Categorie archief: 100 goede voornemens voor het post-Corona tijdperk

71. “Ik heb hoop dat aan het einde van zijn vijfjarige opleiding er een andere wereld dan vandaag op hem zal wachten.”

Grasduinend in mijn archief, bots ik op deze tekst die ik schreef begin september. Vandaag nog actueler dan twee maand terug.

Zaterdagmorgen. Koffie, mijn krantje en zicht op mijn tuin waar de bewoners van ons lokale oerwoud zich te goed doen aan het water dat wij tijdens deze warme dagen voor hen hebben klaargezet. Het is mijn moment. De eerste dag van de week die niet gepaard gaat met de rush die nodig is om op 8u stipt gewassen en gestreken op kantoor aan de computer aan het werk te zijn. Het moment waarop ik tijd heb voor een uitgebreid ontbijt met lectuur. Wat ik de voorbije maanden te lezen kreeg, is vaak verontrustend geweest. Corona, ziekte, dood, isolement, economische wanhoop, politiek rommelgedrag en annulaties, veel annulaties van reizen, sportevents, kermissen, festivals en optredens.

Dat laatste is voor mij zowat hetgeen ik het meest gemist heb tijdens de lockdown. De magie van het podium niet meer kunnen voelen. Het high worden van de muziek zonder dat daar drank of drugs aan te pas komt. De ontroering voelen die een sprekende of zingende mens voor je creëert. De humor. Dat op 1 juli voor cultuur de deuren terug open gingen, was een verademing. Dat er toch nog organisatoren en artiesten waren die voor niet-rendabele kleine bubbels kwamen optreden een cadeau. Ik ben geboren, getogen, woonachtig in Knokke-Heist. Maar ik trok naar Roeselare voor mijn eerste optreden sinds de lockdown, een comedyavond in de Spil met Han Solo, Jeron Dewulf en Karel de Rijcke. Ik voelde me herleven.

Weinige dagen later maakte de Veiligheidsraad bekend dat ze niet alleen de grootte van het publiek niet gingen optrekken, dat was te verwachten. Het werd nog erger. Waar het sinds 1 juli toegelaten was voor 200 mensen binnen en 400 buiten op te treden, in bubbels, met afstand, met mondmasker, met inachtneming van alle Corona-maatregelen, werden deze aantallen plots gehalveerd. Conclusie, annulaties en nog meer annulaties. Waar het al niet rendabel is om voor 200 man te spelen, is het meer dan een beetje verlieslatend om voor 100 man te spelen.

Ik word omzeggens een beetje misselijk van de manier waarop de politiek omgaat met cultuur tegenwoordig. Alsof artiesten, technici en de vele freelancers die in de cultuursector werken quantite negligable zijn. Alsof zij kunnen overleven met een half publiek. Alsof zij geen perspectief nodig hebben. Alsof je met hen kan tjolen, zoals we in het West-Vlaams zeggen, gelijk met een hond.

Mijn zoon is 18 en is tijdens de lockdown afgestudeerd in de humaniora richting Economie-Moderne Talen. Hij heeft zijn middelbare studies gecombineerd met een opleiding in Maak, het deeltijds kunstonderwijs van Knokke-Heist. Sinds jaar en dag droomt hij ervan professioneel drummer te worden met als eerste stap na Maak, het KASK en Conservatorium in Gent. Tijdens de voorbije maand mei is hij geslaagd voor de reeks toelatingsproeven die hij heeft moeten doorlopen voor het KASK. Straks, ergens halfweg september mag hij aan zijn opleiding beginnen. Ik ben oneindig trots. Als moeder is het fantastisch als je ziet dat je kind een droom heeft, ervoor werkt en ervoor beloond wordt.

Ik heb hoop dat aan het einde van zijn vijfjarige opleiding er een andere wereld dan vandaag op hem zal wachten, al is het bang afwachten wat de toekomst zal brengen. Ik zal er alvast alles aan doen om mee te werken aan een toekomst waarin er ruimte zal zijn voor podia. Want zonder muziek, theater, comedy, zang, kunst in al zijn vormen en genres is de mens geen mens maar een zich stilstaand verplaatsende soort robot.

70. Kook jij à la Sandra Bekkari of à la Christel?

Als we tips & tricks voor een goed leven willen, kunnen we maar beter te rade gaan bij de Scandinaviërs. Zo las ik in het gezelschap van mijn koffietje zaterdagochtend in een artikel in De Standaard Magazine over hoe de Noren omgaan met donkere dagen ginds bij hen in het donkere Noorden.

De adviezen waren even simpel als verrassend. Een ervan was gewoon het licht aanlaten en de rolluiken naar boven zodat je ‘s avonds door een van huis tot huis verlichte straat kan wandelen, voor zover ‘s avonds wandelen nog toegelaten is of zal zijn de komende donkere maanden. Een ander was ‘bakken’ in plaats van taarten kopen. Bakken en braden hebben we de voorbije lockdown veelvuldig gedaan – herinnert u mijn appeltaart – met extra kilootjes en een verhoogd colesterolgehalte als gevolg.

Gedreven door allerlei goestjes maar gewaarschuwd door de dokter én geïnspireerd door onze student Toegepaste Gezondsheidswetenschappen in huis, heb ik besloten het tijdens deze niet-lockdown beter aan te pakken. Ik ga voor lekker eten maar het mag iets lichter zijn. Dus heb ik mijn Sandra Bekkari Fast Food kookboek van onder het stof gehaald (Kerstcadeau 2019) en mezelf aan het werk gezet om een super gezonde en ultralekkere pita met kip te fabriceren. Op mijn overdadig gebruik van look na, was het op en top geslaagd. Dat vond ik zelf en dat zeiden ook mijn huisgenoten, al kunnen ze ook gewoon beleefd geweest zijn.

‘s Anderdaags heb ik zonder kookboek de lekkerste pommes dauphinois ever gemaakt. Een gezonde levensstijl mag een deel van mijn leven aan het worden zijn, de authentieke keuken rules! En met magere melk in plaats van volle room waren mijn dauphinois patatjes lekker én licht.

Ter info. Fast Food 2 welkom onder de kerstboom.

69. De wandelsport herontdekt. Wandel mee langs mijn Grande Route 5A.

Het is van mijn Corona-Chronicle nr. 10 geleden, toen we nog in volledige lockdown waren, dat ik het voor het eerst over het wandelen heb gehad. Ondertussen zijn we vele Corona-dagen verder maar ben ik als bij wonder erin geslaagd mijn goede voornemen vol te houden.

Aan het begin van de lockdown hebben we ons altijd dicht bij huis gehouden. De zee en zijn Zwinstreek vormden daartoe een prachtig decor. Maar reizen zit me in het bloed en bloed kruipt waar het niet gaan kan. Stil in mijn hoofd droom ik al jaren van de tocht naar Santiago de Compostela. Dat lijkt me vandaag praktisch gezien geen haalbare kaart. Daarom heb ik een alternatief gezocht en gevonden. De GR5A, de wandelronde van Vlaanderen, een wandelroute van 567 km die loopt langs de vroegere grenzen van het Graafschap Vlaanderen.

De GR5A maakt deel uit van de Grote Routepaden van Vlaanderen, samen goed voor 4 755 km, met wit-rode streepjesstickers bewegwijzerde routes. Ze sluiten aan bij het Europese netwerk waarbij de E9 mijn grote favoriet is. Die loopt van het zuiden van Portugal tot helemaal in het noorden Rusland en dit uitsluitend langs de kust. Dat zijn plannen voor later. Ik ben, denk ik, wel nog een jaar met de GR5A zoet.

Gestart zijn we met onze GR5A in Brugge. Echtgenoot en ik wandelen elk weekend zo’n 10 à 20 km verspreid over 1 of 2 dagen afhankelijk van de ons beschikbare tijd en het weer. We rijden een auto naar aankomstpunt en laten ons vervolgens door een van de kinderen afzetten aan het vertrekpunt. (Er zijn voordelen aan het hebben van thuiswonenende meerderjarige kinderen met een rijbewijs.) We hebben al mooie plekken en plekjes ontdekt tijdens onze eerste etappes. De paden volgen immers niet altijd de weg. Soms lopen ze dwars door weides heen. Om de 10 à 15 km passeer je eens langs of door een dorpje en zo hebben we al de gezelligste dorpscafés van Vlaanderen ontdekt. Gezien die op vandaag gesloten zijn, ben ik me terug aan het bekwamen in het natuurplasssen. Dat is geen evidentie. Het hurken lukt nog wel, maar terug boven geraken is andere koek. Onze volgende etappe is van Bentille naar Boekhoute. Mocht u langs het parcours wonen, staat het u vrij ons een tas koffie en een toilet aan te bieden.

67. Heb jij al gefietst langs La Voie Bleue ?

Een stap terug nemen. Rust vinden. Het zijn de hoofdlessen die ik uit de voorbije en nog komende Corona-periode getrokken heb. Met als resultaat dat ik het grootste deel van mijn 20 dagen congé payé begin juli heb doorgebracht in stilte en soort van isolement in St. Rémy de Provence samen met Echtgenoot die zowaar nog meer van stilte houdt dan ik en met wie bijgevolg tijdens die congé payé zo goed als geen toeristische uitstappen heb maakt. Het was de beste vakantie in eeuwen.

Op weg naar huis – slow travellers als we zijn doen wij met ons Sleurhut zo’n drie dagen over 1000 kilometers – hebben we ons een paar dagen gestationeerd op een camping midden in de natuur nabij Macon, genaamd ‘Aux Rives du Soleil’.

De camping gelegen op een schiereiland tussen de rivier de Saône, de Reyssouze en de Canal de Pont-de-Vaux, is niet alleen omringd door water, ze is ook omgeven door fietspaden. Bleek zelfs dat we gestationeerd waren pal langs La Voie Bleue, een 700 km lange fietsroute langs verschillende rivieren die kabbelen tussen Luxemburg en Lyon.

De trein der traagheid van ons leven volgend, reizen we niet alleen langzaam op de weg, we nemen ook onze tijd op de fiets. Onze eerste fietstocht langs La Voie Bleue hebben we bijgevolg beperkt tot 40 km, zijnde heen en terug langs het water naar Macon alwaar we ons op aanraden van de camping receptioniste tegoed hebben gedaan aan de Italiaanse keuken van Pizza Ciné.

De volgende dag waren we iets ambitieuzer en kozen we voor de fietsroute die vanuit de camping vertrok richting ‘Wijngaarden en Vergezichten’. Een mooie ontdekkingstocht door de wijngaarden en de heuvels, zo omschreef de infobrochure, met als toetje een aantal kilometers over het fietspad langs de rivier de Saône. Te fietsen door iedereen die regelmatig fietst. Ook door mij, dacht ik. Ik fiets regelmatig door het vlakke Vlaanderenland, met nadruk op vlak. De heuveltjes van de Bourgondische wijnstreek voelden als bergen. Ik heb ze beklommen als waren ze de Mont Ventoux. Ik heb het bijgevolg zeer lastig gehad en ben blijkbaar ook een beetje lastig geweest, zo wist Echtgenoot me achteraf te vertellen. Dat wijntje met zicht op zonsondergang achteraf op de camping maakte gelukkig alles goed.

Lees meer over Camping Aux Rives du Soleil op www.rivesdusoleil.com

Ook te boeken via www.vancansoleil.be

66. Why do we fall, Master Bruce?

Kaderend binnen de ziekenboeg update die ik had beloofd regelmatig te posten, moet ik u volgend verhaal vertellen.

Tijdens mijn studententijd, enkele decennia terug, woonde ik in een miniatuurkamer in een groot gebouw gelegen schuin tegenover de Kinepolis in Gent. Cinema’s die films uitzonden in tien zalen tegelijkertijd van vroeg in de namiddag tot in het begin van de nacht waren voor een meisje van de zee zoals ik, een nieuw en instant verslavend stadsfenomeen. Ik zag zowat alle commerciële films die ze in dien tijd draaide, werd verliefd op Jeff Bridges in The Fisher King, en op Michael Keaton. Die is voor mij tot op vandaag nog altijd de enige echt Batman. Tussenin slaagde ik ook nog voor al mijn examens in eerste zittijd. (Gun me dit bragging momentje, please.)

Ik voel met het verlopen van de film mijn innerlijke kracht altijd groeien, beken ik aan mijn Dochter tijdens een Moeder-Dochter zetelmoment met Batman Begins een paar dagen terug. (Christian Bale is ook best acceptabel als Batman.) Soms heb ik iets of iemand nodig om me aan mijn inner strenghth te helpen herinneren, zeg ik haar. Film helpt me herinneren. Muziek geeft me kracht, cultuur tout court quoi.

Dit ter inleiding van de ziekenboeg update. We hebben nog 12 dagen gips te gaan maar Dochter is al een pak mobieler geworden, lees creatief in het vinden van oplossingen. Zo kan ze met één hand oorbellen aan en uit doen, zich in een kleedje wringen, BH dicht doen, haar wassen en – praise the lord – zelfs het oksel scheren lukt alweer alleen. Ze is zaterdag gestart aan het theoretisch gedeelte van haar Instructeur B. Het springparcours dat ze voor haar praktijk moet afleggen zal niet voor nu in oktober zijn. Een strandwandeling met haar Davidje zit er binnenkort wel alweer in. Ze klaagt niet, ze zaagt niet en ze behoudt haar gevoel voor humor. Ze kan niet werken en niet sporten, dat stoort haar, zeker na die maanden van lockdown maar wat haar het meest frustreert, is dat ze niet kan auto rijden. Gelukkig heeft ze er vorige week een broer met een rijbewijs bijgekregen. (De broer had ze al. Het rijbewijs is nieuw.)

Om maar te zeggen beste lezer. Je inner strenght zit soms gewoon naast je in de zetel.

‘Learning to pick herself up’, heeft Dochter lang geleden zelf al geleerd.

64. Ziekenboeg update: hoe Dochter een Blue&White girl met Ikea onderdelen werd…

De binnenkant van de arm van Dochter ziet er uit als een achterkant van een in elkaar getimmerde Ikea-kast. Plaatjes en vijsjes allerlei. Netjes in elkaar gevezen aan de hand van een plannetje uitgewerkt door een doker die daarvoor de nodige jaren studie achter de rug heeft. Een studie die nodig was ook natuurlijk. Voor het ineen puzzelen van een Ikea kastje heb je immers ook enige kunde nodig. Daphnés dokter kent haar stiel. Uit de onderzoeken van vandaag bleek dat de breuk perfect aan het genezen is. Ze kreeg een nieuwe, nu gesloten, plaatster in een mooi en stijlvol en blauw, assortie met de kleur van haar ogen. Het witte randje van de onderliggende omzwachtelingen maakt het geheel af en tovert Dochter om tot een elegante Blue&White girl, helemaal klaar voor een feestje.

Feesten kan nu helaas niet en dat heeft natuurlijk niets met haar arm te maken. Een smoothie drinken op het strand en daarna pootje baden in zee, dat kon vandaag precies 1 week na datum ongeval, wel. Waarmee we willen zeggen, het gaat goed met de Dochter. Elke dag een beetje beter. Elke dag een beetje minder pijn. Elke dag een nog mooiere glimlach.

63. Beam me up, Scotty. Want ik heb het gehad.

Na alle coronahysterie van de voorbije maanden, zijn we het wereldwijd collectief over 1 iets eens. Het liefst van al zouden we ons leven in een fast forward richting coronavrijetoekomst spoelen.

Helaas. In plaats van een sprong vooruit in de tijd kreeg ons gezin deze week een rewind richting 5 jaar terug te verwerken. Kort samengevat : telefoon – Dochter – paard – gevallen – arm gebroken – ziekenhuis – operatie – pijn… Niemand moet ons vertellen hoe de komende maanden er uit zullen zien. We weten het precies. Controlebezoeken aan de arts, kine, revalidatie & nog meer pijn. Geen werk & geen sport. Been there & done that.

Dochter is een ongelooflijk karaktervolle en sterke jonge vrouw. We weten heel zeker dat ze ook deze nieuwe tegenslag met glans zal doorstaan. Ze krijgt honderden berichten van bezorgde familie, vrienden en vriendinnen, waarvoor veel dank. We gaan net zoals vorige keer samen massa’s leuke dingen doen. Revalidatie combineren met wellness. Een doktersbezoek laten volgen door een lunch op een gezellige plek. Grappige ziekenboegupdates posten op de social media. Maar sta ons toch toe, beste lezers, vrienden, om nu toch even ook eens een momentje pissed off, f**cked off en utterly sad te zijn.

Na alle coronashit die we hebben gehad. De continue dreiging van de uiterst agressieve ziekte, de angstpsychose, het isolement, de economische weerslag, de reisbeperkingen, de heropstart van de horeca, het einde van de heropstart, de – pardon my French – bullshit rond de mondmaskers (eerst verboden en nu verplicht ook buiten de drukke centra), de annulatie van coronaproof optredens, het gezaag en de betweterij op social media (ik heb al meer ‘friends’ verwijderd dan toegevoegd de voorbije weken), is mijn onophoudelijke streven naar positivisme eventjes getemperd. (Geen nood, eventjes maar. Geef mij een stuk chocola en het is sebiet weer beter.)

We weten ondertussen dat Dochter Corona-negatief is. Gelukkig. Maar dat wil niet zeggen dat het leven daardoor rozengeur en maneschijn is. Dochter ligt met een dubbele armbreuk en een open gips in de zetel. Dus aub. Beam me up Scotty…. Ik heb het gehad met de zomer van 2020. Ik wil een fast forward naar een volgende tijd waarin La Puce onbezorgd met haar paard op het strand langs de waterlijn kan galopperen. Sterker dan ooit.

62. Cultuur is goed voor je mentale gezondheid. Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit aub niet vergeten.

Nog meer dan een metalfan, ben ik een comedy-groupie. (Mensen die me kennen, weten dat er een verhaal zit achter deze afwijking.) Groupie zijnde, had ik tijdens de lockdown mijn comedy-friends – bekende en minder bekende acteurs die ik volg op facebook – beloofd dat van zodra ze opnieuw mochten en konden spelen – het is niet omdat het opnieuw mag, dat je ook opnieuw een podium en een publiek ter beschikking hebt – dat ik zou komen kijken. Niet alleen voor mij, omdat ik wegkwijn als ik niet op en om podia kan ronddwalen maar ook voor hen. Niet alleen omdat ik de acteurs en hun technici een inkomen gun. Met de opbrengsten van de kleine bubbels waarin ze mogen optreden tijdens deze zomer van 2020 zullen ze hun rekeningen niet betalen. Wel omdat ik het hen gun om terug op een podium te staan. Net zoals ik blij ben dat chefs terug achter hun kookpotten kunnen staan of hoeren achter hun vitrine. Ik ben ook blij dat ik terug aan het werk ben, achter mijn computer.

De eerste comedian aan wie ik ‘beloofd’ had om te komen kijken, was Han Solo, het alter-ego van Han Coucke die ik kende van Bevergem. In tegenstelling tot zowat de helft van de rest van de Bevergem-cast had ik Han Solo/Coucke/Koekie nog niet live gezien. Maar ik ben tijdens de lockdown zo vol bewondering komen te staan voor zijn 50 mobilhome corona-chronicles op YouTube dat het voor mij een must werd om zijn mobilhome optredens ook live te zien. Al was het maar omdat we fervent kampeerders zijn natuurlijk.

Echtgenoot en ik zijn helemaal tot Roeselare moeten rijden om hem live te kunnen bewonderen, Han en zijn klein broekje. (Echtgenoot heeft sinds hij met mij is getrouwd, al wat theaters moeten afslechten. En broekjes moeten bekijken. Gelukkig zitten er soms ook rokjes tussen.) ‘T Is niet dat Roeselare de andere kant van de wereld is natuurlijk, maar ‘t is wel halfweg de andere kan van West-Vlaanderen. Kleine moeite. Wat je thuis niet krijgt, gaat een mens op een ander zoeken. We kregen niet alleen Han Solo, we kregen ook het vreemde mannetje Karel De Rijcke, en sprookjesverteller Jeron Dewulf. Sinds ik gisteren zijn stukje show heb gezien verwacht ik nu elk moment dat onze hond Chloë in een soort van Antwerps zal beginnen blaffen als ze moet kakken. Dit terzijde.

Ik heb me de voorbije maanden veelvuldig afgevraagd hoe ik het gemis dat wij cultuurconsumenten zonder optredens voelen, zou kunnen omschrijven. Wat is het precies dat we missen.

Gisteren heb ik het antwoord gevonden.

Toen ik samen met het talrijk opgekomen publiek van alles samen 30 man (meer plaats was er niet), in mijn bubbel van twee (met echtgenoot weetjewel) , op anderhalve meter afstand van de andere bubbel én met mondmasker op, (only the good lord knows waarom je in het theater én afstand moet houden én een mondmasker moet opzetten. Het lijkt wel of alle politiekers met hun regels en regeltjes wraak nemen op eenieder uit de cultuurwereld die hen ooit eens iets verkeerd heeft gezegd.),

toen ik samen met die 30 man met als dirigent Han Solo gisteren op mijn stoel met mijn benen zat te zwaaien (amai die buikspieren), met mijn vingers ronddraaide (de middelste) en met mijn mondmasker op meezong met: ik ben/een marginaal uit Gistel/. … enz.

Toen wist ik het.

Katharsis.

Het was geleden van die laatste gulle lach die ik had losgelaten tijdens het laatste optreden dat ik had gezien van Steven Mahieu maanden geleden thuis in Knokke-Heist, dat ik nog heel mijn zijn had kunnen loslaten en zuiveren van alle stress die zich in de verschillende vezels van een mensenlichaam kunnen nestelen.

Katharsis.

Cultuur, in al zijn vormen. Of je nu van comedy houdt of van tristesse theater, van metal, alternative of klassiek.

Cultuur is goed voor je mentale gezondheid.

Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit alstublieft niet vergeten.

61. Een blik op de bewoners van Camping Pegomas, mezelf incluis.

Ik had me voorgenomen een schrijfbreak te nemen maar het profiel van de bewoners van Camping Pegomas, rij D, ten tijde van ons verblijf hier is te interessant om niet met u te delen.

Nu het koppeltje Italianen dat na een stop van twee dagen met hun mobilhome richting Luberon verder trok, is standplaats D1 ingenomen door een familie Nederlanders.

De Italian man zwaaide bij vertrek vanuit zijn stuurcabine, wijd en zijd gesticulerend, big smile op zijn gezicht. Wij hadden hem bij aankomst geholpen bij het ontwarren van de electriciteitsknoop en werden daarop terstond met zijn eeuwige vriendlijkheid beloond. Zijn opvolgers, de Nederlanders, zijn iets minder extravert. Ik roep zowaar luider ‘halloooo’ naar hen dan zij naar ons. Beroepsmisvorming, I guess. Ik vertoefde het voorbije jaar te veel onder de Nederlanders. Aan de krullen in hun haar te zien, zijn de drie jongedames die ze meehebben, hun dochters. Atypisch als de familie Nederland is, gaan ze ’s avonds vaak uit eten. Als ze ‘thuis’ komen, babbelen de Krulletjes zichzelf in slaap. ’s Morgens babbelen wij hen wakker aan de ontbijttafel. De Krulletjes zijn duidelijk veel beter opgevoed dan de Nederlandse jongeren die hun vakantie in ons Knokke-Heist komen spenderen. Nochtans zijn ze mijn inziens niet minder bemiddeld. De caravan is gloednieuw, voorzien van alle snufjes, inclusief elektrische parkeermodule. ’t Is bovendien een Hobby, bekend voor zijn elegant design en dito interieur. Hun tuinset is een veel betere uitgave dan diegene die staat te blinken in mijn tuin thuis. De extra tent voor de Krulletjes is gigantisch en van topkwaliteit. Hier staat voor ettelijke tienduizenden euro’s naast ons geparkeerd.

D4 was op het moment dat wij hier aankwamen ingenomen door een rondreizend koppel gepensioneerde Fransen. Na de Provence stonden de bergen op hun programma. Het is dat ik te lang weg ben geweest. In mijn herinnering waren Fransen nooit zo hartelijk. Het kwam door de man. Die herkende een jongere versie van zichzelf in ons. Geïntrigeerd door het grappige taaltje dat we praatten maar dat hij niet kon thuisbrengen, was hij zich tijdens de afwas beginnen afvragen waarvandaan we afkomstig waren. Wij zijn Belgen, zeiden we hem. Dus jullie spreken Frans, concludeerde hij. Ja, dat ook hoor. Geen verdere uitleg gegeven. Veel te vermoeiend op vakantie. Onze caravans bleken ongeveer even oud te zijn, onze geschiedenis met tenten even ver af en onze goesting om rond te reizen even groot. Alleen waren zijn werkdagen reeds geruime tijd verleden tijd en is hij daarmee met zijn épouse nu wat langer op pad dan wij. D4 is na hun vertrek leeg. De grote boom middenop de plek geeft niet alleen veel schaduw. Hij neemt ook ietwat veel plaats in. Niet iedereen kan daarmee overweg. D1 gebruikt hem nu als parking. Wij als voortuin om naar te kijken. Er is toch plaats genoeg. Er zijn lege plekken ten over op de Franse campings tijdens de zomer van 2020.

D2 is bezet sinds eergisteren. De man parkeerde bij aankomst zijn caravan dwars over zijn spot. Zijn auto er schuin achter. Nu is kamperen een routineus gedoe waarbij je veel tijd spendeert aan dingen die je thuis niet graag doet maar hier louterend werken, zoals aardappelen en champignons in plakjes snijden, vlees of vis bakken en wijnen. Dat laatste doen we uiteraard thuis ook wel graag. Mevrouw D2 heeft sinds aankomst reeds haar grondzeil geschrobd, haar buitenfrigo afgewassen en daarnet tijdens onze apero haar was ‘gehandstreken’. Ik denk dat haar caravan netter opgeruimd is dan mijn living. Volledigheidshalve moet ik er hier bijvertellen dat ik gisteren met ons heksenbezemtje ook ons grondzeil heb ontdaan van rondvliegende stekkertjes uit de bomen. Ik had mevrouw D2 de eerste dag als saai gecatalogeerd maar niets is minder waar. Tijdens haar videocall met de kleinkinderen mocht de hele rij D meedelen in haar vreugde en de fles wijn ploft er niet één maar twee keer per dag.

De nieuwste bewoners in de D-section hebben zich geïnstalleerd naast ons op D5. Englishmen. Waarschijnlijk de eersten die hun land verlaatten in maanden. En probably is het voor hen ook de eerste keer in maanden dat ze buiten kwamen tout court. Spierwit, met een rossig toefje bovenop. Alle drie. Moeder, vader, opgeschoten zoon. In driekwartsbroek met een uitgewassen polo erbovenop. Als beloning voor het opzetten van de plooicaravan kreeg vader van moeder een Franse pint met schuimkraag die ze in de campingbar was gaan halen. Vandaag droeg moeder een tijgerbikini. Ze is blij met de Franse zonneschijn. Ze stralen, de leden van de familie Englishmen.

Ergens tussenin – als je nu nog niet doorhebt dat wij op D3 wonen… – zijn wij gestationeerd. De Belgen. Over ons vertellen de buren waarschijnlijk dat we niet stoppen met eten, uren kunnen vullen met de mis-en-place en bijzonder weinig variëren in klederdracht. Alhoewel de caravankasten gevuld zijn met zowel hitte als waterbestendige kledij geschikt voor de vier seizoenen, spenderen wij onze dagen op de camping halfnaakt. ’t Is te zeggen, Echtgenoot in short en ik iets wat de meest bijzondere lichaamsdelen bedekt maar me voor de rest veel bewegingsvrijheid geeft, iets wat ik in principe niet nodig heb want ik beweeg hier voor geen meter. Of het is een keer heen en terug mij voortbewegend in een soort van schoolslag over de breedte van het campingzwembad.

Het is 30°c en we genieten ervan om na enkele jaren van afwezigheid terug te zijn in de Provence. De caravan geeft ons de gelegenheid in onze eigen bubbel te reizen. Als ik de beelden van thuis bekijk, zijn we hier veiliger af dan ginds. Mocht het van mij afhangen, blijf ik hier voor onbepaalde tijd in afzondering. But a girl’s gotta do what a girl’s gotta do. Nog effe genieten dus, en dan terug aan het werk in de bewoonde wereld. Alwaar ik verder ga met het mensen kijken.

Tot binnenkort. Groetjes. Christel

60. Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman.

Geschreven op woensdag 1 juli 2020. Hoogdag voor de Cultuursector. De dag waarop het podium terug open ging. (Alhoewel alle optredens preventief werden geannuleerd…) (Een dubbele gelaagde dag dus.)

Het voorbije najaar ergens in oktober 2019 was ik met mijn Dochter op Appetite To Discover reis naar Bergdorf Prechtlgut. (Een activiteit die ik nog altijd uitoefen, reisbestemmingen en verblijfplaatsen testen en er dan een verhaal over schrijven…). We waren in een bont gezelschap van jonge schrijvende en fotograferende mensen uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. We haalden ons beste Duits en ons betere Engels boven en traditioneel zoals dat gaat op schrijfreis werd er ‘s avonds na een volle dag fantastische activiteiten met een apero en een glas wijn duchtig over en weer gefilosofeerd.

Een jong samenreizend schrijvend koppel vroeg mij – de toen nog net niet 50’er – hoe mijn toekomstdromen er uit zagen. Ik moest even nadenken. Ik heb geen dromen meer, zei ik uiteindelijk. Ik ben jong beginnen leven en ik heb eigenlijk alles bereikt wat ik wou bereiken. Ik heb geen grote verwachtingen voor de toekomst of zaken die ik perse nog moet bereiken. Ik ben tevreden. Vandaag is het leven aan mijn kinderen. Ik word gelukkig door het volgen van hun ontwikkelingen. Er hoeft niets meer meer. Het enige waar ik echt nog van droom is het schrijven van een boek. (En het signeren ervan op de boekenbeurs, al is dat met de annulering van alle beurzen alvast één droom die op korte termijn niet te realiseren is.)

Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman. Het is het begin van het einde van de beleving en de verwondering. En hij richtte zich tot zijn vriendin die hij binnenkort ten huwelijk zou vragen. Höre nie auf zu träumen, zei hij tot zijn vriendin. And please don’t ever talk about starting to write a book.

Zijn uitspraak zette mij aan het denken, zo gaat dat tijdens met alcohol overgoten filosofische gesprekken. En ik dacht aan de podia waarop ik had gespeeld en de columns die ik had geschreven en aan hoeveel voldoening ik uit deze onvoldoende betaalde activiteiten had gehaald. Ik dacht aan hoeveel meer ik nu werkte en daar ook wel voldoening uit haalde en meer inkomen dan vroeger maar hoe veel verder weg ik van mezelf stond dan ooit.

We zijn aan Corona-Chronicle nr. 60. Er is veel gebeurd de voorbije maanden. Veel gezegd en veel geschreven. Maar we zijn gestart hier met een goed voornemen. Met het voornemen de tijd te laten stilstaan en te ondergaan, een stap terug te nemen en terug te keren naar onze eigenste inner strenght.

Het boek zal ik schrijven. Dat is geen oudewijvendroom van mij maar een jeugddroom. Maar als er één iets is wat deze lockdown mij heeft geleerd, is dat ik moet terug keren naar het podium. The stage is mine. Daar leeft mijn echte zelf. Voor, achter en op het podium. Dit is geen midlifecrisis. Die is tussen 40 en 50 in stilte en al feestende gepasseerd. Dit is ik.

Met deze wijze woorden die gepaard gaan met een grote innerlijke opluchting neem ik hier een break in mijn Corona-Chronicles. Corona is nog lang niet voorbij. Mijn Chronicles ook niet. Maar voor de heropflakkering komt, ga ik eerst even een tijdje de offline wereld in. Nu het weer mag. Beetje bouwen aan de ontwikkeling van mijn dromen.

Tot schrijfs.

Als muzikale uitsmijter hier… mezelf. Op een tekst van Koen Mattheeuws, muzikale begeleiding van Ron De Rauw en coaching van Philippe Verkinderen. Het applaus dat ik na dit optreden kreeg, was – op klassiekers zoals trouwen en kinderen krijgen na – één van de gelukkigste momenten uit mijn leven.

Het lied gaat over mijn angst voor oude mensen in de supermarkt. Het zou zowaar vandaag geschreven kunnen zijn.