66. Why do we fall, Master Bruce?

Kaderend binnen de ziekenboeg update die ik had beloofd regelmatig te posten, moet ik u volgend verhaal vertellen.

Tijdens mijn studententijd, enkele decennia terug, woonde ik in een miniatuurkamer in een groot gebouw gelegen schuin tegenover de Kinepolis in Gent. Cinema’s die films uitzonden in tien zalen tegelijkertijd van vroeg in de namiddag tot in het begin van de nacht waren voor een meisje van de zee zoals ik, een nieuw en instant verslavend stadsfenomeen. Ik zag zowat alle commerciële films die ze in dien tijd draaide, werd verliefd op Jeff Bridges in The Fisher King, en op Michael Keaton. Die is voor mij tot op vandaag nog altijd de enige echt Batman. Tussenin slaagde ik ook nog voor al mijn examens in eerste zittijd. (Gun me dit bragging momentje, please.)

Ik voel met het verlopen van de film mijn innerlijke kracht altijd groeien, beken ik aan mijn Dochter tijdens een Moeder-Dochter zetelmoment met Batman Begins een paar dagen terug. (Christian Bale is ook best acceptabel als Batman.) Soms heb ik iets of iemand nodig om me aan mijn inner strenghth te helpen herinneren, zeg ik haar. Film helpt me herinneren. Muziek geeft me kracht, cultuur tout court quoi.

Dit ter inleiding van de ziekenboeg update. We hebben nog 12 dagen gips te gaan maar Dochter is al een pak mobieler geworden, lees creatief in het vinden van oplossingen. Zo kan ze met één hand oorbellen aan en uit doen, zich in een kleedje wringen, BH dicht doen, haar wassen en – praise the lord – zelfs het oksel scheren lukt alweer alleen. Ze is zaterdag gestart aan het theoretisch gedeelte van haar Instructeur B. Het springparcours dat ze voor haar praktijk moet afleggen zal niet voor nu in oktober zijn. Een strandwandeling met haar Davidje zit er binnenkort wel alweer in. Ze klaagt niet, ze zaagt niet en ze behoudt haar gevoel voor humor. Ze kan niet werken en niet sporten, dat stoort haar, zeker na die maanden van lockdown maar wat haar het meest frustreert, is dat ze niet kan auto rijden. Gelukkig heeft ze er vorige week een broer met een rijbewijs bijgekregen. (De broer had ze al. Het rijbewijs is nieuw.)

Om maar te zeggen beste lezer. Je inner strenght zit soms gewoon naast je in de zetel.

‘Learning to pick herself up’, heeft Dochter lang geleden zelf al geleerd.

65. Rondtsjolen in Tholen

Op klantenbezoek in Tholen een paar dagen terug. Ik draai een straatje in waar ik niet had moeten zijn en beland zo per abuis aan het jachthaventje. Ik parkeer de auto en neem een kijkje bovenop de wandeldijk. De aanwaaiende zeebries verlicht me van de bevangenheid en kortademigheid die inherent zijn aan de werkdagen bij 30°. Iets waar ik niet over klaag trouwens. Ik ben blij dat ik werk heb überhaupt. Dat kunnen er steeds minder mensen zeggen de dag van vandaag. Bovendien voelt mijn werkdag vandaag als vakantie. Mijn klanten-van-de-voormiddag waren razend enthousiast over mijn producten en ik ben daarbovenop beland op een onwaarschijnlijk mooie plek, een met middeleeuwste stadswallen omringd eiland waar elke wandelaar of fietser die je kruist een hartelijk Zeelandse goedenmiddag groet en Corona weliswaar een deel van het leven is maar deze niet overheerst.

Ik besluit mijn middagpauze niet door te brengen in de wagen en mijn yoghurt met granola te ruilen voor iets smakelijkers. Ik laat me verleiden door het terrasje verderop. Een Zeeuws appelsapje lest de dorst en voedt me met zoete vitamines. Een garnaalkroketje, geserveerd op huisgebakken toast, laat me de zee proeven. De erbij geserveerde saus – iets wat zou moeten stand houden tussen Cocktailsaus en Thousand Islandsvinaigrette – is het enige wat me niet kan bekoren. Ik bereid me in stilte voor op het verkoopspraatje dat ik straks bij het afrekenen zal houden. Mijn naam en telefoonnummer heb ik al achter gelaten en ik heb ook op erewoord bevestigd dat ik geen corona-symptonen vertoon. Mondmaskers heb ik hier nog niet gezien maar er is ook geen mens die me dichter heeft benaderd dan anderhalve meter. Zelfs niet de professionele jongedame die me mijn middageten heeft gebracht. Je moet niet in iemands nek hangen om hem een bord te overhandigen.

Het leven in Zeeland is goed, zo stel ik vast. En de extra portie zuurstof heeft me deugd gedaan.

64. Ziekenboeg update: hoe Dochter een Blue&White girl met Ikea onderdelen werd…

De binnenkant van de arm van Dochter ziet er uit als een achterkant van een in elkaar getimmerde Ikea-kast. Plaatjes en vijsjes allerlei. Netjes in elkaar gevezen aan de hand van een plannetje uitgewerkt door een doker die daarvoor de nodige jaren studie achter de rug heeft. Een studie die nodig was ook natuurlijk. Voor het ineen puzzelen van een Ikea kastje heb je immers ook enige kunde nodig. Daphnés dokter kent haar stiel. Uit de onderzoeken van vandaag bleek dat de breuk perfect aan het genezen is. Ze kreeg een nieuwe, nu gesloten, plaatster in een mooi en stijlvol en blauw, assortie met de kleur van haar ogen. Het witte randje van de onderliggende omzwachtelingen maakt het geheel af en tovert Dochter om tot een elegante Blue&White girl, helemaal klaar voor een feestje.

Feesten kan nu helaas niet en dat heeft natuurlijk niets met haar arm te maken. Een smoothie drinken op het strand en daarna pootje baden in zee, dat kon vandaag precies 1 week na datum ongeval, wel. Waarmee we willen zeggen, het gaat goed met de Dochter. Elke dag een beetje beter. Elke dag een beetje minder pijn. Elke dag een nog mooiere glimlach.

63. Beam me up, Scotty. Want ik heb het gehad.

Na alle coronahysterie van de voorbije maanden, zijn we het wereldwijd collectief over 1 iets eens. Het liefst van al zouden we ons leven in een fast forward richting coronavrijetoekomst spoelen.

Helaas. In plaats van een sprong vooruit in de tijd kreeg ons gezin deze week een rewind richting 5 jaar terug te verwerken. Kort samengevat : telefoon – Dochter – paard – gevallen – arm gebroken – ziekenhuis – operatie – pijn… Niemand moet ons vertellen hoe de komende maanden er uit zullen zien. We weten het precies. Controlebezoeken aan de arts, kine, revalidatie & nog meer pijn. Geen werk & geen sport. Been there & done that.

Dochter is een ongelooflijk karaktervolle en sterke jonge vrouw. We weten heel zeker dat ze ook deze nieuwe tegenslag met glans zal doorstaan. Ze krijgt honderden berichten van bezorgde familie, vrienden en vriendinnen, waarvoor veel dank. We gaan net zoals vorige keer samen massa’s leuke dingen doen. Revalidatie combineren met wellness. Een doktersbezoek laten volgen door een lunch op een gezellige plek. Grappige ziekenboegupdates posten op de social media. Maar sta ons toch toe, beste lezers, vrienden, om nu toch even ook eens een momentje pissed off, f**cked off en utterly sad te zijn.

Na alle coronashit die we hebben gehad. De continue dreiging van de uiterst agressieve ziekte, de angstpsychose, het isolement, de economische weerslag, de reisbeperkingen, de heropstart van de horeca, het einde van de heropstart, de – pardon my French – bullshit rond de mondmaskers (eerst verboden en nu verplicht ook buiten de drukke centra), de annulatie van coronaproof optredens, het gezaag en de betweterij op social media (ik heb al meer ‘friends’ verwijderd dan toegevoegd de voorbije weken), is mijn onophoudelijke streven naar positivisme eventjes getemperd. (Geen nood, eventjes maar. Geef mij een stuk chocola en het is sebiet weer beter.)

We weten ondertussen dat Dochter Corona-negatief is. Gelukkig. Maar dat wil niet zeggen dat het leven daardoor rozengeur en maneschijn is. Dochter ligt met een dubbele armbreuk en een open gips in de zetel. Dus aub. Beam me up Scotty…. Ik heb het gehad met de zomer van 2020. Ik wil een fast forward naar een volgende tijd waarin La Puce onbezorgd met haar paard op het strand langs de waterlijn kan galopperen. Sterker dan ooit.

62. Cultuur is goed voor je mentale gezondheid. Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit aub niet vergeten.

Nog meer dan een metalfan, ben ik een comedy-groupie. (Mensen die me kennen, weten dat er een verhaal zit achter deze afwijking.) Groupie zijnde, had ik tijdens de lockdown mijn comedy-friends – bekende en minder bekende acteurs die ik volg op facebook – beloofd dat van zodra ze opnieuw mochten en konden spelen – het is niet omdat het opnieuw mag, dat je ook opnieuw een podium en een publiek ter beschikking hebt – dat ik zou komen kijken. Niet alleen voor mij, omdat ik wegkwijn als ik niet op en om podia kan ronddwalen maar ook voor hen. Niet alleen omdat ik de acteurs en hun technici een inkomen gun. Met de opbrengsten van de kleine bubbels waarin ze mogen optreden tijdens deze zomer van 2020 zullen ze hun rekeningen niet betalen. Wel omdat ik het hen gun om terug op een podium te staan. Net zoals ik blij ben dat chefs terug achter hun kookpotten kunnen staan of hoeren achter hun vitrine. Ik ben ook blij dat ik terug aan het werk ben, achter mijn computer.

De eerste comedian aan wie ik ‘beloofd’ had om te komen kijken, was Han Solo, het alter-ego van Han Coucke die ik kende van Bevergem. In tegenstelling tot zowat de helft van de rest van de Bevergem-cast had ik Han Solo/Coucke/Koekie nog niet live gezien. Maar ik ben tijdens de lockdown zo vol bewondering komen te staan voor zijn 50 mobilhome corona-chronicles op YouTube dat het voor mij een must werd om zijn mobilhome optredens ook live te zien. Al was het maar omdat we fervent kampeerders zijn natuurlijk.

Echtgenoot en ik zijn helemaal tot Roeselare moeten rijden om hem live te kunnen bewonderen, Han en zijn klein broekje. (Echtgenoot heeft sinds hij met mij is getrouwd, al wat theaters moeten afslechten. En broekjes moeten bekijken. Gelukkig zitten er soms ook rokjes tussen.) ‘T Is niet dat Roeselare de andere kant van de wereld is natuurlijk, maar ‘t is wel halfweg de andere kan van West-Vlaanderen. Kleine moeite. Wat je thuis niet krijgt, gaat een mens op een ander zoeken. We kregen niet alleen Han Solo, we kregen ook het vreemde mannetje Karel De Rijcke, en sprookjesverteller Jeron Dewulf. Sinds ik gisteren zijn stukje show heb gezien verwacht ik nu elk moment dat onze hond Chloë in een soort van Antwerps zal beginnen blaffen als ze moet kakken. Dit terzijde.

Ik heb me de voorbije maanden veelvuldig afgevraagd hoe ik het gemis dat wij cultuurconsumenten zonder optredens voelen, zou kunnen omschrijven. Wat is het precies dat we missen.

Gisteren heb ik het antwoord gevonden.

Toen ik samen met het talrijk opgekomen publiek van alles samen 30 man (meer plaats was er niet), in mijn bubbel van twee (met echtgenoot weetjewel) , op anderhalve meter afstand van de andere bubbel én met mondmasker op, (only the good lord knows waarom je in het theater én afstand moet houden én een mondmasker moet opzetten. Het lijkt wel of alle politiekers met hun regels en regeltjes wraak nemen op eenieder uit de cultuurwereld die hen ooit eens iets verkeerd heeft gezegd.),

toen ik samen met die 30 man met als dirigent Han Solo gisteren op mijn stoel met mijn benen zat te zwaaien (amai die buikspieren), met mijn vingers ronddraaide (de middelste) en met mijn mondmasker op meezong met: ik ben/een marginaal uit Gistel/. … enz.

Toen wist ik het.

Katharsis.

Het was geleden van die laatste gulle lach die ik had losgelaten tijdens het laatste optreden dat ik had gezien van Steven Mahieu maanden geleden thuis in Knokke-Heist, dat ik nog heel mijn zijn had kunnen loslaten en zuiveren van alle stress die zich in de verschillende vezels van een mensenlichaam kunnen nestelen.

Katharsis.

Cultuur, in al zijn vormen. Of je nu van comedy houdt of van tristesse theater, van metal, alternative of klassiek.

Cultuur is goed voor je mentale gezondheid.

Dat de virologen, politici en andere beleidsmakers dit alstublieft niet vergeten.

61. Een blik op de bewoners van Camping Pegomas, mezelf incluis.

Ik had me voorgenomen een schrijfbreak te nemen maar het profiel van de bewoners van Camping Pegomas, rij D, ten tijde van ons verblijf hier is te interessant om niet met u te delen.

Nu het koppeltje Italianen dat na een stop van twee dagen met hun mobilhome richting Luberon verder trok, is standplaats D1 ingenomen door een familie Nederlanders.

De Italian man zwaaide bij vertrek vanuit zijn stuurcabine, wijd en zijd gesticulerend, big smile op zijn gezicht. Wij hadden hem bij aankomst geholpen bij het ontwarren van de electriciteitsknoop en werden daarop terstond met zijn eeuwige vriendlijkheid beloond. Zijn opvolgers, de Nederlanders, zijn iets minder extravert. Ik roep zowaar luider ‘halloooo’ naar hen dan zij naar ons. Beroepsmisvorming, I guess. Ik vertoefde het voorbije jaar te veel onder de Nederlanders. Aan de krullen in hun haar te zien, zijn de drie jongedames die ze meehebben, hun dochters. Atypisch als de familie Nederland is, gaan ze ’s avonds vaak uit eten. Als ze ‘thuis’ komen, babbelen de Krulletjes zichzelf in slaap. ’s Morgens babbelen wij hen wakker aan de ontbijttafel. De Krulletjes zijn duidelijk veel beter opgevoed dan de Nederlandse jongeren die hun vakantie in ons Knokke-Heist komen spenderen. Nochtans zijn ze mijn inziens niet minder bemiddeld. De caravan is gloednieuw, voorzien van alle snufjes, inclusief elektrische parkeermodule. ’t Is bovendien een Hobby, bekend voor zijn elegant design en dito interieur. Hun tuinset is een veel betere uitgave dan diegene die staat te blinken in mijn tuin thuis. De extra tent voor de Krulletjes is gigantisch en van topkwaliteit. Hier staat voor ettelijke tienduizenden euro’s naast ons geparkeerd.

D4 was op het moment dat wij hier aankwamen ingenomen door een rondreizend koppel gepensioneerde Fransen. Na de Provence stonden de bergen op hun programma. Het is dat ik te lang weg ben geweest. In mijn herinnering waren Fransen nooit zo hartelijk. Het kwam door de man. Die herkende een jongere versie van zichzelf in ons. Geïntrigeerd door het grappige taaltje dat we praatten maar dat hij niet kon thuisbrengen, was hij zich tijdens de afwas beginnen afvragen waarvandaan we afkomstig waren. Wij zijn Belgen, zeiden we hem. Dus jullie spreken Frans, concludeerde hij. Ja, dat ook hoor. Geen verdere uitleg gegeven. Veel te vermoeiend op vakantie. Onze caravans bleken ongeveer even oud te zijn, onze geschiedenis met tenten even ver af en onze goesting om rond te reizen even groot. Alleen waren zijn werkdagen reeds geruime tijd verleden tijd en is hij daarmee met zijn épouse nu wat langer op pad dan wij. D4 is na hun vertrek leeg. De grote boom middenop de plek geeft niet alleen veel schaduw. Hij neemt ook ietwat veel plaats in. Niet iedereen kan daarmee overweg. D1 gebruikt hem nu als parking. Wij als voortuin om naar te kijken. Er is toch plaats genoeg. Er zijn lege plekken ten over op de Franse campings tijdens de zomer van 2020.

D2 is bezet sinds eergisteren. De man parkeerde bij aankomst zijn caravan dwars over zijn spot. Zijn auto er schuin achter. Nu is kamperen een routineus gedoe waarbij je veel tijd spendeert aan dingen die je thuis niet graag doet maar hier louterend werken, zoals aardappelen en champignons in plakjes snijden, vlees of vis bakken en wijnen. Dat laatste doen we uiteraard thuis ook wel graag. Mevrouw D2 heeft sinds aankomst reeds haar grondzeil geschrobd, haar buitenfrigo afgewassen en daarnet tijdens onze apero haar was ‘gehandstreken’. Ik denk dat haar caravan netter opgeruimd is dan mijn living. Volledigheidshalve moet ik er hier bijvertellen dat ik gisteren met ons heksenbezemtje ook ons grondzeil heb ontdaan van rondvliegende stekkertjes uit de bomen. Ik had mevrouw D2 de eerste dag als saai gecatalogeerd maar niets is minder waar. Tijdens haar videocall met de kleinkinderen mocht de hele rij D meedelen in haar vreugde en de fles wijn ploft er niet één maar twee keer per dag.

De nieuwste bewoners in de D-section hebben zich geïnstalleerd naast ons op D5. Englishmen. Waarschijnlijk de eersten die hun land verlaatten in maanden. En probably is het voor hen ook de eerste keer in maanden dat ze buiten kwamen tout court. Spierwit, met een rossig toefje bovenop. Alle drie. Moeder, vader, opgeschoten zoon. In driekwartsbroek met een uitgewassen polo erbovenop. Als beloning voor het opzetten van de plooicaravan kreeg vader van moeder een Franse pint met schuimkraag die ze in de campingbar was gaan halen. Vandaag droeg moeder een tijgerbikini. Ze is blij met de Franse zonneschijn. Ze stralen, de leden van de familie Englishmen.

Ergens tussenin – als je nu nog niet doorhebt dat wij op D3 wonen… – zijn wij gestationeerd. De Belgen. Over ons vertellen de buren waarschijnlijk dat we niet stoppen met eten, uren kunnen vullen met de mis-en-place en bijzonder weinig variëren in klederdracht. Alhoewel de caravankasten gevuld zijn met zowel hitte als waterbestendige kledij geschikt voor de vier seizoenen, spenderen wij onze dagen op de camping halfnaakt. ’t Is te zeggen, Echtgenoot in short en ik iets wat de meest bijzondere lichaamsdelen bedekt maar me voor de rest veel bewegingsvrijheid geeft, iets wat ik in principe niet nodig heb want ik beweeg hier voor geen meter. Of het is een keer heen en terug mij voortbewegend in een soort van schoolslag over de breedte van het campingzwembad.

Het is 30°c en we genieten ervan om na enkele jaren van afwezigheid terug te zijn in de Provence. De caravan geeft ons de gelegenheid in onze eigen bubbel te reizen. Als ik de beelden van thuis bekijk, zijn we hier veiliger af dan ginds. Mocht het van mij afhangen, blijf ik hier voor onbepaalde tijd in afzondering. But a girl’s gotta do what a girl’s gotta do. Nog effe genieten dus, en dan terug aan het werk in de bewoonde wereld. Alwaar ik verder ga met het mensen kijken.

Tot binnenkort. Groetjes. Christel

60. Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman.

Geschreven op woensdag 1 juli 2020. Hoogdag voor de Cultuursector. De dag waarop het podium terug open ging. (Alhoewel alle optredens preventief werden geannuleerd…) (Een dubbele gelaagde dag dus.)

Het voorbije najaar ergens in oktober 2019 was ik met mijn Dochter op Appetite To Discover reis naar Bergdorf Prechtlgut. (Een activiteit die ik nog altijd uitoefen, reisbestemmingen en verblijfplaatsen testen en er dan een verhaal over schrijven…). We waren in een bont gezelschap van jonge schrijvende en fotograferende mensen uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. We haalden ons beste Duits en ons betere Engels boven en traditioneel zoals dat gaat op schrijfreis werd er ‘s avonds na een volle dag fantastische activiteiten met een apero en een glas wijn duchtig over en weer gefilosofeerd.

Een jong samenreizend schrijvend koppel vroeg mij – de toen nog net niet 50’er – hoe mijn toekomstdromen er uit zagen. Ik moest even nadenken. Ik heb geen dromen meer, zei ik uiteindelijk. Ik ben jong beginnen leven en ik heb eigenlijk alles bereikt wat ik wou bereiken. Ik heb geen grote verwachtingen voor de toekomst of zaken die ik perse nog moet bereiken. Ik ben tevreden. Vandaag is het leven aan mijn kinderen. Ik word gelukkig door het volgen van hun ontwikkelingen. Er hoeft niets meer meer. Het enige waar ik echt nog van droom is het schrijven van een boek. (En het signeren ervan op de boekenbeurs, al is dat met de annulering van alle beurzen alvast één droom die op korte termijn niet te realiseren is.)

Alle oud-journalisten willen een boek schrijven eens ze gestopt zijn met dromen, antwoordde de jongeman. Het is het begin van het einde van de beleving en de verwondering. En hij richtte zich tot zijn vriendin die hij binnenkort ten huwelijk zou vragen. Höre nie auf zu träumen, zei hij tot zijn vriendin. And please don’t ever talk about starting to write a book.

Zijn uitspraak zette mij aan het denken, zo gaat dat tijdens met alcohol overgoten filosofische gesprekken. En ik dacht aan de podia waarop ik had gespeeld en de columns die ik had geschreven en aan hoeveel voldoening ik uit deze onvoldoende betaalde activiteiten had gehaald. Ik dacht aan hoeveel meer ik nu werkte en daar ook wel voldoening uit haalde en meer inkomen dan vroeger maar hoe veel verder weg ik van mezelf stond dan ooit.

We zijn aan Corona-Chronicle nr. 60. Er is veel gebeurd de voorbije maanden. Veel gezegd en veel geschreven. Maar we zijn gestart hier met een goed voornemen. Met het voornemen de tijd te laten stilstaan en te ondergaan, een stap terug te nemen en terug te keren naar onze eigenste inner strenght.

Het boek zal ik schrijven. Dat is geen oudewijvendroom van mij maar een jeugddroom. Maar als er één iets is wat deze lockdown mij heeft geleerd, is dat ik moet terug keren naar het podium. The stage is mine. Daar leeft mijn echte zelf. Voor, achter en op het podium. Dit is geen midlifecrisis. Die is tussen 40 en 50 in stilte en al feestende gepasseerd. Dit is ik.

Met deze wijze woorden die gepaard gaan met een grote innerlijke opluchting neem ik hier een break in mijn Corona-Chronicles. Corona is nog lang niet voorbij. Mijn Chronicles ook niet. Maar voor de heropflakkering komt, ga ik eerst even een tijdje de offline wereld in. Nu het weer mag. Beetje bouwen aan de ontwikkeling van mijn dromen.

Tot schrijfs.

Als muzikale uitsmijter hier… mezelf. Op een tekst van Koen Mattheeuws, muzikale begeleiding van Ron De Rauw en coaching van Philippe Verkinderen. Het applaus dat ik na dit optreden kreeg, was – op klassiekers zoals trouwen en kinderen krijgen na – één van de gelukkigste momenten uit mijn leven.

Het lied gaat over mijn angst voor oude mensen in de supermarkt. Het zou zowaar vandaag geschreven kunnen zijn.

 

59. Corona-toeslag in de Horeca?

En terwijl ik aan het schrijven ben, kunnen we maar verder schrijven. Dit is mijn relaas van maandag 29 juni 2020.

Ik zakte bijna door de bodem van mijn auto toen ik het nieuws op de Nederlandse radiozender 10 hoorde. Daar was één van de hoofdpunten de rekening van een Brusselse horecazaak. Die had het gewaagd per persoon een Corona-toeslag van 5 euro te rekenen.

Ik was op weg terug naar huis na een klantenbezoek in de omgeving van het prachtige Biesbosch. Nog meer dan in de periode voor Corona, was ook dit klantengeprek begonnen met het uitleggen van de gestoorde organisatie van ons land. Nu we al anderhalf jaar geen regering hebben en een zogezegd record aantal Corona sterfgevallen bijeen telden, hebben potentiële klanten nog meer België-duiding nodig dan voorheen. En daar kwam nu dit bovenop.

Ik was al blij dat het restaurant met Corona-toeslag in Brussel gelegen was en niet bij ons aan de kust. Het restaurant rekende deze taks aan om zijn personeel in dienst te kunnen houden, was hun verdediging. Puur bedrog is mijn verweer. De Horeca heeft geleden en lijdt nog. Maar ze hebben een BTW-reductie van 21% naar 6% gekregen. En we hebben hier in België zoiets uitgevonden als tijdelijke werkloosheid voor iedereen, waardoor werkgevers hun personeel helemaal niet hoeven te ontslaan. Tenzij je malafide bent.

Bovendien – en dit is voor mij de doorslaggevende reden – is de Horeca niet de enige sector die heeft geleden. We zijn met 1 miljoen werklozen geweest. We hebben serieus loonverlies moeten ondergaan. Het budget om uit te gaan eten is bij vele mensen met vele cijfers ingekrompen.

Ik heb alvast besloten dat wat nog rest aan budget te besteden bij restaurants die mij eerlijke gerechten aan correcte prijzen voorleggen. De opportunisten mogen hun lege terrassen houden.

Lekker betaalbaar garnaalkroketten op een Corona-proef terras in Ieper, zonder toeslag.

58. Mondmaskersgewijs op hotel

Dus mijn TUI-vakantie is geannuleerd en ik zal mijn congé payé spenderen dicht bij mijn Echtgenoot in ons Sleurhut. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet, nooit of niet meer op hotel ga. Ik zal zelfs meer zeggen. Ik ben op hotel. Vandaag. Voor het eerst terug sinds Corona.

Het zit zo. Zelfs voor kilometervreters als ik zit er een limiet op het maximum aantal kilometers dat je op één dag kan combineren met klantenbezoeken. Ik ben in Luxemburg mijn producten aan het uitrollen. Het zou al te gek zijn vanavond 300km naar huis te rijden en morgen 300km terug. Dus ben ik op hotel. In het godzalige gehucht La Gaichel alwaar ik een bescheiden kamer heb genomen in de Auberge. (Ik denk altijd aan de portemonnee van mijn baas…) (En ook aan mezelf. Ik neem altijd een hotel in het groen. Never in de city center.)

Nu ik hier zo zit met mijn iPad op mijn bed, in mijn kamer zonder aperitief ben ik ferm blij dat ik niet op hotel moet deze zomer. De mensen doen ongelooflijk hard hun best. Allemaal. Nog meer dan voor Corona, nu ze elke gast echt nodig hebben. Maar het is raar. Niet al in het minst ook omdat je overal, behalve zittend aan tafel of in de solitudine van je kamer, een mondmasker moet ophebben. Dat is hier in Luxemburg ook in de supermarkt het geval. En bij uitbreiding overal. Het is geen kwestie van ‘ik moet hem aandoen’ of ‘ik wil hem niet aandoen’. Het mondmasker wordt hier gedragen. Punt. Het is een vanzelfsprekendheid in het straatbeeld. (Onze burgemeester thuis zou daar heel gelukkig mee zijn.)

Gisteren had ik een conference call met een klant in Rwanda. (Te veel kilometers om heen en weer te rijden.) Alles is daar nog altijd pottoe. Je komt er je huis niet uit. En elke avond houdt de president een van peptalk overlopende motivational speech op televisie. Om het moraal van de bevolking op te krikken, zo zei de dame aan de andere kant van mijn computerscherm.

Verschillende landen. Verschillende bevolkingen. Onderhevig aan verschillende types leiderschap.

Dit gezegd zijnde ga ik nu verder de minuten aftellen tot het 19u is. Dan krijg ik eten. En met wat geluk ook een glas wijn. Aan apero doen ze hier niet. Bar closed tijdens Corona. Blij dus dat het vakantie aan Sleurhut wordt. In mijn eigen bubbel, in mijn eigen bed, met mijn eigen spulletjes rondom mij. En onder het alziend zorgend oog van mijn Echtgenoot die na zo’n werkdag als vandaag al lang een Bellini voor me zou uitgeschonken hebben.

57. “Het kamperen is helaas een vakantieactiviteit die wordt aangeraden door virologen.”

In tijden van verwarring en onzekerheid neemt de mensch zijn toevlucht tot de voor hem vaste waarden. Met andere woorden: geen hotels en zeker geen vliegvakanties voor Echtgenoot en mezelf deze zomer. Hoe graag ik ook van de grond ga, er zal niet gevlogen maar gekampeerd worden tijdens de summer van 2020. Ons Sleurhut en bijtentje mogen de komende maanden voor iets meer dienen dan een paar weekendjes weg.

Maar… we zullen niet alleen zijn. Het kamperen is helaas een vakantieactiviteit die wordt aangeraden door virologen. Het goede nieuws daarbij is dat de social distancing moet gerespecteerd blijven. Dit willen zeggen geen opeenstapeling van caravans op veel te kleine plekjes. En vooral, geen verplichte socializing meer met campingburen. Voor ons Belgen is dit een hele opluchting. (Smiley)

Het andere goede nieuws is dat er volgend jaar exceptioneel veel tweedehands caravans en mobilhomes te koop zullen staan. Met mijn 15 jaar kampeerervaring met alle bijhorende geuren en kleuren (letterlijk) kan ik je verzekeren dat kamperen niet aan elke mens is gegeven. Niet iedereen loopt ‘s morgens graag met zijn rolletje wc-papier in de hand richting gemeenschappelijk sanitair. Of voor de gelukkigen die een eigen toilet hebben, niet iedereen gaat graag zijn sanitair bakje legen in het grote chemisch toilet. Niet iedereen staat graag in de rij te wachten om te douchen. Of doucht graag in eigen accommodatie op een halve vierkante meter terwijl de leden van je gezin (en ook de buren met wie je niet wil socialiseren) meeluisteren. Zelfs in de grootste sleurhut ever is de leefruimte klein. En – spoiler alert – zelfs glamping-kampeerders krijgen ongedierte binnen in hun tent.

Één zijn met de natuur onder een sky full of stars kan je al kamperende heel letterlijk nemen. Vandaar mijn voorspelling: er zullen volgend jaar veel occasies op de markt zijn. De campers en andere mobiele slaapplaatsen die dit jaar met extreem hoge marges verkocht worden, zullen volgend jaar aan dumpingprijzen rond onze oren vliegen. De wetten van vraag en aanbod zullen hun werk doen.