Categorie archief: Appetite to Discover – Food & Travel

Christel reist, eet en ontdekt

Over hotels. Kabouters. En woensdagen.

Ik ben een krak in het uitkiezen van fantastische hotels. Prijs/kwaliteit top en schitterend gelegen. Volgens mij normen.

Vandaag slaap ik in Buitenplaats Bergse Bossen in Driebergen nabij Utrecht, in het centrum van Nederland dichtbij al mijn klanten. Het is de derde keer dat ik hier logeer, of de vierde. Soms tijdens mijn bezoek, als ik tijd heb, wandel ik een paar meter het bos in. Vandaag niet. Het is al donker bij aankomst en straks nog donker als ik terug vertrek. Ik durf alleen het bos niet in. Bang dat de kabouters me zullen ontvoeren, meenemen en voor hen laten koken. Iets wat ze zich snel zouden beklagen. Alhoewel. Ik heb veel ervaring opgedaan de voorbije jaren. Het zou misschien nog meevallen. En ik heb nog groetenpatés in de koeling van mijn wagen zitten. Misschien kan ik ze daar wel zoet mee houden. Of net niet. Eigenlijk zou ik het niet erg vinden om voor de kabouters te koken. Als er maar cava is.

Gisteren was er geen cava. En geen bos en dus geen risico op ontvoering. Mijn hotel dat op de website een oase van rust beloofde, met zicht op weides en water, was gelegen tussen de autosnelweg, de treinsporen en de hoogspanningskabels. Misschien was het er vroeger rustig. Het restaurant was gesloten. In de minibar enkel bier. Ik had gelukkig om 14u een fishburger in de MacDonalds gegeten. Ik had nog een eviaantje bij me. En er lagen 2 stukjes chocolade als welkomsgeschenk ik mijn kamer. De treinen en de auto’s waren stil ’s nachts. Of ik heb ze toch niet gehoord. Ik heb geslapen als een roos. En het ontbijt was over-overheerlijk. Uiteindelijk toch een tophotel.

Vandaag is er een Prosecco. En een glaasje Chardonnay. Een zalmmoot met pastinaak crème, frietjes in de schil en – halleluja – zoete Hollandse mayonaise. Alleen al daarvoor ben ik graag op bezoek in Nederland.Straks kruip ik onder de dons met twee hoofdkussens. Ik lees verder in Het Complot van Laken. En ik doe nog een Netflixje. Wendesday. Aflevering 5. Essentiële televisie en een katapult terug in de tijd.Bij deze een warme oproep aan iedereen die met televisie en streamingsites bezig is om The Addams Falily heruit te brengen. En Lost. Maar dat is een ander verhaal. Voor een andere keer. In een ander hotel. En een ander bos.

 

Nieuw en leutig : de GR1 31

We zijn gestart aan een nieuw wandelavontuur. Na de GR5a rond Vlaanderen en de GR128 door Vlaanderen hebben we vandaag etappe 1 gewandeld van de GR131 diagonaal door West-Vlaanderen. Een tocht van 148km. Een ideale afstand dicht bij huis om de wintermaanden mee door te komen. Kwestie van in beweging te blijven.

We spelen een thuismatch met deze wandeling. De GR131 start op de voormalige stadswallen van Damme, op 10km van onze deur, en trekt tijdens zijn eerst kilometers via het hinterland naar Moerkerke voorbij de Ruitershoeve, zowaar de plek waar Echtgenoot en ik aan elkaar werden gekoppeld. Een leutig gebeuren dat zich afspeelde tijdens het vieren van mijn verjaardag zo’n 26 jaar geleden.

Ook vandaag is het leutig. Wandelen is een trage manier van zich voortbewgeen met meer babbelmomenten onderweg dan tijdens het fietsen. We ontmoeten trouwers en een fotograaf, een oude man met een jong hondje, we kijken naar een vaart vol meerkoetjes en maken een praatje met 2 paarden.

Na Moerkerke gaat het via paden en padjes langs waterwegen richting Donk, een gehucht behorende tot de gemeente Maldegem, waar wij zover onze herinnering zich strekt nog nooit een stap binnen hebben gezet. We besluiten dat Donk ons eindpunt wordt voor vandaag. Wij nestelen ons in de gezellige warmte van Bistro ‘t Pleintje, waar Echtgenoot zich opwarmt aan het lokale bier genaamd ‘t Pleintje terwijl ik nip aan mijn Kirr. We smullen van gegrilde beenham met een verse tartaar.

Ondertussen raakt zowat de hele bistro met elkaar aan de praat. Een koppeltje dat 60 jaar is getrouwd, een veearts die recent op pensioen is, een tweetal dat in Zeebrugge woont en wij. Twee wandelaars uit Ramskapelle Knokke-Heist en hun Petit Chien.

Dicht bij huis op de GR131 zijn we helemaal thuis.

Meer weten over GR-wandelen : http://www.groteroutepaden.be

 

Een zondagavond in oktober. Ik heb een tafel in het restaurant van een hotel gelegen op 5 km van mijn werkplek van morgen, bijna 300 km van thuis. Het hotel is gelegen middenin de bossen. Omringd door wandelpaden en fietsroutes. En door een terras met zicht op de vijver. Het is donker. De zwanen zitten al op stok. Of zo. En ik zie dus niets. Ik heb genoten van mijn prossecco en van mij boek en van het nog halfwarme broodje met boerenboter en tomatentapenade. Die laatste is te zoet. Ik ben per slot van rekening in Nederland. Het hotel is niet prijzig. Ik beheers de kunst top prijs-kwaliteit hotels te selecteren. Jarenlange ervaring. Maar ’t is wel 4 sterren. En het restaurant is navenant. Ik heb 2 gangen van de menu geselecteerd. Met bijpassende wijnen. Ik geniet zonder overdrijven. Fun zonder te vergeten dat ik hier ben om professionele redenen.

De jongedame die me bedient vraagt of ik de wijn wil proeven. Ze heeft me net een verhaal verteld over druiven en Franse regio’s waar ik maar voor de helft naar heb geluisterd. En waar ik dus niets van heb geabsorbeerd. Ik neem een bescheiden slokje van mijn glas nadat ze uit mijn zicht is verdwenen. Heerlijk zachte rode wijn. Precies zoals ik het graag heb.

De man van het Duitse koppel aan de tafel schuinrechts stuurt hun Sauvignon bij het voorgerecht terug. Ik ben er zeker van dat zijn ingebeelde kurksmaak volledig afwezig was. Ik krijg een kuip van een glas rode wijn van mijn dienstertje.De schuinrechts buurman moet het doen met een nipje.

Ik ervaar zowaar een culinair orgasme als mijn parelhoen wordt geserveerd. Die is vergezeld van gestoomde herfstgroentjes en een heerlijke wildsaus. Met een in een soort van vinaigrette verdronken koolslaatje. En van frietjes. En van die fantastisch zoete mayonaise/frietsaus die ze alleen in Nederland kunnen maken. Fijnproevers gaan die Nederlanders – op een paar uitzonderingen na – nooit worden. Maar in het combineren van frituurkost met restaurantgenoegens zijn ze een krak. En hun zoete mayonaise is gewoonweg onnavolgbaar.

Straks krijg ik nog meer zoetigheid vergezeld van zoete wijn en kruip ik in een gigantisch groot bed met 4 hoofdkussens elk ervan variërend in hard- en zachtheid van zijn binnenvulling. Ik zal de zoetigheid doorspoelen met een halve liter plat water – spa blauw zoals ze dat hier noemen en gelukkig is het geen spa wat dàt zou me nog meer kunnen misvallen dat het glaasje Sauvignon van schuinrechts.

Fijne avond. Slaapwel. En tot morgen. Of zo.

Bretagne, vakantie en hoe dat voelt

“Est-ce que je vous coupes les têtes?” Met een zwier en een élégance waar alleen Franse visverkoopsters weg van hebben, biedt de dame mij aan de – gelukkig al dode sardines – te onthoofden. “S’il vous plaît,” antwoord ik haar in toeristenfrans. Het wegkappen van de staart, voorzichtig opensnijden van de onderbuik en verwijderen van de ingewanden, doe ik straks zelf, erin bedreven als ik ben. Geleerd van mijn vader. Net zoals garnalen pellen. Zijn opvoeding bestond in essentie uit iets met eten. Met de sardines bestellen we ook nog een handvol bulots en ontdooide gekookte roze garnalen. Niet de beste kwaliteit maar soit. Een lekkere amuse-bouche voor met de vin pétillante vanavond.

Een kraampje verder bestellen we twee stukken witloof – endives – en wat prei. Een mooie, grote, knalrode tomaat. Ik koop nog 3 haarlintjes voor 5 euro. Een must gezien de 2 stuks die ik had ingepakt, verloren zijn in de stacaravan. Nochtans maar een living met open keuken, slaapkamer en badkamer met wc groot. Ook de zonnebril van echtgenoot is zoek. Wonen er muizen in onze caravan? Vooralsnog niet. Onze tiny verplaatsbaar huisje dat we hier in Yelloh Village La Baie de Dourarnenez een week mogen bewonen is splinternieuw en zoals we kunnen vaststellen nog nooit bewoond. Zelfs de messen snijden nog.

We installeren ons op het terras van de tegenover de markt van Tréboul gelegen bar tabac. Het is 11 uur. “Ik heb geen zin meer in koffie,” zegt de echtgenoot. We bestellen 2 glazen witte wijn. “Chardonnnay, Sauvignon, Pinot ou est-ce que vous voulez…” Een glas witte wijn bestellen in Frankrijk is geen vanzelfsprekendheid. We gaan voor de Sauvignon. De 2 goed gevulde glazen kosten ons 4 euro. We kijken mensen terwijl we nippen van onze vroege apero. De man van de bar tabac is kaal, draagt 2 oorbellen en kent iedereen. Hij begroet ‘papa’ met een handdruk, een vaste klant met een zoen. Hij helpt een niet heel zuiver in het hoofd vrouwmens en 2 honden terug op weg en groet en babbelt met iedereen die zijn plankier voorbij stapt. Wij kijken en lachen. Wij zijn op vakantie.

Even wegdromen naar The Cotswolds

Wat kan een mens op deze natte winderige Paasmaandag van 2021 meer doen dan dan even wegdromen naar pre-Brexit en pre-coronatijden toen reizen naar Engeland nog een vanzelfsprekendheid was?

The Cotswolds, met zijn glooiende heuvels, uit zandstenen opgetrokken huizen en kastelen met overweldigende tuinen worden vaak het echte idyllische Engeland genoemd. Met stip een van de mooiste tuinen die ik er ooit heb moge bezoeken is de Hidcote Manor Garden, een arts & crafts landschapstuin, het levenswerk van Lawrence Johnston.

De tuin is opgedeeld in een reeks ‘buitenkamers’ met elk een eigen karakter. Lawrence Johnston was gepassioneerd door planten. Hij deed eindeloze moeite en kosten om ongebruikelijke variëteiten te vinden die kleur, geur, vorm en textuur in de tuin zouden brengen. Zijn ideeën deed hij op tijden plantenjachtreizen over de hele wereld.

Zelfs in de prille lente – vandaag dag op dag 4 jaar geleden – was het prachtig om zien. Dit ook met dank aan de zon die rijkelijk van de partij was. Dat is voor mij een vanzelfsprekendheid. Het regent namelijk nooit als ik naar de UK ga. En dat we terug gaan, dat is een vaststaand feit. Ooit. Voor wie ook wil, adviseer ik graag http://www.beautifulbritain.be. Specialisten in het organiseren van reizen naar de het great Groot-Brittannië. Enjoy the ride.

Wat vind jij van het toiletrecht?

Tijdens mijn kilometerslange wandelingen gebeurt het wel eens dat ik dien te plassen. Nu heb ik geluk. De meeste stukken van mijn Gr5a-wandelingen lopen doorheen bossen, velden en natuurgebieden. En ik ben van het principe, als de dieren in de natuur mogen plassen, dan dit mensendier ook. Ik heb zelfs al een hele techniek ontwikkeld waarbij ik door te leunen tegen een boom niet meer tot helemaal beneden moet hurken. Zo heb ik het probleem van het terug recht krabbelen helemaal weggewerkt. #trots #waarisdentijddatikpuuropbuikspierenallthewaydownkonhurkenenterug.

Ik ben gaandeweg ook een hele grote fan geworden van werftoiletten. Er is geen dorpskern in Vlaanderen waar niet wordt gewerkt en bij elk werf hoort een toilet. Blijkbaar is de tijd dat werkmensen gewoon bij de buren gingen plassen en zo, uit onze maatschappij weggewerkt, net zoals zovele andere gewone blijken van dienstbaarheid en vriendschappelijkheid. De voorbij 27 wandelingen heb ik slechts 2 werftoiletdeuren geopend die ik onmiddellijk terug heb dichtgegooid. Voor de rest kraaknet. En zo laat ik ze ook weer achter.

Tijdens de Kerstvakantie had ik stress. De wandelpaden deden meer dorp aan dan natuur. En alle, maar dan ook alle werftoiletten waren ter gelegenheid van het bouwverlof op slot. Verder heb in ook al mogen vaststellen dat de meeste stationstoiletten, de toiletten op begraafplaatsen en deze van onthaalcentra van natuurgebieden op slot en grendel zijn of waren. Het ergste wat ik heb meegemaakt was onderstaande. Een toilet waarvan beleefd doch met aandrang werd gevraagd deze niet te gebruiken.

Het ontnemen van ons toiletrecht vind ik eerlijk gezegd beschamend. Ontmenselijkend. Een misselijkmakende bijwerking van de Corona-maatregelen. Al voeg ik er volledigheidshalve nog dit aan toe. Een enkel toilet was gesloten ter preventie van vandalisme. En de toiletten van de stations zijn gewoon gesloten omdat de NMBS vergeten is wat het woord dienstverlening betekent.

Reizigers, de nieuwe melaatsen, het nieuwe uitschot, de nieuwe divergents van 2021

Het lijkt wel of de virologen en de beleidsmakers ten tijde van Corona continu op zoek zijn naar een nieuw schaap om te slachten. Om te offeren aan hun übergod, de god der virussen. Om hem gunstig te stemmen.

De eventwereld hebben ze al geëlimineerd. Daarna mocht alles wat cultuur, zelfs in gigantisch grote zalen gevuld met slechts 30 man, eraan geloven. Met je gezin op restaurant mocht plots ook niet meer. De winkels mochten wel open want jah… we moeten toch iets te eten en te drinken hebben en we hebben schoenen nodig om onze ellenlange wandelingen mee te maken, iets wat ik trouwens heel graag doe. Nu hebben ze de kappers en schoonheidsspecialisten gepaaid met een heropening net voor Valentijn. De kanttekening dat dit maar definitief beslist wordt op 5 februari, wordt straal genegeerd.

Er is maar één zondebok meer over die ze verder kapot kunnen maken. De reissector. De reissector die traag wordt gewurgd, die een ‘Blood Eagle’ ondergaat , stil schreeuwend zoals in de finalescène van de tweede jaargang van Vikings, aflevering 7. (Soms regent het teveel om te gaan wandelen, dan las ik een dagje bingewatching in). Nu de rug open gesneden is en de ribben gebroken, komt de laatste fase van het terecht stellen van de reisorganisatoren in beeld. De longen worden uit het lichaam gerukt en tentoon gespreid op de schouders van de knielende mens.

Het is niet dat je niet meer mag reizen hé. Diplomaten mogen zich wereldwijd verplaatsen. Alsof hun diplomatieke onschendbaarheid hen ook tegen het virus beschermt. Je mag in het buitenland op familiebezoek, met je lief gaan vrijen of gaan werken. Je mag naar school of over de grens gaan shoppen als de bakker daar dichterbij is dan in eigen land.

Het enige wat niet mag is recreatief reizen. Voor je plezier. Gaan skiën bijvoorbeeld, een sport in buitenlucht. Wandelen. Aan de andere kant van de wereld op het strand gaan liggen. Verboden. Ook niet als je je aan alle coronavoorzorgmaatregelen houdt. Ook niet als je je voor en na laat testen. Ook niet als je voor en na in quarantaine gaat. Nope. Het is per ministerieel besluit verboden op enige manier van het leven te genieten. En dat nu al bijna een jaar lang.

Als er ooit eens groepsimmuniteit zal zijn. Als ooit een werkend vaccin over de volledige bevolking verspreid zal zijn. Als ooit contacttracing op punt zal staan. Als ooit sneltesten wijdverspreid zullen circuleren. Als er ooit centrale covidcentra zullen zijn. Als ooit virologen en politici zullen stoppen met angst zaaien.

Als, als, als, …

Zal de knielende, langzaam stikkende en doodbloedende mens dan ooit nog de kracht vinden om op te staan?

Geschreven dag op dag een jaar nadat ik op het Vakantiesalon in Antwerpen een lezing mocht geven over internationale foodtrends. En daarover mocht vertellen bij De Madammen van Radio 2.

Vilvoorde kleurt meer dan alleen je dag

Als er één iets is wat ik tijdens mijn voorbije GR-wandelingen heb geleerd, is het niet alleen dat Vlaanderen is volgebouwd als gek. Het is ook dat er tussen al die volgebouwde gekte enkele pareltjes bewaard zijn gebleven en hier en daar in ere zijn hersteld.

Zo moest ik zeer geruime tijd geleden beroepshalve bij de Kamer van Koophandel in Vilvoorde zijn. Gelegen langs een van de vele afritten van de ring rond Brussel. Middenin de drukte. Middenin het verkeer. Net naast de gebouwen van VTM. Een eindje van het Kleurt-je-Dag Plein. (I know. De originaliteit van de straatnaamgevende commissies is eindeloos.) Ik was te vroeg op afspraak, natuurlijk, zoals altijd. Het was het uur van de middagpauze. De zon scheen. Dus dacht ik, ik wandel eens een toertje rond dit ‘Kleurt-je-Dag Plein’. Dit bracht mij tot bij enkele aangename bevinden.

Zo heb ik ontdekt aan het VTM-gebouw via een holle weg het Holle Wegenwandelpad vertrekt, een suggestieroute op het wandelnetwerk Brabantse Kouters doorheen de vallei van Tangebeek, een moerassig natuurgebied.

Verder kuierend merkte ik dat de paden rondom VOKA en VTM leiden tot domein Drie Fonteinen, tevens het eindpunt van het Holle Wegenwandelpad. Het Parkdomein Drie Fonteinen, 50 ha groot, is een van de grootste landschappelijke parken van België met onder meer een Engelse landschapstuin en een Franse tuin, geïnspireerd op de tuinontwerpen van Versailles. Het kasteel zelf is verdwenen maar het koetshuis met stallingen staat er nog, en de oranjerie. En in goede dagen – op moment van schrijven dus niet – is er zelfs een bistro/restaurant met feestzalen waar we de Bourgondiër kunnen uithangen en party’en all night long.

Grootste verrassing van de Drie Fonteinen vond ik, was de ‘Komatsu Landscape Garden’, een Japanse tuin die in miniatuur de natuurlijke omgeving van de stad Komatsu weergeeft, inclusief de omliggende bergen en meren. Ik verneem zelfs dat alle blikvangers (de brug, de lantaarn, de ‘tsukubai’, de wegwijzer, …) van Japanse makelij zijn en per schip naar België werden vervoerd.

Zowaar, zowaar. Mijn middagpauze rondom de Kamer van Koophandel, bracht mij van VTM naar Holle wegen naar Engelse, Franse en Japanse tuinen. En dat allemaal op een plek die we normaal aan 120km voorbij vliegen. Als dat geen rijkgevulde lunch was.

Ook nieuwsgierig of ook eens in de buurt? Meer weten? Neem een kijkje op www.toerismevlaamsbrabant.be en www.dedriefonteinen.be

Have fun!

78. ‘Belevering’ en ‘Verwinkeling’, de nieuwe trends in Foodservice. Hebben we dat wel nodig?

De online versie van het Nationaal Foodservice Congres 2020 was een boeiende drieëneenhalf uur scherm kijken. (Weliswaar niet goed voor mijn ogen. Wel zeer informatief.) Twee trends kwamen op het congres duidelijk naar voren.

‘Belevering’ is de eerste. (Oh ironie, de autocorrector op mijn iPad maakt hier ‘belegering’ van.) Deze sector/dienst was al aan een opmars bezig in ons Belgenland. Met Corona als accelerator is die nu aan het boomen. Hier in mijn graafschap Knokke-Heist gaan we nog vaker zelf onze kant-en-klare maaltijden bij de slager/traiteur halen. In de ‘grootsteden’ vliegen delivery diensten met fiets en brommer en gewapend met gps en allerhande ingepakte etentjes de stad rond. Het te laat leveren van een drooggebakken pizza is daarbij al lang niet meer van deze tijd. Hele culinaire menu’s kan je de dag van vandaag aan huis geleverd krijgen. Vaak bereid in de nieuwe zogenoemde ‘dark kitchens’, keukens zonder restaurant maar mét een Deliveroo samenwerking.

Andere trend in de wereld van de Foodservice blijkt de ‘verwinkeling’ te zijn. ‘Verwinkeling’ is een fenomeen waarbij retailers zich op het pad van de foodservice begeven. Jawel, ook de retailers wagen zich nu aan de take-away en de delivery van – ik citeer – ‘kwaliteitsmaaltijden aan lage prijzen’. De komst van de onbemande winkels in hotels is er een praktisch voorbeeld van. Onpersoonlijk, dat wel, maar wel zeer handig in Corona-tijd.

Ik vind beide fenomenen – ‘belevering’ en ‘verwinkeling’ -benauwelijk, in de zin van gevaarlijk. Als we minder op restaurant zullen blijven gaan – nu hebben we natuurlijk even geen keus maar het ziet er naar uit dat de sector van de ‘belevering’ zal blijven groeien ten nadele van het restaurantbezoek – zal de druk op de restaurateur om zijn klant nog meer dan vandaag een top beleving te geven alleen maar toenemen. De grote sterrenchefs zullen de vraag naar de hoge eisen wellicht overleven. De betaalbare fast casuals door hun focus op beleving aan lage prijzen ook. De doorsnee bistro zal het mes op de keel krijgen. Als hij zich niet – en daar krijgen we het moordende woord – professionaliseert – zal hij stilletjes verdwijnen. De term ‘professionalisering’ viel tijdens de drieëneenhalf uur voor het eerst toen over de cafés werd gesproken. Er zijn er teveel, werd gezegd. Ze hebben de witte kassa nog niet ontdekt. En ze zijn niet ‘professioneel’. Met andere woorden of zo interpreteer ik dat toch. De dorpscafeetjes moeten eruit. Ik werd bijna misselijk. Immers. Professionalisering gaat ten koste van charme. Altijd. Overal.

Het fenomeen van de ‘verwinkeling’ is zowaar een nog gevaarlijker trend dan de ‘belevering’. De ‘verwinkeling’ schakelt de foodservice helemaal uit. De retailers zijn al groot en machtig en kunnen vanuit hun positie aan minder dan laagste prijs producten aankopen. Als zij nu ook nog zelf gaan take-away en delivery gaan organiseren, schakelen zij de hele foodservice sector uit. Bye Bye Horecagroothandel. Bye Bye werkgelegenheid. Welkom aan de prijzenslag. Misschien bent u als consument wel blij met lage prijzen. Maar weet dat niemand voordeel haalt uit een laagste prijs die op termijn de economie niet ten goede komt.

Mijn iPad was met zijn belegering nog niet zo verkeerd.

79. Zeg nooit zomaar rokje tegen een ‘skort’

Weekend! En dat wil zeggen dat Echtgenoot en mezelf er terug op uit trekken. Geen etentjes, geen weekendjes weg richting dichte of verre oorden. Nope. We gaan gewoon opnieuw een eindje stappen. GR5A route etappe 13 van Melsele naar … Antwerpen. Bericht aan ‘t Stad: here we come.

Mijn wandelrokje zal ik voor deze tocht – er staat 20 km op het programma – na 12 etappes uiteindelijk toch omwisselen voor een lange broek. Ik ben geplooid. In de tweede helft van november wordt het me toch iets te fris aan de blote benen.

Mijn rokje is trouwens geen rokje maar een Jack Wolfskin ‘skort’. Ik ben doorgaans geen merkenmens maar voor mijn ‘skort’ maak ik graag een uitzondering. Mijn ‘skort’ heeft een ingebouwde short en zit perfect. Het is licht, elastisch, vochtregulerend en is voorzien van een secret pocket om mijn bankkaart in weg te stoppen. (Zegt de omschrijving. Ik heb helemaal geen bankkaart bij op wandeling.) De ‘skort’ is speciaal ontworpen voor reizigers en wandelaars en ook een beetje voor avonturiers. Och, laat ons toch gewoon zeggen dat de ‘skort’ op mijn lijf geschreven is. Of voor mijn lijf gemaakt. Misschien zou ik het toch beter nog een keer aantrekken?