Tournée Minérale, een mens drinkt meer dan hij weet

Gisteren, op dag 1 van Tournée Minérale 2019, ben ik er opnieuw van geschrokken hoe alom tegenwoordig en vanzelfsprekend alcohol – per slot van rekening toch een harddrug – in onze maatschappij aanwezig is.

Lunch in Poperinge, tête-à-tête met Echtgenoot. Ik een ananassapje, Echtgenoot een Poperings Nunnebier. Bij het eten water, geen wijn. In het Talbot House kregen we old school English Tea aangeboden. De Talbot House ‘Every Man’s Club’ moet je weten, was gedurende WO I een thuis, een rustplek voor soldaten ongeacht hun rang of stand, die even pauze mochten nemen van het front. In de ‘droge kantine’ werd geen alcohol geschonken maar thee en ook warme choco. Door het overgrote succes moesten deze met emmers aangedragen worden. Er werd gelezen en gepraat, piano gespeeld en gezongen. En elke soldaat was er gewoon mens. De Talbot House is ook op vandaag  een ongelooflijk bijzondere plek. Een oase van rust. Een plekje Engeland in Vlaanderen. Een plekje vrede op aarde.

Vandaag is het ook een kunstencentrum. In het ietwat uit de kluiten gewassen badhuis dat zich halfweg de tuin bevindt, loopt momenteel een tentoonstelling met de naam Lost. “I don’t really get it,” zei de Engelse huisbewaarder. Ik wel.

Maar wat ik wou vertellen is dat ik het Talbot House buiten stapte met  een ongelooflijke goesting achter warme choco. Gezien we in tijden van vrede en overvloedige weelde leven, was er keuze ten over in plekken waar ik deze kon benutten. Echtgenoot en ik dus naar de grote markt van Poperinge. Krijgen we daar met de choco toch wel niet een advocaatje on the side zeker. Het water kwam me in de mond. Echtgenoot vond natuurlijk dat ik geen enkele reden had om dat lekkere advocaatje niet op te likken. Gelukkig kwam bij de warme choco ook een minimars. Resultaat van de onderhandelingen. Twee minimarsjes voor mij, twee advocaatjes voor hem. Eerlijke deal. Iedereen content. Ik nog altijd safe. Ik had anders wel een stevig advocaatje kunnen gebruiken. Echtgenoot en ik hadden net de Dodencel en het Executieplein bezocht. Ik was een beetje gebouleverseerd.

Na ons dagje Poperinge repten Echtgenoot en ik ons ’s avonds naar De Werf (we waren een beetje overboekt),  de Werf die trouwens tegenwoordig Kaap heet en optredens organiseert afwisselend in De Werf zelf en in het prachtige Vrijstaat O zaaltje in Oostende. Wachten voor het optreden. Water en bier. Pauze. Water en bier. En daarna…recht naar huis. Oef.

Conclusie na een dag op pad tijdens Tournée Minérale…  Mijn respect voor geheelonthouders en verslaafden die elke dag tegen alcohol moeten vechten is alleen maar gegroeid. Ze gooien het verderf constant, maar dan ook constant, rond je oren.

Dit gezegd zijnde wil ik er nog aan toevoegen dat ik in De Werf op geen enkel moment mijn cavaatje heb gemist. De muziek van het jonge jazzensemble Donder met onder meer de Knokke-Heiste pianist Harrison Steingueldoir sneed zo zacht door mijn vel dat ik slechts een momentum nodig had om geraakt, geroerd en ontroerd te worden. Zoals ik zei tegen één van de begeleidende mede-docenten van De Maak (deKunstAcademie Knokke-Heist) die ons naar dit concert had meegetroond: jazz is niet een genre dat ik ken of waar ik mee ben opgegroeid maar het is iets wat ik gaandeweg doorheen Zoon zijn opleiding leer kennen. Ben nooit blijer geweest met zijn leerschool dan gisteren.