Tagarchief: Zeeland

65. Rondtsjolen in Tholen

Op klantenbezoek in Tholen een paar dagen terug. Ik draai een straatje in waar ik niet had moeten zijn en beland zo per abuis aan het jachthaventje. Ik parkeer de auto en neem een kijkje bovenop de wandeldijk. De aanwaaiende zeebries verlicht me van de bevangenheid en kortademigheid die inherent zijn aan de werkdagen bij 30°. Iets waar ik niet over klaag trouwens. Ik ben blij dat ik werk heb überhaupt. Dat kunnen er steeds minder mensen zeggen de dag van vandaag. Bovendien voelt mijn werkdag vandaag als vakantie. Mijn klanten-van-de-voormiddag waren razend enthousiast over mijn producten en ik ben daarbovenop beland op een onwaarschijnlijk mooie plek, een met middeleeuwste stadswallen omringd eiland waar elke wandelaar of fietser die je kruist een hartelijk Zeelandse goedenmiddag groet en Corona weliswaar een deel van het leven is maar deze niet overheerst.

Ik besluit mijn middagpauze niet door te brengen in de wagen en mijn yoghurt met granola te ruilen voor iets smakelijkers. Ik laat me verleiden door het terrasje verderop. Een Zeeuws appelsapje lest de dorst en voedt me met zoete vitamines. Een garnaalkroketje, geserveerd op huisgebakken toast, laat me de zee proeven. De erbij geserveerde saus – iets wat zou moeten stand houden tussen Cocktailsaus en Thousand Islandsvinaigrette – is het enige wat me niet kan bekoren. Ik bereid me in stilte voor op het verkoopspraatje dat ik straks bij het afrekenen zal houden. Mijn naam en telefoonnummer heb ik al achter gelaten en ik heb ook op erewoord bevestigd dat ik geen corona-symptonen vertoon. Mondmaskers heb ik hier nog niet gezien maar er is ook geen mens die me dichter heeft benaderd dan anderhalve meter. Zelfs niet de professionele jongedame die me mijn middageten heeft gebracht. Je moet niet in iemands nek hangen om hem een bord te overhandigen.

Het leven in Zeeland is goed, zo stel ik vast. En de extra portie zuurstof heeft me deugd gedaan.

55. ‘t Leven is beter als werkmens dan als werkloze…

Eerlijk is eerlijk. Ik heb genoten van mijn dagen als werkloze. Genoten van het concept tijd dat ik plots cadeau had gekregen. Van de traagheid waarmee we het leven leidden. Van de buitenlucht. Van mijn gezin. Van de rust en van de stilte. Van het schrijven. Van het koken. Tijdens de eerste weken zelfs van het kuisen.

Ik heb de momenten gekoesterd die bestonden uit het wegblazen van het stof op mijn teruggevonden jeugdherinneringen.

Na twee maand had ik het, net zoals de rest van de wereld ‘gehad’. Het was genoeg. Nadat ik voor de zoveelste keer had moeten vaststellen dat een huis na een grote schoonmaak één dag proper blijft – max – had ik het helemaal ‘gehad’. Toen week na week bleek dat ondanks hardnekkige pogingen van enkelen maar door de onkunde, kwaadwilligheid en mediageilheid van anderen, de politiek het einde van de lockdown in totaal chaotische banen leidde, hadden ik – en vele Belgen samen met mij – het niet alleen ‘gehad’, we raakten ook totaal gefrustreerd.

Gisteren was ik voor het eerst terug op kantoor. Ik heb mijn kalender drie maand vooruit moeten schuiven.

Vandaag ben ik voor het eerst weer met mij Peugeot de grens naar Nederland over gereden. Voor het eerst terug (potentiële) klanten bezocht. Ik voelde bij hen precies hetzelfde als wat ik dit weekend heb gezien op de veelvuldige terrasjes die ik heb gefrequenteerd, hetzelfde als wat ik vandaag op de baan zelf heb gevoeld: heel veel ondernemingszin en goesting om te werken.

’t Leven is beter als werkmens dan als werkloze.

Dat ik voor mijn eerste verkoopsgesprekken in het prachtige Zeeland mocht rondreizen, heeft natuurlijk ook ferm bijgedragen aan het gelukzalige gevoel dat ik momenteel koester.

Dat ik dit tekstje virtueel neerpen terwijl vier machines voor mij draaien in het wassalon omdat den onzen thuis besloten heeft te stoppen met werken, kan mijn happy feeling niet temperen.