Categorie archief: Opinie

78. ‘Belevering’ en ‘Verwinkeling’, de nieuwe trends in Foodservice. Hebben we dat wel nodig?

De online versie van het Nationaal Foodservice Congres 2020 was een boeiende drieëneenhalf uur scherm kijken. (Weliswaar niet goed voor mijn ogen. Wel zeer informatief.) Twee trends kwamen op het congres duidelijk naar voren.

‘Belevering’ is de eerste. (Oh ironie, de autocorrector op mijn iPad maakt hier ‘belegering’ van.) Deze sector/dienst was al aan een opmars bezig in ons Belgenland. Met Corona als accelerator is die nu aan het boomen. Hier in mijn graafschap Knokke-Heist gaan we nog vaker zelf onze kant-en-klare maaltijden bij de slager/traiteur halen. In de ‘grootsteden’ vliegen delivery diensten met fiets en brommer en gewapend met gps en allerhande ingepakte etentjes de stad rond. Het te laat leveren van een drooggebakken pizza is daarbij al lang niet meer van deze tijd. Hele culinaire menu’s kan je de dag van vandaag aan huis geleverd krijgen. Vaak bereid in de nieuwe zogenoemde ‘dark kitchens’, keukens zonder restaurant maar mét een Deliveroo samenwerking.

Andere trend in de wereld van de Foodservice blijkt de ‘verwinkeling’ te zijn. ‘Verwinkeling’ is een fenomeen waarbij retailers zich op het pad van de foodservice begeven. Jawel, ook de retailers wagen zich nu aan de take-away en de delivery van – ik citeer – ‘kwaliteitsmaaltijden aan lage prijzen’. De komst van de onbemande winkels in hotels is er een praktisch voorbeeld van. Onpersoonlijk, dat wel, maar wel zeer handig in Corona-tijd.

Ik vind beide fenomenen – ‘belevering’ en ‘verwinkeling’ -benauwelijk, in de zin van gevaarlijk. Als we minder op restaurant zullen blijven gaan – nu hebben we natuurlijk even geen keus maar het ziet er naar uit dat de sector van de ‘belevering’ zal blijven groeien ten nadele van het restaurantbezoek – zal de druk op de restaurateur om zijn klant nog meer dan vandaag een top beleving te geven alleen maar toenemen. De grote sterrenchefs zullen de vraag naar de hoge eisen wellicht overleven. De betaalbare fast casuals door hun focus op beleving aan lage prijzen ook. De doorsnee bistro zal het mes op de keel krijgen. Als hij zich niet – en daar krijgen we het moordende woord – professionaliseert – zal hij stilletjes verdwijnen. De term ‘professionalisering’ viel tijdens de drieëneenhalf uur voor het eerst toen over de cafés werd gesproken. Er zijn er teveel, werd gezegd. Ze hebben de witte kassa nog niet ontdekt. En ze zijn niet ‘professioneel’. Met andere woorden of zo interpreteer ik dat toch. De dorpscafeetjes moeten eruit. Ik werd bijna misselijk. Immers. Professionalisering gaat ten koste van charme. Altijd. Overal.

Het fenomeen van de ‘verwinkeling’ is zowaar een nog gevaarlijker trend dan de ‘belevering’. De ‘verwinkeling’ schakelt de foodservice helemaal uit. De retailers zijn al groot en machtig en kunnen vanuit hun positie aan minder dan laagste prijs producten aankopen. Als zij nu ook nog zelf gaan take-away en delivery gaan organiseren, schakelen zij de hele foodservice sector uit. Bye Bye Horecagroothandel. Bye Bye werkgelegenheid. Welkom aan de prijzenslag. Misschien bent u als consument wel blij met lage prijzen. Maar weet dat niemand voordeel haalt uit een laagste prijs die op termijn de economie niet ten goede komt.

Mijn iPad was met zijn belegering nog niet zo verkeerd.

77. Ik hou mijn hart vast voor de horeca

Een van mijn klanten zei me dat het openen van de horeca voor de feestdagen veiliger zou zijn voor de volksgezondheid dan ze gesloten te laten. Nu, je kan denken dat de mens voor zijn eigen winkel spreekt natuurlijk. Maar hij had een sterk argument om de horeca-haters te pareren.

‘Op restaurant hebben we tenminste zicht op hoe de klanten zich verenigingen en gedragen,’ zei hij. ‘Thuis kunnen ze een oudejaarsorgie organiseren. Geen haan die ernaar zal kraaien.’ (Tenzij je vergeten bent je buur uit te nodigen, die vervolgens in een vlaag van jaloezie de politie belt om jou een corona-boete te bezorgen. En misschien krijg je ook Corona er nog bovenop.) Je kan de man geen gebrek aan humor verwijten.

Wat er ook van zij. Wat de politici ook zullen beslissen. Het wordt een ramp. We lopen allemaal op de toppen van onze tenen. Net zoals deze zomer na de lockdown, zal er deze winter na de lockdown een explosie van opgekropte frustratie volgen. Of we zullen op restaurant gaan. Of we gaan thuis vieren en zorgen dat we voor de avondklok thuis zijn. Of we gaan thuis vieren en met zijn allen blijven slapen. En dan zit de man met zijn orgie er niet ver van af natuurlijk. Anyway, een post-internering feestje zal er zijn. Of dat nu op restaurant zal zijn of thuis. De politie zal de handen vol hebben met oudejaarsnacht. En daarna de zorg.

79. Zeg nooit zomaar rokje tegen een ‘skort’

Weekend! En dat wil zeggen dat Echtgenoot en mezelf er terug op uit trekken. Geen etentjes, geen weekendjes weg richting dichte of verre oorden. Nope. We gaan gewoon opnieuw een eindje stappen. GR5A route etappe 13 van Melsele naar … Antwerpen. Bericht aan ‘t Stad: here we come.

Mijn wandelrokje zal ik voor deze tocht – er staat 20 km op het programma – na 12 etappes uiteindelijk toch omwisselen voor een lange broek. Ik ben geplooid. In de tweede helft van november wordt het me toch iets te fris aan de blote benen.

Mijn rokje is trouwens geen rokje maar een Jack Wolfskin ‘skort’. Ik ben doorgaans geen merkenmens maar voor mijn ‘skort’ maak ik graag een uitzondering. Mijn ‘skort’ heeft een ingebouwde short en zit perfect. Het is licht, elastisch, vochtregulerend en is voorzien van een secret pocket om mijn bankkaart in weg te stoppen. (Zegt de omschrijving. Ik heb helemaal geen bankkaart bij op wandeling.) De ‘skort’ is speciaal ontworpen voor reizigers en wandelaars en ook een beetje voor avonturiers. Och, laat ons toch gewoon zeggen dat de ‘skort’ op mijn lijf geschreven is. Of voor mijn lijf gemaakt. Misschien zou ik het toch beter nog een keer aantrekken?

72. En de boer, hij ploegde voort

Of je nu ‘s zaterdags gaat wandelen of ‘s zondags, langs de Vlaamse velden is er altijd bedrijvigheid. Eerst waren de maisvelden aan de beurt. Wintereten voor de beesten. De voorbije twee weken was het tijd om de patatjes uit te doen. Of er nu lockdown is of niet, de boer hij ploegde voort.

Tijdens de vorige lockdown dit voorjaar, smolt de verkoop van geschilde aardappelen als sneeuw voor de zon. Geen horeca, geen frietjes. De verkoop van patatten voor thuis nam een flinke sprong voorwaarts. Alle trends ten spijt koken we thuis nog altijd graag gewoon ‘normaal’.

Maar wij, consumenten, zijn daarbij niet altijd slim. We nemen een zak aardappelen mee uit de supermarkt vaak zonder de origine van het product na te kijken. En zo gebeure het dat we thuis een lekkere pot patatjes opzetten uit Chili – ik zeg maar wat – terwijl de boer uit eigen land aan de straatstenen zijn patatten niet kwijt geraakt.

Er zijn in de media al vele oproepen gelanceerd om lokaal te kopen. Gaan we dit vanaf nu voor de patatjes ook doen?

71. “Ik heb hoop dat aan het einde van zijn vijfjarige opleiding er een andere wereld dan vandaag op hem zal wachten.”

Grasduinend in mijn archief, bots ik op deze tekst die ik schreef begin september. Vandaag nog actueler dan twee maand terug.

Zaterdagmorgen. Koffie, mijn krantje en zicht op mijn tuin waar de bewoners van ons lokale oerwoud zich te goed doen aan het water dat wij tijdens deze warme dagen voor hen hebben klaargezet. Het is mijn moment. De eerste dag van de week die niet gepaard gaat met de rush die nodig is om op 8u stipt gewassen en gestreken op kantoor aan de computer aan het werk te zijn. Het moment waarop ik tijd heb voor een uitgebreid ontbijt met lectuur. Wat ik de voorbije maanden te lezen kreeg, is vaak verontrustend geweest. Corona, ziekte, dood, isolement, economische wanhoop, politiek rommelgedrag en annulaties, veel annulaties van reizen, sportevents, kermissen, festivals en optredens.

Dat laatste is voor mij zowat hetgeen ik het meest gemist heb tijdens de lockdown. De magie van het podium niet meer kunnen voelen. Het high worden van de muziek zonder dat daar drank of drugs aan te pas komt. De ontroering voelen die een sprekende of zingende mens voor je creëert. De humor. Dat op 1 juli voor cultuur de deuren terug open gingen, was een verademing. Dat er toch nog organisatoren en artiesten waren die voor niet-rendabele kleine bubbels kwamen optreden een cadeau. Ik ben geboren, getogen, woonachtig in Knokke-Heist. Maar ik trok naar Roeselare voor mijn eerste optreden sinds de lockdown, een comedyavond in de Spil met Han Solo, Jeron Dewulf en Karel de Rijcke. Ik voelde me herleven.

Weinige dagen later maakte de Veiligheidsraad bekend dat ze niet alleen de grootte van het publiek niet gingen optrekken, dat was te verwachten. Het werd nog erger. Waar het sinds 1 juli toegelaten was voor 200 mensen binnen en 400 buiten op te treden, in bubbels, met afstand, met mondmasker, met inachtneming van alle Corona-maatregelen, werden deze aantallen plots gehalveerd. Conclusie, annulaties en nog meer annulaties. Waar het al niet rendabel is om voor 200 man te spelen, is het meer dan een beetje verlieslatend om voor 100 man te spelen.

Ik word omzeggens een beetje misselijk van de manier waarop de politiek omgaat met cultuur tegenwoordig. Alsof artiesten, technici en de vele freelancers die in de cultuursector werken quantite negligable zijn. Alsof zij kunnen overleven met een half publiek. Alsof zij geen perspectief nodig hebben. Alsof je met hen kan tjolen, zoals we in het West-Vlaams zeggen, gelijk met een hond.

Mijn zoon is 18 en is tijdens de lockdown afgestudeerd in de humaniora richting Economie-Moderne Talen. Hij heeft zijn middelbare studies gecombineerd met een opleiding in Maak, het deeltijds kunstonderwijs van Knokke-Heist. Sinds jaar en dag droomt hij ervan professioneel drummer te worden met als eerste stap na Maak, het KASK en Conservatorium in Gent. Tijdens de voorbije maand mei is hij geslaagd voor de reeks toelatingsproeven die hij heeft moeten doorlopen voor het KASK. Straks, ergens halfweg september mag hij aan zijn opleiding beginnen. Ik ben oneindig trots. Als moeder is het fantastisch als je ziet dat je kind een droom heeft, ervoor werkt en ervoor beloond wordt.

Ik heb hoop dat aan het einde van zijn vijfjarige opleiding er een andere wereld dan vandaag op hem zal wachten, al is het bang afwachten wat de toekomst zal brengen. Ik zal er alvast alles aan doen om mee te werken aan een toekomst waarin er ruimte zal zijn voor podia. Want zonder muziek, theater, comedy, zang, kunst in al zijn vormen en genres is de mens geen mens maar een zich stilstaand verplaatsende soort robot.

70. Kook jij à la Sandra Bekkari of à la Christel?

Als we tips & tricks voor een goed leven willen, kunnen we maar beter te rade gaan bij de Scandinaviërs. Zo las ik in het gezelschap van mijn koffietje zaterdagochtend in een artikel in De Standaard Magazine over hoe de Noren omgaan met donkere dagen ginds bij hen in het donkere Noorden.

De adviezen waren even simpel als verrassend. Een ervan was gewoon het licht aanlaten en de rolluiken naar boven zodat je ‘s avonds door een van huis tot huis verlichte straat kan wandelen, voor zover ‘s avonds wandelen nog toegelaten is of zal zijn de komende donkere maanden. Een ander was ‘bakken’ in plaats van taarten kopen. Bakken en braden hebben we de voorbije lockdown veelvuldig gedaan – herinnert u mijn appeltaart – met extra kilootjes en een verhoogd colesterolgehalte als gevolg.

Gedreven door allerlei goestjes maar gewaarschuwd door de dokter én geïnspireerd door onze student Toegepaste Gezondsheidswetenschappen in huis, heb ik besloten het tijdens deze niet-lockdown beter aan te pakken. Ik ga voor lekker eten maar het mag iets lichter zijn. Dus heb ik mijn Sandra Bekkari Fast Food kookboek van onder het stof gehaald (Kerstcadeau 2019) en mezelf aan het werk gezet om een super gezonde en ultralekkere pita met kip te fabriceren. Op mijn overdadig gebruik van look na, was het op en top geslaagd. Dat vond ik zelf en dat zeiden ook mijn huisgenoten, al kunnen ze ook gewoon beleefd geweest zijn.

‘s Anderdaags heb ik zonder kookboek de lekkerste pommes dauphinois ever gemaakt. Een gezonde levensstijl mag een deel van mijn leven aan het worden zijn, de authentieke keuken rules! En met magere melk in plaats van volle room waren mijn dauphinois patatjes lekker én licht.

Ter info. Fast Food 2 welkom onder de kerstboom.

68. Over Corona, crap en andere slechte koffie

Ik mag het hier dan wel vaak hebben over rust vinden en trager leven, tips meegeven voor ontspannende wandel- en kampeervakanties, ik denk dat ik de voorbije maanden sinds half maart samenvattend, toch mag stellen dat ons leven er niet op is verbeterd. Het is ellendig eenzaam geworden, contactloos, huidhongerig, stil en ontdaan van alle mogelijkheden tot ontlading via dansfeesten en festivalgelegenheden. Holy crap, op dit moment life sucks as hell. En dan ben ik nog bij de gelukkigen die gezond zijn – hout vasthouden – en werk hebben – hout vasthouden.

De zieligheid van ons leven uit zich zelfs in kleine zaken als middagpauzes. Doordat ik enkele dagen per week buitensbureaus werk – voorlopig toch nog voor zover de Corona-maatregelen niet opnieuw zullen verstrengen – neem ik lunchpauzes in de meest verscheiden vormen op de meest verschillende plaatsen. Ik ben daarbij een frequent bezoeker van de tankstationshops langs de autostrades. Omdat ze altijd op de weg liggen, er altijd parking is – mijn parkeerkwaliteiten bevestigen alle clichés die er zijn over vrouwen en dieptezicht – en omdat het aanbod van zowat alles wat ze er te eten hebben van betere kwaliteit is. Dat laatste kan ik met stellige zekerheid bevestigen want zowel in mijn huidige als in mijn vorige job heb ik vele van mijn producten aan vele klanten langs de verschillende autosnelwegen in België en omstreken mogen verkopen. En ik verkoop alleen maar lekkers. Dat is een kwestie van eergevoel.

Vandaag had ik me gestationeerd op een parking langs de E40. Ik had, geconditioneerd als ik ben door marketing nonsens, zin in een Starbucks koffie. Iets wat ik me later heb beklaagd omdat 5,25 euro echt te veel is voor een koffie, hoeveel additieven ze er ook aan toevoegen, omdat ik het gevoel had zoetstofffen te drinken in plaats van koffie en omdat ik verplicht was mijn koffie on the go mee te nemen en in mijn auto op te drinken. Daar ging mijn plan om in afwachting van mijn volgende afspraak een koffie met mails moment te nemen aan een confortabel tafeltje met zicht op voorbijsnellende wagens. Ik heb mij dan maar in mijn auto genesteld omringd door lotgenoten die net zoals ik achter hun stuur op hun eentje broodjes, yoghurtjes en salades aan het verorberen waren.

Corona heeft me tot nog toe nog niet ziek gemaakt in de strikte zin van het woord – hout vasthouden. Maar wel zielig. En zielig zitten velen van ons allemaal apart in onze bubbel of kot of auto opgesloten. Ook dat is Corona.

66. Why do we fall, Master Bruce?

Kaderend binnen de ziekenboeg update die ik had beloofd regelmatig te posten, moet ik u volgend verhaal vertellen.

Tijdens mijn studententijd, enkele decennia terug, woonde ik in een miniatuurkamer in een groot gebouw gelegen schuin tegenover de Kinepolis in Gent. Cinema’s die films uitzonden in tien zalen tegelijkertijd van vroeg in de namiddag tot in het begin van de nacht waren voor een meisje van de zee zoals ik, een nieuw en instant verslavend stadsfenomeen. Ik zag zowat alle commerciële films die ze in dien tijd draaide, werd verliefd op Jeff Bridges in The Fisher King, en op Michael Keaton. Die is voor mij tot op vandaag nog altijd de enige echt Batman. Tussenin slaagde ik ook nog voor al mijn examens in eerste zittijd. (Gun me dit bragging momentje, please.)

Ik voel met het verlopen van de film mijn innerlijke kracht altijd groeien, beken ik aan mijn Dochter tijdens een Moeder-Dochter zetelmoment met Batman Begins een paar dagen terug. (Christian Bale is ook best acceptabel als Batman.) Soms heb ik iets of iemand nodig om me aan mijn inner strenghth te helpen herinneren, zeg ik haar. Film helpt me herinneren. Muziek geeft me kracht, cultuur tout court quoi.

Dit ter inleiding van de ziekenboeg update. We hebben nog 12 dagen gips te gaan maar Dochter is al een pak mobieler geworden, lees creatief in het vinden van oplossingen. Zo kan ze met één hand oorbellen aan en uit doen, zich in een kleedje wringen, BH dicht doen, haar wassen en – praise the lord – zelfs het oksel scheren lukt alweer alleen. Ze is zaterdag gestart aan het theoretisch gedeelte van haar Instructeur B. Het springparcours dat ze voor haar praktijk moet afleggen zal niet voor nu in oktober zijn. Een strandwandeling met haar Davidje zit er binnenkort wel alweer in. Ze klaagt niet, ze zaagt niet en ze behoudt haar gevoel voor humor. Ze kan niet werken en niet sporten, dat stoort haar, zeker na die maanden van lockdown maar wat haar het meest frustreert, is dat ze niet kan auto rijden. Gelukkig heeft ze er vorige week een broer met een rijbewijs bijgekregen. (De broer had ze al. Het rijbewijs is nieuw.)

Om maar te zeggen beste lezer. Je inner strenght zit soms gewoon naast je in de zetel.

‘Learning to pick herself up’, heeft Dochter lang geleden zelf al geleerd.

65. Rondtsjolen in Tholen

Op klantenbezoek in Tholen een paar dagen terug. Ik draai een straatje in waar ik niet had moeten zijn en beland zo per abuis aan het jachthaventje. Ik parkeer de auto en neem een kijkje bovenop de wandeldijk. De aanwaaiende zeebries verlicht me van de bevangenheid en kortademigheid die inherent zijn aan de werkdagen bij 30°. Iets waar ik niet over klaag trouwens. Ik ben blij dat ik werk heb überhaupt. Dat kunnen er steeds minder mensen zeggen de dag van vandaag. Bovendien voelt mijn werkdag vandaag als vakantie. Mijn klanten-van-de-voormiddag waren razend enthousiast over mijn producten en ik ben daarbovenop beland op een onwaarschijnlijk mooie plek, een met middeleeuwste stadswallen omringd eiland waar elke wandelaar of fietser die je kruist een hartelijk Zeelandse goedenmiddag groet en Corona weliswaar een deel van het leven is maar deze niet overheerst.

Ik besluit mijn middagpauze niet door te brengen in de wagen en mijn yoghurt met granola te ruilen voor iets smakelijkers. Ik laat me verleiden door het terrasje verderop. Een Zeeuws appelsapje lest de dorst en voedt me met zoete vitamines. Een garnaalkroketje, geserveerd op huisgebakken toast, laat me de zee proeven. De erbij geserveerde saus – iets wat zou moeten stand houden tussen Cocktailsaus en Thousand Islandsvinaigrette – is het enige wat me niet kan bekoren. Ik bereid me in stilte voor op het verkoopspraatje dat ik straks bij het afrekenen zal houden. Mijn naam en telefoonnummer heb ik al achter gelaten en ik heb ook op erewoord bevestigd dat ik geen corona-symptonen vertoon. Mondmaskers heb ik hier nog niet gezien maar er is ook geen mens die me dichter heeft benaderd dan anderhalve meter. Zelfs niet de professionele jongedame die me mijn middageten heeft gebracht. Je moet niet in iemands nek hangen om hem een bord te overhandigen.

Het leven in Zeeland is goed, zo stel ik vast. En de extra portie zuurstof heeft me deugd gedaan.

62. Cultuur is goed voor je mentale gezondheid. Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit aub niet vergeten.

Nog meer dan een metalfan, ben ik een comedy-groupie. (Mensen die me kennen, weten dat er een verhaal zit achter deze afwijking.) Groupie zijnde, had ik tijdens de lockdown mijn comedy-friends – bekende en minder bekende acteurs die ik volg op facebook – beloofd dat van zodra ze opnieuw mochten en konden spelen – het is niet omdat het opnieuw mag, dat je ook opnieuw een podium en een publiek ter beschikking hebt – dat ik zou komen kijken. Niet alleen voor mij, omdat ik wegkwijn als ik niet op en om podia kan ronddwalen maar ook voor hen. Niet alleen omdat ik de acteurs en hun technici een inkomen gun. Met de opbrengsten van de kleine bubbels waarin ze mogen optreden tijdens deze zomer van 2020 zullen ze hun rekeningen niet betalen. Wel omdat ik het hen gun om terug op een podium te staan. Net zoals ik blij ben dat chefs terug achter hun kookpotten kunnen staan of hoeren achter hun vitrine. Ik ben ook blij dat ik terug aan het werk ben, achter mijn computer.

De eerste comedian aan wie ik ‘beloofd’ had om te komen kijken, was Han Solo, het alter-ego van Han Coucke die ik kende van Bevergem. In tegenstelling tot zowat de helft van de rest van de Bevergem-cast had ik Han Solo/Coucke/Koekie nog niet live gezien. Maar ik ben tijdens de lockdown zo vol bewondering komen te staan voor zijn 50 mobilhome corona-chronicles op YouTube dat het voor mij een must werd om zijn mobilhome optredens ook live te zien. Al was het maar omdat we fervent kampeerders zijn natuurlijk.

Echtgenoot en ik zijn helemaal tot Roeselare moeten rijden om hem live te kunnen bewonderen, Han en zijn klein broekje. (Echtgenoot heeft sinds hij met mij is getrouwd, al wat theaters moeten afslechten. En broekjes moeten bekijken. Gelukkig zitten er soms ook rokjes tussen.) ‘T Is niet dat Roeselare de andere kant van de wereld is natuurlijk, maar ‘t is wel halfweg de andere kan van West-Vlaanderen. Kleine moeite. Wat je thuis niet krijgt, gaat een mens op een ander zoeken. We kregen niet alleen Han Solo, we kregen ook het vreemde mannetje Karel De Rijcke, en sprookjesverteller Jeron Dewulf. Sinds ik gisteren zijn stukje show heb gezien verwacht ik nu elk moment dat onze hond Chloë in een soort van Antwerps zal beginnen blaffen als ze moet kakken. Dit terzijde.

Ik heb me de voorbije maanden veelvuldig afgevraagd hoe ik het gemis dat wij cultuurconsumenten zonder optredens voelen, zou kunnen omschrijven. Wat is het precies dat we missen.

Gisteren heb ik het antwoord gevonden.

Toen ik samen met het talrijk opgekomen publiek van alles samen 30 man (meer plaats was er niet), in mijn bubbel van twee (met echtgenoot weetjewel) , op anderhalve meter afstand van de andere bubbel én met mondmasker op, (only the good lord knows waarom je in het theater én afstand moet houden én een mondmasker moet opzetten. Het lijkt wel of alle politiekers met hun regels en regeltjes wraak nemen op eenieder uit de cultuurwereld die hen ooit eens iets verkeerd heeft gezegd.),

toen ik samen met die 30 man met als dirigent Han Solo gisteren op mijn stoel met mijn benen zat te zwaaien (amai die buikspieren), met mijn vingers ronddraaide (de middelste) en met mijn mondmasker op meezong met: ik ben/een marginaal uit Gistel/. … enz.

Toen wist ik het.

Katharsis.

Het was geleden van die laatste gulle lach die ik had losgelaten tijdens het laatste optreden dat ik had gezien van Steven Mahieu maanden geleden thuis in Knokke-Heist, dat ik nog heel mijn zijn had kunnen loslaten en zuiveren van alle stress die zich in de verschillende vezels van een mensenlichaam kunnen nestelen.

Katharsis.

Cultuur, in al zijn vormen. Of je nu van comedy houdt of van tristesse theater, van metal, alternative of klassiek.

Cultuur is goed voor je mentale gezondheid.

Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit alstublieft niet vergeten.