (Een activiteit die ik nog altijd uitoefen, reisbestemmingen en verblijfplaatsen testen en er dan een verhaal over schrijven…). We waren in een bont gezelschap van jonge schrijvende en fotograferende mensen uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. We haalden ons beste Duits en ons betere Engels boven en traditioneel zoals dat gaat op schrijfreis werd er ‘s avonds na een volle dag fantastische activiteiten met een apero en een glas wijn duchtig over en weer gefilosofeerd.

Een jong samenreizend schrijvend koppel vroeg mij – de toen nog net niet 50’er – hoe mijn toekomstdromen er uit zagen. Ik moest even nadenken. Ik heb geen dromen meer, zei ik uiteindelijk. Ik ben jong beginnen leven en ik heb eigenlijk alles bereikt wat ik wou bereiken. Ik heb geen grote verwachtingen voor de toekomst of zaken die ik perse nog moet bereiken. Ik ben tevreden. Vandaag is het leven aan mijn kinderen. Ik word gelukkig door het volgen van hun ontwikkelingen. Er hoeft niets meer meer. Het enige waar ik echt nog van droom is het schrijven van een boek. (En het signeren ervan op de boekenbeurs, al is dat met de annulering van alle beurzen alvast één droom die op korte termijn niet te realiseren is.)

Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman. Het is het begin van het einde van de beleving en de verwondering. En hij richtte zich tot zijn vriendin die hij binnenkort ten huwelijk zou vragen. Höre nie auf zu träumen, zei hij tot zijn vriendin. And please don’t ever talk about starting to write a book.

Zijn uitspraak zette mij aan het denken, zo gaat dat tijdens met alcohol overgoten filosofische gesprekken. En ik dacht aan de podia waarop ik had gespeeld en de columns die ik had geschreven en aan hoeveel voldoening ik uit deze onvoldoende betaalde activiteiten had gehaald. Ik dacht aan hoeveel meer ik nu werkte en daar ook wel voldoening uit haalde en meer inkomen dan vroeger maar hoe veel verder weg ik van mezelf stond dan ooit.

We zijn aan Corona-Chronicle nr. 60. Er is veel gebeurd de voorbije maanden. Veel gezegd en veel geschreven. Maar we zijn gestart hier met een goed voornemen. Met het voornemen de tijd te laten stilstaan en te ondergaan, een stap terug te nemen en terug te keren naar onze eigenste inner strenght.

Het boek zal ik schrijven. Dat is geen oudewijvendroom van mij maar een jeugddroom. Maar als er één iets is wat deze lockdown mij heeft geleerd, is dat ik moet terug keren naar het podium. The stage is mine. Daar leeft mijn echte zelf. Voor, achter en op het podium. Dit is geen midlifecrisis. Die is tussen 40 en 50 in stilte en al feestende gepasseerd. Dit is ik.

Met deze wijze woorden die gepaard gaan met een grote innerlijke opluchting neem ik hier een break in mijn Corona-Chronicles. Corona is nog lang niet voorbij. Mijn Chronicles ook niet. Maar voor de heropflakkering komt, ga ik eerst even een tijdje de offline wereld in. Nu het weer mag. Beetje bouwen aan de ontwikkeling van mijn dromen.

Tot schrijfs.

Als muzikale uitsmijter hier… mezelf. Op een tekst van Koen Mattheeuws, muzikale begeleiding van Ron De Rauw en coaching van Philippe Verkinderen. Het applaus dat ik na dit optreden kreeg, was – op klassiekers zoals trouwen en kinderen krijgen na – één van de gelukkigste momenten uit mijn leven.

Het lied gaat over mijn angst voor oude mensen in de supermarkt. Het zou zowaar vandaag geschreven kunnen zijn.

 

59. Corona-toeslag in de Horeca?

En terwijl ik aan het schrijven ben, kunnen we maar verder schrijven. Dit is mijn relaas van maandag 29 juni 2020.

Ik zakte bijna door de bodem van mijn auto toen ik het nieuws op de Nederlandse radiozender 10 hoorde. Daar was één van de hoofdpunten de rekening van een Brusselse horecazaak. Die had het gewaagd per persoon een Corona-toeslag van 5 euro te rekenen.

Ik was op weg terug naar huis na een klantenbezoek in de omgeving van het prachtige Biesbosch. Nog meer dan in de periode voor Corona, was ook dit klantengeprek begonnen met het uitleggen van de gestoorde organisatie van ons land. Nu we al anderhalf jaar geen regering hebben en een zogezegd record aantal Corona sterfgevallen bijeen telden, hebben potentiële klanten nog meer België-duiding nodig dan voorheen. En daar kwam nu dit bovenop.

Ik was al blij dat het restaurant met Corona-toeslag in Brussel gelegen was en niet bij ons aan de kust. Het restaurant rekende deze taks aan om zijn personeel in dienst te kunnen houden, was hun verdediging. Puur bedrog is mijn verweer. De Horeca heeft geleden en lijdt nog. Maar ze hebben een BTW-reductie van 21% naar 6% gekregen. En we hebben hier in België zoiets uitgevonden als tijdelijke werkloosheid voor iedereen, waardoor werkgevers hun personeel helemaal niet hoeven te ontslaan. Tenzij je malafide bent.

Bovendien – en dit is voor mij de doorslaggevende reden – is de Horeca niet de enige sector die heeft geleden. We zijn met 1 miljoen werklozen geweest. We hebben serieus loonverlies moeten ondergaan. Het budget om uit te gaan eten is bij vele mensen met vele cijfers ingekrompen.

Ik heb alvast besloten dat wat nog rest aan budget te besteden bij restaurants die mij eerlijke gerechten aan correcte prijzen voorleggen. De opportunisten mogen hun lege terrassen houden.

Lekker betaalbaar garnaalkroketten op een Corona-proef terras in Ieper, zonder toeslag.

58. Mondmaskersgewijs op hotel

Dus mijn TUI-vakantie is geannuleerd en ik zal mijn congé payé spenderen dicht bij mijn Echtgenoot in ons Sleurhut. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet, nooit of niet meer op hotel ga. Ik zal zelfs meer zeggen. Ik ben op hotel. Vandaag. Voor het eerst terug sinds Corona.

Het zit zo. Zelfs voor kilometervreters als ik zit er een limiet op het maximum aantal kilometers dat je op één dag kan combineren met klantenbezoeken. Ik ben in Luxemburg mijn producten aan het uitrollen. Het zou al te gek zijn vanavond 300km naar huis te rijden en morgen 300km terug. Dus ben ik op hotel. In het godzalige gehucht La Gaichel alwaar ik een bescheiden kamer heb genomen in de Auberge. (Ik denk altijd aan de portemonnee van mijn baas…) (En ook aan mezelf. Ik neem altijd een hotel in het groen. Never in de city center.)

Nu ik hier zo zit met mijn iPad op mijn bed, in mijn kamer zonder aperitief ben ik ferm blij dat ik niet op hotel moet deze zomer. De mensen doen ongelooflijk hard hun best. Allemaal. Nog meer dan voor Corona, nu ze elke gast echt nodig hebben. Maar het is raar. Niet al in het minst ook omdat je overal, behalve zittend aan tafel of in de solitudine van je kamer, een mondmasker moet ophebben. Dat is hier in Luxemburg ook in de supermarkt het geval. En bij uitbreiding overal. Het is geen kwestie van ‘ik moet hem aandoen’ of ‘ik wil hem niet aandoen’. Het mondmasker wordt hier gedragen. Punt. Het is een vanzelfsprekendheid in het straatbeeld. (Onze burgemeester thuis zou daar heel gelukkig mee zijn.)

Gisteren had ik een conference call met een klant in Rwanda. (Te veel kilometers om heen en weer te rijden.) Alles is daar nog altijd pottoe. Je komt er je huis niet uit. En elke avond houdt de president een van peptalk overlopende motivational speech op televisie. Om het moraal van de bevolking op te krikken, zo zei de dame aan de andere kant van mijn computerscherm.

Verschillende landen. Verschillende bevolkingen. Onderhevig aan verschillende types leiderschap.

Dit gezegd zijnde ga ik nu verder de minuten aftellen tot het 19u is. Dan krijg ik eten. En met wat geluk ook een glas wijn. Aan apero doen ze hier niet. Bar closed tijdens Corona. Blij dus dat het vakantie aan Sleurhut wordt. In mijn eigen bubbel, in mijn eigen bed, met mijn eigen spulletjes rondom mij. En onder het alziend zorgend oog van mijn Echtgenoot die na zo’n werkdag als vandaag al lang een Bellini voor me zou uitgeschonken hebben.

57. “Het kamperen is helaas een vakantieactiviteit die wordt aangeraden door virologen.”

In tijden van verwarring en onzekerheid neemt de mensch zijn toevlucht tot de voor hem vaste waarden. Met andere woorden: geen hotels en zeker geen vliegvakanties voor Echtgenoot en mezelf deze zomer. Hoe graag ik ook van de grond ga, er zal niet gevlogen maar gekampeerd worden tijdens de summer van 2020. Ons Sleurhut en bijtentje mogen de komende maanden voor iets meer dienen dan een paar weekendjes weg.

Maar… we zullen niet alleen zijn. Het kamperen is helaas een vakantieactiviteit die wordt aangeraden door virologen. Het goede nieuws daarbij is dat de social distancing moet gerespecteerd blijven. Dit willen zeggen geen opeenstapeling van caravans op veel te kleine plekjes. En vooral, geen verplichte socializing meer met campingburen. Voor ons Belgen is dit een hele opluchting. (Smiley)

Het andere goede nieuws is dat er volgend jaar exceptioneel veel tweedehands caravans en mobilhomes te koop zullen staan. Met mijn 15 jaar kampeerervaring met alle bijhorende geuren en kleuren (letterlijk) kan ik je verzekeren dat kamperen niet aan elke mens is gegeven. Niet iedereen loopt ‘s morgens graag met zijn rolletje wc-papier in de hand richting gemeenschappelijk sanitair. Of voor de gelukkigen die een eigen toilet hebben, niet iedereen gaat graag zijn sanitair bakje legen in het grote chemisch toilet. Niet iedereen staat graag in de rij te wachten om te douchen. Of doucht graag in eigen accommodatie op een halve vierkante meter terwijl de leden van je gezin (en ook de buren met wie je niet wil socialiseren) meeluisteren. Zelfs in de grootste sleurhut ever is de leefruimte klein. En – spoiler alert – zelfs glamping-kampeerders krijgen ongedierte binnen in hun tent.

Één zijn met de natuur onder een sky full of stars kan je al kamperende heel letterlijk nemen. Vandaar mijn voorspelling: er zullen volgend jaar veel occasies op de markt zijn. De campers en andere mobiele slaapplaatsen die dit jaar met extreem hoge marges verkocht worden, zullen volgend jaar aan dumpingprijzen rond onze oren vliegen. De wetten van vraag en aanbod zullen hun werk doen.

56. Dank je wel TUI

Ik wil van harte alle medewerkers van reisorganisatie TUI bedanken. Ik meen dit echt. Het is niet ironisch bedoeld.

Een chaos is het wel geweest. De communicatie rond mijn reis naar Oostenrijk was zeer verwarrend. Geannuleerd, niet geannuleerd, uiteindelijk wel geannuleerd. Lange wachttijd op de voucher. Uiteindelijk geen lange wachttijd op de voucher. Ik heb me wat druk gemaakt in heel die toestand. De reis was belangrijk voor mij als mama. Wie weet of en wanneer er ooit nog een vakantie met enkel ons vier komt, nu ons beide kinderen meerderjarig zijn en binnenkort hun kot uitvliegen.

Ik had er naar uit gezien om Les Puces in de bergen te zien paragliden en langs rodelbanen te zien scheren. Ik had ernaar verlangd om samen, gebruik makende van de voor mijn 50ste verjaardag gekregen nordic walking stokken, te ‘hiking’ zoals ze dat officieel in de bergen noemen. En om achteraf samen lekker te eten en te wijnen à la Chateau Meiland.

Het zal niet mogen zijn. Maar dat is niet de schuld van de mensen achter de naam Tui. Die hebben zich de voorbije weken uit de naad gewerkt om te redden wat er te redden valt van dit zomerseizoen.

Bovendien heeft deze annulering andere opportuniteiten gecreëerd.

Want weet je, de familie Rijckaert-Bedert is eigenlijk meer nog dan de Meilandjes specialist in het creëren van joie de vivre. En weet je, wie heeft verre reizen nodig als je in eigen land kan genieten van La Roche en Ardennes…?

55. ‘t Leven is beter als werkmens dan als werkloze…

Eerlijk is eerlijk. Ik heb genoten van mijn dagen als werkloze. Genoten van het concept tijd dat ik plots cadeau had gekregen. Van de traagheid waarmee we het leven leidden. Van de buitenlucht. Van mijn gezin. Van de rust en van de stilte. Van het schrijven. Van het koken. Tijdens de eerste weken zelfs van het kuisen.

Ik heb de momenten gekoesterd die bestonden uit het wegblazen van het stof op mijn teruggevonden jeugdherinneringen.

Na twee maand had ik het, net zoals de rest van de wereld ‘gehad’. Het was genoeg. Nadat ik voor de zoveelste keer had moeten vaststellen dat een huis na een grote schoonmaak één dag proper blijft – max – had ik het helemaal ‘gehad’. Toen week na week bleek dat ondanks hardnekkige pogingen van enkelen maar door de onkunde, kwaadwilligheid en mediageilheid van anderen, de politiek het einde van de lockdown in totaal chaotische banen leidde, hadden ik – en vele Belgen samen met mij – het niet alleen ‘gehad’, we raakten ook totaal gefrustreerd.

Gisteren was ik voor het eerst terug op kantoor. Ik heb mijn kalender drie maand vooruit moeten schuiven.

Vandaag ben ik voor het eerst weer met mij Peugeot de grens naar Nederland over gereden. Voor het eerst terug (potentiële) klanten bezocht. Ik voelde bij hen precies hetzelfde als wat ik dit weekend heb gezien op de veelvuldige terrasjes die ik heb gefrequenteerd, hetzelfde als wat ik vandaag op de baan zelf heb gevoeld: heel veel ondernemingszin en goesting om te werken.

’t Leven is beter als werkmens dan als werkloze.

Dat ik voor mijn eerste verkoopsgesprekken in het prachtige Zeeland mocht rondreizen, heeft natuurlijk ook ferm bijgedragen aan het gelukzalige gevoel dat ik momenteel koester.

Dat ik dit tekstje virtueel neerpen terwijl vier machines voor mij draaien in het wassalon omdat den onzen thuis besloten heeft te stoppen met werken, kan mijn happy feeling niet temperen.

 

54. Ik moet iets schrijven over Black Lives Matter

Ik heb niet graag in de VS gewoond. Meer zelfs. Ik vond het een rotland om in te wonen. Toen ik vertrok, dacht ik dat ik naar ‘the land of the hope and glory’ ging. De realiteit bezorgde me meer rillingen dan een koude douche.

De gezondheidszorg is er zo zwak en onbetaalbaar dat ik voor vertrek zelfs op mijn 22ste een volledige checkup moest ondergaan. Ik werd op het hart werd gedrukt dat ik tijdens mijn jaar ginder zeker nooit naar de tandarts mocht. De elektrische stofzuiger van het gezin waarvoor ik werkte was een oud, aftands ding dat dateerde uit de jeugd van mijn grootmoeder. Bij elke storm viel het geprivatiseerde elektriciteitsnetwerk uit. Het zelfredzaamheidsprincipe was zo groot dat ik ook maar zelfredzaam moest zijn toen ik met griep in mijn bed lag. De politieke discussies waren er zo oppervlakkig en halsstarrig dat ze maar bleven volhouden dat zij, the Americans, in een vrij land leefden met kansen voor iedereen en ik, de au-pair, uit een land kwam dat zij communistischer vonden dan gelijk welk Oostblokland. Dit enkel en alleen omdat ik had durven zeggen dat ik mijn studies mede had kunnen realiseren dank zij een studiebeurs. (Ik benadruk hier mede.)

De VS is een land voor de sterke. Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke.

Racisme is een vies beest dat wereldwijd aanwezig is. Door zijn geschiedenis en zijn hoge graad van self-fulfillement (sorry vind hier geen sterke vertaling voor) is racisme – net zoal alles er groter is dan elders – in de VS nog groter en sterker aanwezig dan bij ons. Een blanke politieagent die een ongewapende zwarte man vermoordt terwijl de collega’s er op staan te kijken, is er een terugkerend fenomeen.

Getuige de lange lijst. Say their names.

Tegen racisme, ginder en hier, MOET geprotesteerd worden. Op alle mogelijke manieren. Maar niet met geweld. Niet door massaal op straat te komen tijdens de Coronacrisis. Niet met georkestreerde plunderingen.

Black lives matter. Maar door alle shit-gebeurtenissen die momenteel aan de gang zijn, keren de steunbetuigingen zich volop tegen die mensen die net proberen te helpen. Ondertussen is de politieagent die dag en nacht zijn leven riskeert om ons te beschermen hier ook de dupe van. Er zijn zelfs gekken die zich in het hoofd hebben gehaald dat hij moet boeten voor de moord die een ander heeft gepleegd!

Laat ons a.u.b. niet toegeven aan nog meer racisme. Stop racisme. En stop het geweld. Want als we zo verder doen, hoeft extreem-rechts bij de volgende verkiezingen niet eens nog campagne te voeren. Ze krijgen de verkiezingsoverwinning zo in de schoot geworpen. En dat zal niets of niemand ten goede komen.

black lives matter

Als muziekbijdrage haal ik hier uiteraard Fever333 aan. Elke song is een strijdlied tegen racisme. Ik koos voor One of us. Feel your inner strength.

53. Ik moet pipi doeeeeeeeinnnnn…

Eén van de grootste uitdagingen waarmee ik tijdens mijn Corona wandel- en fietstochten werd geconfronteerd, was het onder controle houden van mijn blaas.

Met de lockdown van ‘alles’, waren immers ook alle openbare toiletten gesloten, zelfs die op de parking van Het Zwin. Met de gesloten Horeca overal was een koffie met toiletje doen ook niet aan de orde. Tussen de cabines gaan, zoals talrijke strandbezoekers het zich tijdens het Pinksterweekend hebben gepermitteerd, vind ik persoonlijk not done. En mij in de natuur tussen de koeien plooien, daar ben ik eerlijk gezegd te lomp voor. Zelfs mocht ik een man zijn en een handige natuurlijke plastool hebben, ik zou nog op mijn voeten plassen.

Één keer heb ik me gewaagd aan een werftoilet. Never again. De mens die die toiletten moet komen ophalen en reinigen, verdient een gevarenpremie, niet alleen tijdens Corona. Zelfs de toiletten in Werchter vorig jaar werden door de duizenden bezoekers properder achter gelaten.

In het toerismekantoor op het Lichttorenplein in Knokke is het nog wachten tot 1 juli vooraleer de openbare toiletten terug open gaan. Ze worden momenteel omgebouwd tot een smart restroom concept van One Hundred restrooms. Het gaat om een luxetoilet waarbij een toiletbezoek – ik citeer – een moment van well-being wordt. Het concept werd al geïntroduceerd én bekroond in Madrid en Stockholm.

Wie vaak op de baan is, kent wellicht al de 2theloo toiletten in de tankstations. Ik vind een bezoek aan deze 2theloo’s een verfrissende verademing vergeleken met vele andere baantoiletten. Wel, de One Hundred toiletten worden daar nog een upgrade van. De toiletten in het toerismekantoor zullen bovendien gratis toegankelijk zijn voor wie dringend moet pipiiii doeiiiinnnnn…. Als dat geen goed nieuws is voor mijn blaas.

Voor wie al eens wil binnenpiepen, hierbij een sfeerbeeld uit Stockholm:

52. Dream now, travel…now! Naar een Roompot vakantiepark bijvoorbeeld.

Europa vergadert vandaag over de heropening van zijn binnengrenzen. Met een beetje chance kunnen we vanaf 15 juni opnieuw Europa rondreizen. In deze tweede helft van de Corona-Chronicles zal ik het daarom minder hebben over onze goede voornemens en to do’s tijdens de stille Coronadagen. Ik ga jullie opnieuw meer informeren over wat we allemaal kunnen doen. En wat en waar we allemaal lekker kunnen eten…

Zo bericht ik graag dat de restaurants van de Roompot Vakantieparken, die in Nederland trouwens 1 juni al terug open zijn gegaan, je vanaf nu nog enkel duurzame vis geserveerd krijgt. Roompot ging hiervoor met zijn leveranciers aan de slag op advies van de Good Fish Foundation en kan vanaf dit voorjaar aan zijn gasten garanderen dat de geserveerde vis uit gezonde visbestanden komt en gevangen of gekweekt is met minimale milieuschade. Roompot stelt daarbij strenge eisen bij de inkoop van zijn vis. Deze moet een erkend keurmerk dragen (ASC voor gekweekte vis of MSC voor wilde vis) of een groene beoordeling hebben op de VISwijzer.

Roompot heeft in totaal meer dan 150 vakantieparken in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en Spanje in portfolio, van premium resorts tot comfortabele parken en aantrekkelijke campings.

 

51. We kunnen terug ademen…maar nog niet op een podium

Toen ik aan Corona-Chronicle nr. 1 van 100 begon te schrijven zo’n twee maanden terug had ik eerlijk gezegd niet gedacht dat ik eens over de helft, aan nr. 51, nog altijd gedeeltelijk werkloos zou zijn. Ik had gedacht dat heel dat Corona gedoe na een paar weken grotendeels achter de rug zou zijn en dat we zo toch tegen mei de draad met ons redelijk normale leven terug zouden opgenomen hebben.

Niets is minder waar. Ik ben halfweg mijn Chronicles maar we wij zijn nog lang niet halfweg Corona. We moeten blijven afstand houden en mondmaskers dragen als dit niet kan. Handen wassen zal voor eeuwig deel van ons leven blijven uitmaken, al was dat dit voor mij voor Corona ook al een gewoonte. De kusbegroeting met vreemden, daar zijn we gelukkig van af. Hopelijk zelfs permanent. Ik heb het niet zo met lijfelijkheden met mensen die niet bovenaan mijn wishlist staan.

Het goede nieuws is – en ik was gisteren euforisch toen ik het hoorde – is dat we terug kunnen beginnen leven. De terrassen gaan open, de stranden gaan open, de campings gaan open. Gotzijntgedank krijgen we net voor de zomer terug adem. Het was een premier die empathie en daadkracht uitstraalde die ons het goede nieuws mocht brengen. Het was een opluchting dat ze – terecht – grondig rekening hield met de adviezen van de virologen maar ze niet klakkeloos in ons dagdagelijks bestaan implementeerde, of we kwijnden nog langer weg in eenzaamheid.

Het slechte nieuws is dat, zoals verwacht en voorspeld, cultuur nog altijd de grote dupe is van de maatregelen. Vanaf maandag mag er terug gerepeteerd worden door artiesten, professioneel en amateur. Maar blijkbaar gaat de politiek ervan uit dat ze weken moeten repeteren voor ze terug voor een publiek mogen spelen want optreden mag pas vanaf 1 juli. Ze hebben daar in Brussel nog niet veel cultuur met grote of kleine c of k aan het werk gezien me dunkt…

Naar de kerk gaan mag wel. In groten getale zelfs, met 100 tegelijk.

Conclusie. Goede moed, beste podium-vrienden. We wachten geduldig tot we jullie live aan het werk kunnen zien. En ondertussen volg ik de raad die Bas Birker me gisteren op Facebook gaf. Eventjes voorproeven op YouTube. Ain’t nothing but the real thing maar we gaan ervoor.