Tagarchief: kamperen

61. Een blik op de bewoners van Camping Pegomas, mezelf incluis.

Ik had me voorgenomen een schrijfbreak te nemen maar het profiel van de bewoners van Camping Pegomas, rij D, ten tijde van ons verblijf hier is te interessant om niet met u te delen.

Nu het koppeltje Italianen dat na een stop van twee dagen met hun mobilhome richting Luberon verder trok, is standplaats D1 ingenomen door een familie Nederlanders.

De Italian man zwaaide bij vertrek vanuit zijn stuurcabine, wijd en zijd gesticulerend, big smile op zijn gezicht. Wij hadden hem bij aankomst geholpen bij het ontwarren van de electriciteitsknoop en werden daarop terstond met zijn eeuwige vriendlijkheid beloond. Zijn opvolgers, de Nederlanders, zijn iets minder extravert. Ik roep zowaar luider ‘halloooo’ naar hen dan zij naar ons. Beroepsmisvorming, I guess. Ik vertoefde het voorbije jaar te veel onder de Nederlanders. Aan de krullen in hun haar te zien, zijn de drie jongedames die ze meehebben, hun dochters. Atypisch als de familie Nederland is, gaan ze ’s avonds vaak uit eten. Als ze ‘thuis’ komen, babbelen de Krulletjes zichzelf in slaap. ’s Morgens babbelen wij hen wakker aan de ontbijttafel. De Krulletjes zijn duidelijk veel beter opgevoed dan de Nederlandse jongeren die hun vakantie in ons Knokke-Heist komen spenderen. Nochtans zijn ze mijn inziens niet minder bemiddeld. De caravan is gloednieuw, voorzien van alle snufjes, inclusief elektrische parkeermodule. ’t Is bovendien een Hobby, bekend voor zijn elegant design en dito interieur. Hun tuinset is een veel betere uitgave dan diegene die staat te blinken in mijn tuin thuis. De extra tent voor de Krulletjes is gigantisch en van topkwaliteit. Hier staat voor ettelijke tienduizenden euro’s naast ons geparkeerd.

D4 was op het moment dat wij hier aankwamen ingenomen door een rondreizend koppel gepensioneerde Fransen. Na de Provence stonden de bergen op hun programma. Het is dat ik te lang weg ben geweest. In mijn herinnering waren Fransen nooit zo hartelijk. Het kwam door de man. Die herkende een jongere versie van zichzelf in ons. Geïntrigeerd door het grappige taaltje dat we praatten maar dat hij niet kon thuisbrengen, was hij zich tijdens de afwas beginnen afvragen waarvandaan we afkomstig waren. Wij zijn Belgen, zeiden we hem. Dus jullie spreken Frans, concludeerde hij. Ja, dat ook hoor. Geen verdere uitleg gegeven. Veel te vermoeiend op vakantie. Onze caravans bleken ongeveer even oud te zijn, onze geschiedenis met tenten even ver af en onze goesting om rond te reizen even groot. Alleen waren zijn werkdagen reeds geruime tijd verleden tijd en is hij daarmee met zijn épouse nu wat langer op pad dan wij. D4 is na hun vertrek leeg. De grote boom middenop de plek geeft niet alleen veel schaduw. Hij neemt ook ietwat veel plaats in. Niet iedereen kan daarmee overweg. D1 gebruikt hem nu als parking. Wij als voortuin om naar te kijken. Er is toch plaats genoeg. Er zijn lege plekken ten over op de Franse campings tijdens de zomer van 2020.

D2 is bezet sinds eergisteren. De man parkeerde bij aankomst zijn caravan dwars over zijn spot. Zijn auto er schuin achter. Nu is kamperen een routineus gedoe waarbij je veel tijd spendeert aan dingen die je thuis niet graag doet maar hier louterend werken, zoals aardappelen en champignons in plakjes snijden, vlees of vis bakken en wijnen. Dat laatste doen we uiteraard thuis ook wel graag. Mevrouw D2 heeft sinds aankomst reeds haar grondzeil geschrobd, haar buitenfrigo afgewassen en daarnet tijdens onze apero haar was ‘gehandstreken’. Ik denk dat haar caravan netter opgeruimd is dan mijn living. Volledigheidshalve moet ik er hier bijvertellen dat ik gisteren met ons heksenbezemtje ook ons grondzeil heb ontdaan van rondvliegende stekkertjes uit de bomen. Ik had mevrouw D2 de eerste dag als saai gecatalogeerd maar niets is minder waar. Tijdens haar videocall met de kleinkinderen mocht de hele rij D meedelen in haar vreugde en de fles wijn ploft er niet één maar twee keer per dag.

De nieuwste bewoners in de D-section hebben zich geïnstalleerd naast ons op D5. Englishmen. Waarschijnlijk de eersten die hun land verlaatten in maanden. En probably is het voor hen ook de eerste keer in maanden dat ze buiten kwamen tout court. Spierwit, met een rossig toefje bovenop. Alle drie. Moeder, vader, opgeschoten zoon. In driekwartsbroek met een uitgewassen polo erbovenop. Als beloning voor het opzetten van de plooicaravan kreeg vader van moeder een Franse pint met schuimkraag die ze in de campingbar was gaan halen. Vandaag droeg moeder een tijgerbikini. Ze is blij met de Franse zonneschijn. Ze stralen, de leden van de familie Englishmen.

Ergens tussenin – als je nu nog niet doorhebt dat wij op D3 wonen… – zijn wij gestationeerd. De Belgen. Over ons vertellen de buren waarschijnlijk dat we niet stoppen met eten, uren kunnen vullen met de mis-en-place en bijzonder weinig variëren in klederdracht. Alhoewel de caravankasten gevuld zijn met zowel hitte als waterbestendige kledij geschikt voor de vier seizoenen, spenderen wij onze dagen op de camping halfnaakt. ’t Is te zeggen, Echtgenoot in short en ik iets wat de meest bijzondere lichaamsdelen bedekt maar me voor de rest veel bewegingsvrijheid geeft, iets wat ik in principe niet nodig heb want ik beweeg hier voor geen meter. Of het is een keer heen en terug mij voortbewegend in een soort van schoolslag over de breedte van het campingzwembad.

Het is 30°c en we genieten ervan om na enkele jaren van afwezigheid terug te zijn in de Provence. De caravan geeft ons de gelegenheid in onze eigen bubbel te reizen. Als ik de beelden van thuis bekijk, zijn we hier veiliger af dan ginds. Mocht het van mij afhangen, blijf ik hier voor onbepaalde tijd in afzondering. But a girl’s gotta do what a girl’s gotta do. Nog effe genieten dus, en dan terug aan het werk in de bewoonde wereld. Alwaar ik verder ga met het mensen kijken.

Tot binnenkort. Groetjes. Christel