Lest we forget

Maandag 11 november 2019

Lest we forget.

Laten we niet vergeten dat vandaag 101 jaar geleden een einde kwam aan een oorlog die het leven kostte aan 18 miljoen soldaten en 20 miljoen burgers.

We hebben ze herdacht vandaag in stilte en met muziek. Muziek van onder andere de door ons zeer geliefde For Freedom Pipes & Drums. Hun kostbare muziekinstrumenten nat geregend en iedereen gezamenlijk innerlijk bevend van de kou maar niemand gaf een krimp. We luisterden naar gedichten en naar de namen van de gesneuvelden uit Knokke, Heist, Westkapelle en Ramskapelle. Ik had mijn Dochter dicht bij mij en koesterde haar aanwezigheid en betrokkenheid.

Lest we forget.

Gisterenavond ging het er iets luider aan toe. Gisterenavond was ik Antwerpen op een concert van wat je hard core-alternative-punk-rock-metal zou kunnen noemen maar eigenlijk niet in een vakje te stoppen valt. De band zegt zowat hetzelfde als hetgeen we vandaag in stilte hebben gezegd. Maar ik ben een extravert persoon. Ik zeg het ook graag luid. De band ook. Vandaar de klik, waarschijnlijk. De frontman, Jason, had het in zijn tussenspeeches over racisme en over hoe fantastisch hij het vindt dat hij als niet-blanke Amerikaan hier veilig in ons Europa kan rondspringen op en rond podia verspreid over de verschillende wereldsteden, terwijl dat in zijn thuisland voor hem iets moeilijker ligt. Ik had mijn Zoon dicht bij mij en koesterde zijn aanwezigheid en betrokkenheid.

Lest we forget.

Ik verneem net dat in Bilzen de brand in het voormalig woonzorgcentrum dat binnenkort dienst moet doen als tijdelijk asielcentrum, opzettelijk werd aangestoken.

Niet aan Jason zeggen aub. Dat het hier in Europa ook shitty aan het worden is, of is.

Lest we forget.

For our Sons & Daughters.

Over mindfulness en hoogtevrees en Bergdorph Prechtlgut

Ik ben een beetje aan het relaxen in mijn berghut van Bergdorf Prechtlgut in Wagrain, Salzburgerland, Oostenrijk. Heb net een kruidenworkshop achter de rug waarbij we als echte heksen geleerd hebben de inhoud van verschillende potjes om te toveren tot badzout en bodycrème. De Alpentirolermuziek klinkt door bijna het ganse dorp. De bergen luisteren geamuseerd mee. Dochter selecteert uit haar uitgebreide collectie dé foto die haar het meeste aantal likes zal opleveren. De Achtzahmkeitstraining van gisteren indachtig focus ik me op het nu. Op het getik van mijn vingers over het IPad klavier. Op mijn voeten die haaks op elkaar rusten op de zachte dons.  Op het straaltje zonlicht dat over de bergtop heen mijn kamer binnenvalt.

Dochter heeft ook voor mij een paar foto’s uitgekozen. Één waarbij ik als een queen op mijn balkon sta te zwaaien naar de rest van ons reisgezelschap beneden. Één waarbij ik sta te roeren in de kruidenpot. Één waarbij ik in beeld kom met de man waarvan zij van dag 1 beweert dat hij een oogje op mij heeft. Zo flatterend.

Ik ben blij met mij. Dat was gisteren wel eventjes anders. Op weg naar de Eisriesenwelt moest er een stukje baan afgelegd worden richting 1775meter hoog. De weg was zeker 2 meter breed en veilig omringd door iets waar ik niet spontaan door zou vallen, zelfs al zou ik beginnen flippen. Toch heb ik op weg naar boven opnieuw doodsangsten uitgestaan. Mijn dieptevrees zit er bij mij zo diep ingeworteld dat het te pas en ten onpas volledige controle van mijn lichaam overneemt. Frustrerend is dat. Beschamend. Opgeven staat echter niet in het woordenboek. Aan de hand van mijn dochter, met mijn blik op mijn voeten gericht, ver weg van het zicht op de diepte ben ik boven geraakt. Daar wachtte de beloning. Wandeling in de grootste ijsgrot van de wereld. Een mens is niets in vergelijking met wat de natuur kan.

Zing een liedje, vroeg ik mijn dochter op weg terug langs de diepte. Ik heb Spotify zei ze. Nog geen twee Twentyone Pilots songs later waren we alweer in de voor mij veilige zone.

Een mens kan meer dan hij denkt.

Zolang er zon, muziek en kinderen zijn.

Het rampverhaal NMBS…

“Wat in de Alpen kan, moet ook aan de Noordzee kunnen.”

Dat is zowat de conclusie van Christian Leysen in zijn opiniestuk over het openbaar vervoer van de toekomst in De TIjd. Het openbaar vervoer in België moet ‘Zwitsers horloge op wielen’ worden.

Maar daar zijn we nog niet. Nog lang niet. Momenteel ben ik als het op treinreizen aankom vooral Belgisch Beschaamd. Ik zal het u illustreren met een voorbeeld.

Dochter en ik hebben recent een vliegreis naar Oostenrijk achter de rug. Ik weet, we hadden ook de trein of de auto kunnen nemen, maar ik vlieg graag. En ik ben nog niet in die fase dat ik me wil verontschuldigen voor het feit dat ik vlieg. Ik ben het nichtje van een piloot. Ik vind het een eer te mogen vliegen. Ik heb ook genoeg betaald voor mijn vliegreis. Geen €18. Daar kan een economie niet op leven. Toch ben ik zuinig geweest. Gezocht naar de meest voordelige vlucht op het meest voordelige moment. We moeten ook niet meer betalen dan nodig, vind ik. We zijn vertrokken op een vroege ochtend om 6am. Echtgenoot was taxi van dienst. Voor de retourreis Zaventem-Knokke-Heist kozen we voor de trein. Ik heb me daarbij schuldig gemaakt aan het niet vooraf boeken van mijn treinticket. Had ik vooraf geboekt, dan had ik gekeken en geplozen en gekozen, zoals ik voor mijn vliegtuigticket had gedaan. Ik vond dit voor de trein niet nodig.

In Brussels Airport Zaventem stond een redelijke rij aan de treinticketautomaten. Er was ook een loket.  Voor wie er echt niet aan uit raakte. Iedereen stond iedereen te woord. Belgische en internationale toeristen en business mannekes en vrouwkes hielpen elkaar met het ontwarren van de reeksen mogelijke tarieven die je kon kiezen voor je treinreis. Ik was beschaamd dat ik Belg was. Ik was beschaamd in dit overheidsapparaat. Ik heb uiteindelijk €42 betaald voor dat ritje naar huis van dochter en ik. Er waren wellicht goedkopere opties. Er waren zeker wel 10 verschillende opties. Allerhande promo’s. Een resem aan tarieven. Een wirwar aan mogelijkheden. Zo ingewikkeld dat je als consument alleen maar de conclusie kan trekken dat je bedrogen bent, wat je ook koopt.

Ons openbaar vervoer kent misschien nog niet de stiptheid van een Zwitsers uurwerk, maar vast en zeker wel al de prijs.

 

 

Kom je mee ontbijten?

Beste lezers,

Een beetje engagement is mij niet vreemd, dat weet u. Dat dit beetje engagement zou ontaarden in een politiek engagement, daar heb ik vorig jaar menig vriend en vijand mee verrast. Of net niet. Anyway. Zonder engagement geen leven en alhoewel ik heel graag mijn commerciële job uitvoer, is dit voor mij niet genoeg. Vandaar. Engagement.

U weze welkom om dit met mij te delen. Bijvoorbeeld op het ontbijt van de Open Vld Knokke-Heist:

 

Open VLD Knokke-Heist nodigt U en Uw familie, vrienden en sympathisanten uit op ons 4de

BLAUW CHAMPAGNE ONTBIJT

Omdat samen ontbijten leuk is.

Op zondag 17 November 2019 tussen 9.en 12 h in zaal de Branding, H. Hartlaan te Knokke-Heist

 

Deelname : 15 €

 

Reservatie via overschrijving op rekening
BE28 4732 1860 5120

Info : +32 473 890 070

 

 

 

 

 

 

 

To wash or not to wash… is that the question?

Er zijn 2 zaken waar ik mij aan erger in een  hotelbadkamer, een plek trouwens die nog erger is dan een hotelbed. Hoeveel poepkes hebben voor mij al op die wc gezeten, durf ik mij al eens af te vragen. Maar nooit voor lang, want het antwoord zou me smetvrees kunnen geven.

Maar ik erger mij aan 2 zaken dus. Plastieken douchegordijnen, al dan niet met schimmel. En afvoerputjes verstopt met het haar van andere mensen. Het plastieken douchegordijn heb ik vandaag niet. Het putje wel… Ik zal morgen dus met ongewassen haar thuis komen. Want dat is nog altijd properder dan de plek waar ik me zou kunnen wassen maar het dus niet zal doen.

Met andere woorden, het is een hotel met fake 4 sterren waar ik mag logeren deze week. 2 missers op een rij… ik peins dat ik dit weekend nog eens mijn caravan uithaal.

There’s no place like home, en home is waar mijn sleurhut staat.

Tot binnenkort.

In mijn hometown, online of elders.

Groeten

Christel

Vakantie in Zillertal? Zeker weten!

In gedachten al in zomerstemming…

Appetite To Discover

Het is de eerste echte dag van de herfst. Zondag 29 september 2019 en ‘it’s raining cats & dogs’. Winter is coming, maar nu nog niet. Ik geniet van de lege agenda om terug te blikken op vorige zomer én omdat het verlangen altijd mooier is dan de ‘consummatie’, begin ik met het plannen van mijn volgende zomervakantie. Veel planning zal er echter niet aan te pas komen want ik weet al precies waarheen ik wil (Oostenrijk, Zillertal, hotel Strass in Mayrhofen en met wie (man en kinderen, die jeugd van mij laat ik op zo’n reisbestemming niet meer thuis).

Ik weet ook wat het eerste gadget is dat ik me ter plaatste zal aanschaffen de ‘Zillertal Activecard‘ zal zijn. Echtgenoot en mezelf hebben ons knal geamuseerd met die kaart. Moet je weten, kaart gaf ons toegang tot alle liften, en er waren er twee nabij het…

View original post 119 woorden meer

Terug naar IBIS

Ik blijf een hotelbed iets vreemd vinden. Een bed waarin honderden mensen voor jou al hebben geslapen. Lakens die al duizenden keren gewassen zijn. Handdoeken waarmee telbare mannen en vrouwen hun gezicht en andere lichaamsdelen al mee hebben afgedroogd. Een mens zou er smetvrees van krijgen. Toch ga ik graag ‘op hotel’. Even verdwijnen in de anonimiteit. Een tijdelijke thuis opbouwen op een andere plek in de wereld dan je echte thuis. De stilte van de vreemde naast je.

De (sinds februari) nieuwe job brengt me geregeld ‘op hotel’ in de omgeving van mooie plekken rondom ons Belgenland. Toen ik op zoek ging naar een slaapplek tijden de Gastvrij Rotterdam beursdagen zocht ik iets nabij het centrum, niet te duur, netjes en comfortabel. Voor het eerst sinds mijn laatste werkdagen bij IBIS – ergens in 1998 – koos ik voor een IBIS. Ik zie dat er de voorbije 20 jaar veel veranderd is. Er is een automatische deur (dat was in mijn tijd alleen voor luxehotels), er zijn eitjes op het ontbijtbuffet (jaren over gezaagd), en jahoe… er is zelfs een (irritant) sprekende lift.

Één iets is niet veranderd: de onvermoeibare inzet van het personeel. Ze zijn ten allen tijde vriendelijk, behulpzaam en druk in de weer. Er is nog iets niet veranderd bij IBIS: de onaflaatbare besparingen op personeel. Het is dé reden waarom ik destijds de groep heb verlaten. Ik heb meegemaakt hoe de ontbijtdame haar job verloor, hoe mijn team werd ingekrompen, hoe telkenmale het takenpakket groter werd van eenieder die overbleef. Dit ten behoeve van de grotere winstmarges van de aandeelhouders. Vandaag bij IBIS hier in Rotterdam, een jong interieur, technologische nieuwigheden, maar je ontbijt ruim je zelf af en je kamer wordt 5euro goedkoper als je hem tussen 2 nachten in niet laat poetsen.

Geen wonder eigenlijk dat het hier aan de Rotterdamse grachten een voornamelijk jong publiek logeert, en dat het bordje op de kamerdeur vraagt ‘niet te roken en geen drugs te gebruiken’. IBIS met al zijn technologie was vroeger een hotel, vandaag een jeugdherberg. Lang leve de besparingen.