Tagarchief: cultuur

71. “Ik heb hoop dat aan het einde van zijn vijfjarige opleiding er een andere wereld dan vandaag op hem zal wachten.”

Grasduinend in mijn archief, bots ik op deze tekst die ik schreef begin september. Vandaag nog actueler dan twee maand terug.

Zaterdagmorgen. Koffie, mijn krantje en zicht op mijn tuin waar de bewoners van ons lokale oerwoud zich te goed doen aan het water dat wij tijdens deze warme dagen voor hen hebben klaargezet. Het is mijn moment. De eerste dag van de week die niet gepaard gaat met de rush die nodig is om op 8u stipt gewassen en gestreken op kantoor aan de computer aan het werk te zijn. Het moment waarop ik tijd heb voor een uitgebreid ontbijt met lectuur. Wat ik de voorbije maanden te lezen kreeg, is vaak verontrustend geweest. Corona, ziekte, dood, isolement, economische wanhoop, politiek rommelgedrag en annulaties, veel annulaties van reizen, sportevents, kermissen, festivals en optredens.

Dat laatste is voor mij zowat hetgeen ik het meest gemist heb tijdens de lockdown. De magie van het podium niet meer kunnen voelen. Het high worden van de muziek zonder dat daar drank of drugs aan te pas komt. De ontroering voelen die een sprekende of zingende mens voor je creëert. De humor. Dat op 1 juli voor cultuur de deuren terug open gingen, was een verademing. Dat er toch nog organisatoren en artiesten waren die voor niet-rendabele kleine bubbels kwamen optreden een cadeau. Ik ben geboren, getogen, woonachtig in Knokke-Heist. Maar ik trok naar Roeselare voor mijn eerste optreden sinds de lockdown, een comedyavond in de Spil met Han Solo, Jeron Dewulf en Karel de Rijcke. Ik voelde me herleven.

Weinige dagen later maakte de Veiligheidsraad bekend dat ze niet alleen de grootte van het publiek niet gingen optrekken, dat was te verwachten. Het werd nog erger. Waar het sinds 1 juli toegelaten was voor 200 mensen binnen en 400 buiten op te treden, in bubbels, met afstand, met mondmasker, met inachtneming van alle Corona-maatregelen, werden deze aantallen plots gehalveerd. Conclusie, annulaties en nog meer annulaties. Waar het al niet rendabel is om voor 200 man te spelen, is het meer dan een beetje verlieslatend om voor 100 man te spelen.

Ik word omzeggens een beetje misselijk van de manier waarop de politiek omgaat met cultuur tegenwoordig. Alsof artiesten, technici en de vele freelancers die in de cultuursector werken quantite negligable zijn. Alsof zij kunnen overleven met een half publiek. Alsof zij geen perspectief nodig hebben. Alsof je met hen kan tjolen, zoals we in het West-Vlaams zeggen, gelijk met een hond.

Mijn zoon is 18 en is tijdens de lockdown afgestudeerd in de humaniora richting Economie-Moderne Talen. Hij heeft zijn middelbare studies gecombineerd met een opleiding in Maak, het deeltijds kunstonderwijs van Knokke-Heist. Sinds jaar en dag droomt hij ervan professioneel drummer te worden met als eerste stap na Maak, het KASK en Conservatorium in Gent. Tijdens de voorbije maand mei is hij geslaagd voor de reeks toelatingsproeven die hij heeft moeten doorlopen voor het KASK. Straks, ergens halfweg september mag hij aan zijn opleiding beginnen. Ik ben oneindig trots. Als moeder is het fantastisch als je ziet dat je kind een droom heeft, ervoor werkt en ervoor beloond wordt.

Ik heb hoop dat aan het einde van zijn vijfjarige opleiding er een andere wereld dan vandaag op hem zal wachten, al is het bang afwachten wat de toekomst zal brengen. Ik zal er alvast alles aan doen om mee te werken aan een toekomst waarin er ruimte zal zijn voor podia. Want zonder muziek, theater, comedy, zang, kunst in al zijn vormen en genres is de mens geen mens maar een zich stilstaand verplaatsende soort robot.

62. Cultuur is goed voor je mentale gezondheid. Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit aub niet vergeten.

Nog meer dan een metalfan, ben ik een comedy-groupie. (Mensen die me kennen, weten dat er een verhaal zit achter deze afwijking.) Groupie zijnde, had ik tijdens de lockdown mijn comedy-friends – bekende en minder bekende acteurs die ik volg op facebook – beloofd dat van zodra ze opnieuw mochten en konden spelen – het is niet omdat het opnieuw mag, dat je ook opnieuw een podium en een publiek ter beschikking hebt – dat ik zou komen kijken. Niet alleen voor mij, omdat ik wegkwijn als ik niet op en om podia kan ronddwalen maar ook voor hen. Niet alleen omdat ik de acteurs en hun technici een inkomen gun. Met de opbrengsten van de kleine bubbels waarin ze mogen optreden tijdens deze zomer van 2020 zullen ze hun rekeningen niet betalen. Wel omdat ik het hen gun om terug op een podium te staan. Net zoals ik blij ben dat chefs terug achter hun kookpotten kunnen staan of hoeren achter hun vitrine. Ik ben ook blij dat ik terug aan het werk ben, achter mijn computer.

De eerste comedian aan wie ik ‘beloofd’ had om te komen kijken, was Han Solo, het alter-ego van Han Coucke die ik kende van Bevergem. In tegenstelling tot zowat de helft van de rest van de Bevergem-cast had ik Han Solo/Coucke/Koekie nog niet live gezien. Maar ik ben tijdens de lockdown zo vol bewondering komen te staan voor zijn 50 mobilhome corona-chronicles op YouTube dat het voor mij een must werd om zijn mobilhome optredens ook live te zien. Al was het maar omdat we fervent kampeerders zijn natuurlijk.

Echtgenoot en ik zijn helemaal tot Roeselare moeten rijden om hem live te kunnen bewonderen, Han en zijn klein broekje. (Echtgenoot heeft sinds hij met mij is getrouwd, al wat theaters moeten afslechten. En broekjes moeten bekijken. Gelukkig zitten er soms ook rokjes tussen.) ‘T Is niet dat Roeselare de andere kant van de wereld is natuurlijk, maar ‘t is wel halfweg de andere kan van West-Vlaanderen. Kleine moeite. Wat je thuis niet krijgt, gaat een mens op een ander zoeken. We kregen niet alleen Han Solo, we kregen ook het vreemde mannetje Karel De Rijcke, en sprookjesverteller Jeron Dewulf. Sinds ik gisteren zijn stukje show heb gezien verwacht ik nu elk moment dat onze hond Chloë in een soort van Antwerps zal beginnen blaffen als ze moet kakken. Dit terzijde.

Ik heb me de voorbije maanden veelvuldig afgevraagd hoe ik het gemis dat wij cultuurconsumenten zonder optredens voelen, zou kunnen omschrijven. Wat is het precies dat we missen.

Gisteren heb ik het antwoord gevonden.

Toen ik samen met het talrijk opgekomen publiek van alles samen 30 man (meer plaats was er niet), in mijn bubbel van twee (met echtgenoot weetjewel) , op anderhalve meter afstand van de andere bubbel én met mondmasker op, (only the good lord knows waarom je in het theater én afstand moet houden én een mondmasker moet opzetten. Het lijkt wel of alle politiekers met hun regels en regeltjes wraak nemen op eenieder uit de cultuurwereld die hen ooit eens iets verkeerd heeft gezegd.),

toen ik samen met die 30 man met als dirigent Han Solo gisteren op mijn stoel met mijn benen zat te zwaaien (amai die buikspieren), met mijn vingers ronddraaide (de middelste) en met mijn mondmasker op meezong met: ik ben/een marginaal uit Gistel/. … enz.

Toen wist ik het.

Katharsis.

Het was geleden van die laatste gulle lach die ik had losgelaten tijdens het laatste optreden dat ik had gezien van Steven Mahieu maanden geleden thuis in Knokke-Heist, dat ik nog heel mijn zijn had kunnen loslaten en zuiveren van alle stress die zich in de verschillende vezels van een mensenlichaam kunnen nestelen.

Katharsis.

Cultuur, in al zijn vormen. Of je nu van comedy houdt of van tristesse theater, van metal, alternative of klassiek.

Cultuur is goed voor je mentale gezondheid.

Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit alstublieft niet vergeten.