Categorie archief: Opinie

66. Why do we fall, Master Bruce?

Kaderend binnen de ziekenboeg update die ik had beloofd regelmatig te posten, moet ik u volgend verhaal vertellen.

Tijdens mijn studententijd, enkele decennia terug, woonde ik in een miniatuurkamer in een groot gebouw gelegen schuin tegenover de Kinepolis in Gent. Cinema’s die films uitzonden in tien zalen tegelijkertijd van vroeg in de namiddag tot in het begin van de nacht waren voor een meisje van de zee zoals ik, een nieuw en instant verslavend stadsfenomeen. Ik zag zowat alle commerciële films die ze in dien tijd draaide, werd verliefd op Jeff Bridges in The Fisher King, en op Michael Keaton. Die is voor mij tot op vandaag nog altijd de enige echt Batman. Tussenin slaagde ik ook nog voor al mijn examens in eerste zittijd. (Gun me dit bragging momentje, please.)

Ik voel met het verlopen van de film mijn innerlijke kracht altijd groeien, beken ik aan mijn Dochter tijdens een Moeder-Dochter zetelmoment met Batman Begins een paar dagen terug. (Christian Bale is ook best acceptabel als Batman.) Soms heb ik iets of iemand nodig om me aan mijn inner strenghth te helpen herinneren, zeg ik haar. Film helpt me herinneren. Muziek geeft me kracht, cultuur tout court quoi.

Dit ter inleiding van de ziekenboeg update. We hebben nog 12 dagen gips te gaan maar Dochter is al een pak mobieler geworden, lees creatief in het vinden van oplossingen. Zo kan ze met één hand oorbellen aan en uit doen, zich in een kleedje wringen, BH dicht doen, haar wassen en – praise the lord – zelfs het oksel scheren lukt alweer alleen. Ze is zaterdag gestart aan het theoretisch gedeelte van haar Instructeur B. Het springparcours dat ze voor haar praktijk moet afleggen zal niet voor nu in oktober zijn. Een strandwandeling met haar Davidje zit er binnenkort wel alweer in. Ze klaagt niet, ze zaagt niet en ze behoudt haar gevoel voor humor. Ze kan niet werken en niet sporten, dat stoort haar, zeker na die maanden van lockdown maar wat haar het meest frustreert, is dat ze niet kan auto rijden. Gelukkig heeft ze er vorige week een broer met een rijbewijs bijgekregen. (De broer had ze al. Het rijbewijs is nieuw.)

Om maar te zeggen beste lezer. Je inner strenght zit soms gewoon naast je in de zetel.

‘Learning to pick herself up’, heeft Dochter lang geleden zelf al geleerd.

65. Rondtsjolen in Tholen

Op klantenbezoek in Tholen een paar dagen terug. Ik draai een straatje in waar ik niet had moeten zijn en beland zo per abuis aan het jachthaventje. Ik parkeer de auto en neem een kijkje bovenop de wandeldijk. De aanwaaiende zeebries verlicht me van de bevangenheid en kortademigheid die inherent zijn aan de werkdagen bij 30°. Iets waar ik niet over klaag trouwens. Ik ben blij dat ik werk heb überhaupt. Dat kunnen er steeds minder mensen zeggen de dag van vandaag. Bovendien voelt mijn werkdag vandaag als vakantie. Mijn klanten-van-de-voormiddag waren razend enthousiast over mijn producten en ik ben daarbovenop beland op een onwaarschijnlijk mooie plek, een met middeleeuwste stadswallen omringd eiland waar elke wandelaar of fietser die je kruist een hartelijk Zeelandse goedenmiddag groet en Corona weliswaar een deel van het leven is maar deze niet overheerst.

Ik besluit mijn middagpauze niet door te brengen in de wagen en mijn yoghurt met granola te ruilen voor iets smakelijkers. Ik laat me verleiden door het terrasje verderop. Een Zeeuws appelsapje lest de dorst en voedt me met zoete vitamines. Een garnaalkroketje, geserveerd op huisgebakken toast, laat me de zee proeven. De erbij geserveerde saus – iets wat zou moeten stand houden tussen Cocktailsaus en Thousand Islandsvinaigrette – is het enige wat me niet kan bekoren. Ik bereid me in stilte voor op het verkoopspraatje dat ik straks bij het afrekenen zal houden. Mijn naam en telefoonnummer heb ik al achter gelaten en ik heb ook op erewoord bevestigd dat ik geen corona-symptonen vertoon. Mondmaskers heb ik hier nog niet gezien maar er is ook geen mens die me dichter heeft benaderd dan anderhalve meter. Zelfs niet de professionele jongedame die me mijn middageten heeft gebracht. Je moet niet in iemands nek hangen om hem een bord te overhandigen.

Het leven in Zeeland is goed, zo stel ik vast. En de extra portie zuurstof heeft me deugd gedaan.

62. Cultuur is goed voor je mentale gezondheid. Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit aub niet vergeten.

Nog meer dan een metalfan, ben ik een comedy-groupie. (Mensen die me kennen, weten dat er een verhaal zit achter deze afwijking.) Groupie zijnde, had ik tijdens de lockdown mijn comedy-friends – bekende en minder bekende acteurs die ik volg op facebook – beloofd dat van zodra ze opnieuw mochten en konden spelen – het is niet omdat het opnieuw mag, dat je ook opnieuw een podium en een publiek ter beschikking hebt – dat ik zou komen kijken. Niet alleen voor mij, omdat ik wegkwijn als ik niet op en om podia kan ronddwalen maar ook voor hen. Niet alleen omdat ik de acteurs en hun technici een inkomen gun. Met de opbrengsten van de kleine bubbels waarin ze mogen optreden tijdens deze zomer van 2020 zullen ze hun rekeningen niet betalen. Wel omdat ik het hen gun om terug op een podium te staan. Net zoals ik blij ben dat chefs terug achter hun kookpotten kunnen staan of hoeren achter hun vitrine. Ik ben ook blij dat ik terug aan het werk ben, achter mijn computer.

De eerste comedian aan wie ik ‘beloofd’ had om te komen kijken, was Han Solo, het alter-ego van Han Coucke die ik kende van Bevergem. In tegenstelling tot zowat de helft van de rest van de Bevergem-cast had ik Han Solo/Coucke/Koekie nog niet live gezien. Maar ik ben tijdens de lockdown zo vol bewondering komen te staan voor zijn 50 mobilhome corona-chronicles op YouTube dat het voor mij een must werd om zijn mobilhome optredens ook live te zien. Al was het maar omdat we fervent kampeerders zijn natuurlijk.

Echtgenoot en ik zijn helemaal tot Roeselare moeten rijden om hem live te kunnen bewonderen, Han en zijn klein broekje. (Echtgenoot heeft sinds hij met mij is getrouwd, al wat theaters moeten afslechten. En broekjes moeten bekijken. Gelukkig zitten er soms ook rokjes tussen.) ‘T Is niet dat Roeselare de andere kant van de wereld is natuurlijk, maar ‘t is wel halfweg de andere kan van West-Vlaanderen. Kleine moeite. Wat je thuis niet krijgt, gaat een mens op een ander zoeken. We kregen niet alleen Han Solo, we kregen ook het vreemde mannetje Karel De Rijcke, en sprookjesverteller Jeron Dewulf. Sinds ik gisteren zijn stukje show heb gezien verwacht ik nu elk moment dat onze hond Chloë in een soort van Antwerps zal beginnen blaffen als ze moet kakken. Dit terzijde.

Ik heb me de voorbije maanden veelvuldig afgevraagd hoe ik het gemis dat wij cultuurconsumenten zonder optredens voelen, zou kunnen omschrijven. Wat is het precies dat we missen.

Gisteren heb ik het antwoord gevonden.

Toen ik samen met het talrijk opgekomen publiek van alles samen 30 man (meer plaats was er niet), in mijn bubbel van twee (met echtgenoot weetjewel) , op anderhalve meter afstand van de andere bubbel én met mondmasker op, (only the good lord knows waarom je in het theater én afstand moet houden én een mondmasker moet opzetten. Het lijkt wel of alle politiekers met hun regels en regeltjes wraak nemen op eenieder uit de cultuurwereld die hen ooit eens iets verkeerd heeft gezegd.),

toen ik samen met die 30 man met als dirigent Han Solo gisteren op mijn stoel met mijn benen zat te zwaaien (amai die buikspieren), met mijn vingers ronddraaide (de middelste) en met mijn mondmasker op meezong met: ik ben/een marginaal uit Gistel/. … enz.

Toen wist ik het.

Katharsis.

Het was geleden van die laatste gulle lach die ik had losgelaten tijdens het laatste optreden dat ik had gezien van Steven Mahieu maanden geleden thuis in Knokke-Heist, dat ik nog heel mijn zijn had kunnen loslaten en zuiveren van alle stress die zich in de verschillende vezels van een mensenlichaam kunnen nestelen.

Katharsis.

Cultuur, in al zijn vormen. Of je nu van comedy houdt of van tristesse theater, van metal, alternative of klassiek.

Cultuur is goed voor je mentale gezondheid.

Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit alstublieft niet vergeten.

60. Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman.

Geschreven op woensdag 1 juli 2020. Hoogdag voor de Cultuursector. De dag waarop het podium terug open ging. (Alhoewel alle optredens preventief werden geannuleerd…) (Een dubbele gelaagde dag dus.)

Het voorbije najaar ergens in oktober 2019 was ik met mijn Dochter op Appetite To Discover reis naar Bergdorf Prechtlgut. (Een activiteit die ik nog altijd uitoefen, reisbestemmingen en verblijfplaatsen testen en er dan een verhaal over schrijven…). We waren in een bont gezelschap van jonge schrijvende en fotograferende mensen uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. We haalden ons beste Duits en ons betere Engels boven en traditioneel zoals dat gaat op schrijfreis werd er ‘s avonds na een volle dag fantastische activiteiten met een apero en een glas wijn duchtig over en weer gefilosofeerd.

Een jong samenreizend schrijvend koppel vroeg mij – de toen nog net niet 50’er – hoe mijn toekomstdromen er uit zagen. Ik moest even nadenken. Ik heb geen dromen meer, zei ik uiteindelijk. Ik ben jong beginnen leven en ik heb eigenlijk alles bereikt wat ik wou bereiken. Ik heb geen grote verwachtingen voor de toekomst of zaken die ik perse nog moet bereiken. Ik ben tevreden. Vandaag is het leven aan mijn kinderen. Ik word gelukkig door het volgen van hun ontwikkelingen. Er hoeft niets meer meer. Het enige waar ik echt nog van droom is het schrijven van een boek. (En het signeren ervan op de boekenbeurs, al is dat met de annulering van alle beurzen alvast één droom die op korte termijn niet te realiseren is.)

Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman. Het is het begin van het einde van de beleving en de verwondering. En hij richtte zich tot zijn vriendin die hij binnenkort ten huwelijk zou vragen. Höre nie auf zu träumen, zei hij tot zijn vriendin. And please don’t ever talk about starting to write a book.

Zijn uitspraak zette mij aan het denken, zo gaat dat tijdens met alcohol overgoten filosofische gesprekken. En ik dacht aan de podia waarop ik had gespeeld en de columns die ik had geschreven en aan hoeveel voldoening ik uit deze onvoldoende betaalde activiteiten had gehaald. Ik dacht aan hoeveel meer ik nu werkte en daar ook wel voldoening uit haalde en meer inkomen dan vroeger maar hoe veel verder weg ik van mezelf stond dan ooit.

We zijn aan Corona-Chronicle nr. 60. Er is veel gebeurd de voorbije maanden. Veel gezegd en veel geschreven. Maar we zijn gestart hier met een goed voornemen. Met het voornemen de tijd te laten stilstaan en te ondergaan, een stap terug te nemen en terug te keren naar onze eigenste inner strenght.

Het boek zal ik schrijven. Dat is geen oudewijvendroom van mij maar een jeugddroom. Maar als er één iets is wat deze lockdown mij heeft geleerd, is dat ik moet terug keren naar het podium. The stage is mine. Daar leeft mijn echte zelf. Voor, achter en op het podium. Dit is geen midlifecrisis. Die is tussen 40 en 50 in stilte en al feestende gepasseerd. Dit is ik.

Met deze wijze woorden die gepaard gaan met een grote innerlijke opluchting neem ik hier een break in mijn Corona-Chronicles. Corona is nog lang niet voorbij. Mijn Chronicles ook niet. Maar voor de heropflakkering komt, ga ik eerst even een tijdje de offline wereld in. Nu het weer mag. Beetje bouwen aan de ontwikkeling van mijn dromen.

Tot schrijfs.

Als muzikale uitsmijter hier… mezelf. Op een tekst van Koen Mattheeuws, muzikale begeleiding van Ron De Rauw en coaching van Philippe Verkinderen. Het applaus dat ik na dit optreden kreeg, was – op klassiekers zoals trouwen en kinderen krijgen na – één van de gelukkigste momenten uit mijn leven.

Het lied gaat over mijn angst voor oude mensen in de supermarkt. Het zou zowaar vandaag geschreven kunnen zijn.

 

59. Corona-toeslag in de Horeca?

En terwijl ik aan het schrijven ben, kunnen we maar verder schrijven. Dit is mijn relaas van maandag 29 juni 2020.

Ik zakte bijna door de bodem van mijn auto toen ik het nieuws op de Nederlandse radiozender 10 hoorde. Daar was één van de hoofdpunten de rekening van een Brusselse horecazaak. Die had het gewaagd per persoon een Corona-toeslag van 5 euro te rekenen.

Ik was op weg terug naar huis na een klantenbezoek in de omgeving van het prachtige Biesbosch. Nog meer dan in de periode voor Corona, was ook dit klantengeprek begonnen met het uitleggen van de gestoorde organisatie van ons land. Nu we al anderhalf jaar geen regering hebben en een zogezegd record aantal Corona sterfgevallen bijeen telden, hebben potentiële klanten nog meer België-duiding nodig dan voorheen. En daar kwam nu dit bovenop.

Ik was al blij dat het restaurant met Corona-toeslag in Brussel gelegen was en niet bij ons aan de kust. Het restaurant rekende deze taks aan om zijn personeel in dienst te kunnen houden, was hun verdediging. Puur bedrog is mijn verweer. De Horeca heeft geleden en lijdt nog. Maar ze hebben een BTW-reductie van 21% naar 6% gekregen. En we hebben hier in België zoiets uitgevonden als tijdelijke werkloosheid voor iedereen, waardoor werkgevers hun personeel helemaal niet hoeven te ontslaan. Tenzij je malafide bent.

Bovendien – en dit is voor mij de doorslaggevende reden – is de Horeca niet de enige sector die heeft geleden. We zijn met 1 miljoen werklozen geweest. We hebben serieus loonverlies moeten ondergaan. Het budget om uit te gaan eten is bij vele mensen met vele cijfers ingekrompen.

Ik heb alvast besloten dat wat nog rest aan budget te besteden bij restaurants die mij eerlijke gerechten aan correcte prijzen voorleggen. De opportunisten mogen hun lege terrassen houden.

Lekker betaalbaar garnaalkroketten op een Corona-proef terras in Ieper, zonder toeslag.

58. Mondmaskersgewijs op hotel

Dus mijn TUI-vakantie is geannuleerd en ik zal mijn congé payé spenderen dicht bij mijn Echtgenoot in ons Sleurhut. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet, nooit of niet meer op hotel ga. Ik zal zelfs meer zeggen. Ik ben op hotel. Vandaag. Voor het eerst terug sinds Corona.

Het zit zo. Zelfs voor kilometervreters als ik zit er een limiet op het maximum aantal kilometers dat je op één dag kan combineren met klantenbezoeken. Ik ben in Luxemburg mijn producten aan het uitrollen. Het zou al te gek zijn vanavond 300km naar huis te rijden en morgen 300km terug. Dus ben ik op hotel. In het godzalige gehucht La Gaichel alwaar ik een bescheiden kamer heb genomen in de Auberge. (Ik denk altijd aan de portemonnee van mijn baas…) (En ook aan mezelf. Ik neem altijd een hotel in het groen. Never in de city center.)

Nu ik hier zo zit met mijn iPad op mijn bed, in mijn kamer zonder aperitief ben ik ferm blij dat ik niet op hotel moet deze zomer. De mensen doen ongelooflijk hard hun best. Allemaal. Nog meer dan voor Corona, nu ze elke gast echt nodig hebben. Maar het is raar. Niet al in het minst ook omdat je overal, behalve zittend aan tafel of in de solitudine van je kamer, een mondmasker moet ophebben. Dat is hier in Luxemburg ook in de supermarkt het geval. En bij uitbreiding overal. Het is geen kwestie van ‘ik moet hem aandoen’ of ‘ik wil hem niet aandoen’. Het mondmasker wordt hier gedragen. Punt. Het is een vanzelfsprekendheid in het straatbeeld. (Onze burgemeester thuis zou daar heel gelukkig mee zijn.)

Gisteren had ik een conference call met een klant in Rwanda. (Te veel kilometers om heen en weer te rijden.) Alles is daar nog altijd pottoe. Je komt er je huis niet uit. En elke avond houdt de president een van peptalk overlopende motivational speech op televisie. Om het moraal van de bevolking op te krikken, zo zei de dame aan de andere kant van mijn computerscherm.

Verschillende landen. Verschillende bevolkingen. Onderhevig aan verschillende types leiderschap.

Dit gezegd zijnde ga ik nu verder de minuten aftellen tot het 19u is. Dan krijg ik eten. En met wat geluk ook een glas wijn. Aan apero doen ze hier niet. Bar closed tijdens Corona. Blij dus dat het vakantie aan Sleurhut wordt. In mijn eigen bubbel, in mijn eigen bed, met mijn eigen spulletjes rondom mij. En onder het alziend zorgend oog van mijn Echtgenoot die na zo’n werkdag als vandaag al lang een Bellini voor me zou uitgeschonken hebben.

54. Ik moet iets schrijven over Black Lives Matter

Ik heb niet graag in de VS gewoond. Meer zelfs. Ik vond het een rotland om in te wonen. Toen ik vertrok, dacht ik dat ik naar ‘the land of the hope and glory’ ging. De realiteit bezorgde me meer rillingen dan een koude douche.

De gezondheidszorg is er zo zwak en onbetaalbaar dat ik voor vertrek zelfs op mijn 22ste een volledige checkup moest ondergaan. Ik werd op het hart werd gedrukt dat ik tijdens mijn jaar ginder zeker nooit naar de tandarts mocht. De elektrische stofzuiger van het gezin waarvoor ik werkte was een oud, aftands ding dat dateerde uit de jeugd van mijn grootmoeder. Bij elke storm viel het geprivatiseerde elektriciteitsnetwerk uit. Het zelfredzaamheidsprincipe was zo groot dat ik ook maar zelfredzaam moest zijn toen ik met griep in mijn bed lag. De politieke discussies waren er zo oppervlakkig en halsstarrig dat ze maar bleven volhouden dat zij, the Americans, in een vrij land leefden met kansen voor iedereen en ik, de au-pair, uit een land kwam dat zij communistischer vonden dan gelijk welk Oostblokland. Dit enkel en alleen omdat ik had durven zeggen dat ik mijn studies mede had kunnen realiseren dank zij een studiebeurs. (Ik benadruk hier mede.)

De VS is een land voor de sterke. Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke.

Racisme is een vies beest dat wereldwijd aanwezig is. Door zijn geschiedenis en zijn hoge graad van self-fulfillement (sorry vind hier geen sterke vertaling voor) is racisme – net zoal alles er groter is dan elders – in de VS nog groter en sterker aanwezig dan bij ons. Een blanke politieagent die een ongewapende zwarte man vermoordt terwijl de collega’s er op staan te kijken, is er een terugkerend fenomeen.

Getuige de lange lijst. Say their names.

Tegen racisme, ginder en hier, MOET geprotesteerd worden. Op alle mogelijke manieren. Maar niet met geweld. Niet door massaal op straat te komen tijdens de Coronacrisis. Niet met georkestreerde plunderingen.

Black lives matter. Maar door alle shit-gebeurtenissen die momenteel aan de gang zijn, keren de steunbetuigingen zich volop tegen die mensen die net proberen te helpen. Ondertussen is de politieagent die dag en nacht zijn leven riskeert om ons te beschermen hier ook de dupe van. Er zijn zelfs gekken die zich in het hoofd hebben gehaald dat hij moet boeten voor de moord die een ander heeft gepleegd!

Laat ons a.u.b. niet toegeven aan nog meer racisme. Stop racisme. En stop het geweld. Want als we zo verder doen, hoeft extreem-rechts bij de volgende verkiezingen niet eens nog campagne te voeren. Ze krijgen de verkiezingsoverwinning zo in de schoot geworpen. En dat zal niets of niemand ten goede komen.

black lives matter

Als muziekbijdrage haal ik hier uiteraard Fever333 aan. Elke song is een strijdlied tegen racisme. Ik koos voor One of us. Feel your inner strength.

51. We kunnen terug ademen…maar nog niet op een podium

Toen ik aan Corona-Chronicle nr. 1 van 100 begon te schrijven zo’n twee maanden terug had ik eerlijk gezegd niet gedacht dat ik eens over de helft, aan nr. 51, nog altijd gedeeltelijk werkloos zou zijn. Ik had gedacht dat heel dat Corona gedoe na een paar weken grotendeels achter de rug zou zijn en dat we zo toch tegen mei de draad met ons redelijk normale leven terug zouden opgenomen hebben.

Niets is minder waar. Ik ben halfweg mijn Chronicles maar we wij zijn nog lang niet halfweg Corona. We moeten blijven afstand houden en mondmaskers dragen als dit niet kan. Handen wassen zal voor eeuwig deel van ons leven blijven uitmaken, al was dat dit voor mij voor Corona ook al een gewoonte. De kusbegroeting met vreemden, daar zijn we gelukkig van af. Hopelijk zelfs permanent. Ik heb het niet zo met lijfelijkheden met mensen die niet bovenaan mijn wishlist staan.

Het goede nieuws is – en ik was gisteren euforisch toen ik het hoorde – is dat we terug kunnen beginnen leven. De terrassen gaan open, de stranden gaan open, de campings gaan open. Gotzijntgedank krijgen we net voor de zomer terug adem. Het was een premier die empathie en daadkracht uitstraalde die ons het goede nieuws mocht brengen. Het was een opluchting dat ze – terecht – grondig rekening hield met de adviezen van de virologen maar ze niet klakkeloos in ons dagdagelijks bestaan implementeerde, of we kwijnden nog langer weg in eenzaamheid.

Het slechte nieuws is dat, zoals verwacht en voorspeld, cultuur nog altijd de grote dupe is van de maatregelen. Vanaf maandag mag er terug gerepeteerd worden door artiesten, professioneel en amateur. Maar blijkbaar gaat de politiek ervan uit dat ze weken moeten repeteren voor ze terug voor een publiek mogen spelen want optreden mag pas vanaf 1 juli. Ze hebben daar in Brussel nog niet veel cultuur met grote of kleine c of k aan het werk gezien me dunkt…

Naar de kerk gaan mag wel. In groten getale zelfs, met 100 tegelijk.

Conclusie. Goede moed, beste podium-vrienden. We wachten geduldig tot we jullie live aan het werk kunnen zien. En ondertussen volg ik de raad die Bas Birker me gisteren op Facebook gaf. Eventjes voorproeven op YouTube. Ain’t nothing but the real thing maar we gaan ervoor.

50. “Het is de leeggezogen cultuursector die ons de voorbije weken door ons isolement heeft geholpen. En wat krijgen zij in return?”

Als Corona één iets heeft duidelijk gemaakt is dat er geen jota klopt van Maslows behoeftenpiramide. Pas op. Hij heeft gelijk als hij zegt dat je eten en een WC moet hebben, vooraleer je je goed kan voelen in je hoofd. Het is praktisch onmogelijk een onweerstaanbare drang te hebben tot het kopen of stelen van een Massaratti, als je maag aan het rammelen is van de honger of als je kapot bent van de dorst.

Maar voor de rest heeft hij ongelijk. Volgens Maslow zijn zaken als veiligheid, zekerheid, sociale interactie – zaken die we tijdens het hoogtepunt van de Corona-crisis moesten missen – de steunpilaren waarop de top van de piramide, het aspect ‘zelfontplooiing’ wordt gebouwd. Al deze fundamenten zijn we door Corona al een hele tijd kwijt. We zijn met 1 miljoen mensen werkloos (geweest), elke dag sterven nog mensen aan een ziekte die halfweg maart op enkele dagen tijd heel ons leven heeft overgenomen en we zijn ‘normaal’ sociaal contact buiten onze bubbel nu al bijna 3 maand ontzegd.

En toch maakt het aspect ‘zelfontplooiing’ vandaag een essentieel deel uit van ons bestaan. Ik heb de voorbije maanden nog nooit zoveel muziek gehoord op straat, nog nooit zoveel tekeningen gezien aan de gevels van de huizen rondom ons. We smeken muzikanten naar live sessies op facebook, creatievelingen ontwikkelen coronamaskertjes in alle geuren en kleuren Er worden boeken gelezen en geschreven aan de lopende band en we ontdekken filmparels en topseries op alle soorten streaming sites.

Voor mij is het duidelijk. Het leven is ook in moeilijke tijden onleefbaar zonder cultuur, zonder ‘zelfontplooiing’, zonder het torentje van de piramide. Tijdens het stilste stukje van de lockdown was gek genoeg het zogezegde onbelangrijke stukje Cultuur zelfs het enige wat we nog hadden.

Ondertussen zijn we morgen 3 juni en buigt de Veiligheidsraad zich over volgende versoepelingen. Over Cultuur is momenteel nog met geen woord gerept. Ik hoop dat zij het voor ons psychisch evenwicht levensreddende onderdeel van ons leven niet langer ontzeggen. Het is de leeggezogen cultuursector die ons de voorbije weken door ons isolement heeft geholpen. En wat hebben zij tot nu toe in ruil gekregen? Niets. Nada. Nothing at all.

45. “Ik verwachtte dat elk moment iemand uit de bosjes kon verschijnen en luid ‘Ausweis bitte!’ naar me zou roepen.”

Op 9 mei hebben we Europa gevierd. Het was precies 70 jaar geleden dat tijdens een toespraak in Parijs de Franse minister van buitenlandse zaken Robert Schuman zijn ideeën voor een nieuwe vorm van politieke samenwerking in Europa presenteerde, waardoor een nieuwe oorlog in Europa ondenkbaar zou worden.

70 jaar. Dat wil zeggen dat ik met mijn bijna 50 jaar deel uitmaak van de Europageneratie. Wij hebben de afschaffing van de grenscontroles meegemaakt en de introductie van de euro. We genieten van een jarenlange stabiele vrede en bewegen ons vrij in ons land en dat van anderen. Tot voor Corona.

Het voelde als oorlogsgebied. Ik verwachtte dat elk moment iemand uit de bosjes kon verschijnen en luid “Ausweis bitte!” naar me zou roepen. Zoals in de films en in de jeugdherinneringen van mijn grootmoeder toen ze Veurne niet uit kon zonder een briefje van de bezetter. Mijn verstand zei me dat we anno 2020 waren en dat ik niet zou neergeschoten worden. Toch had ik een bezet gevoel toen ik aan de Belgische kant van de grens van op mijn fiets naar mijn buurland Nederland tuurde. Ik bevond me op 6 km van mijn deur en vroeg me af waar Europa heen was. Waar is Schengen? Waar is mijn vrijheid? Even onzichtbaar als het virus dat ons klein gekregen heeft.

Er is hoop. Altijd. Ik ben een eruofiel. Ik geloof in Europa en in een verenigde toekomst.

Er is hoop dat ergens in juni de Europese vertegenwoordigers van de verschillende landen samen een reisadvies naar buiten zullen brengen. Eén die gebaseerd is op gezond verstand eerder dan op gekibbel en paniek. Eén die rechtlijnig is.

Er is ook hoop dat het besef voor een Europa met meer kracht en middelen zal groeien zodat we toekomstige uitdagingen aan kunnen gaan. Als Europeaan. Niet als grenswachters. 

Er is hoop dat er nooit nog prikkeldraad tussen onze thuisgemeente en onze buurgemeente zal staan.

Er is hoop.