Wat vind jij van het toiletrecht?

Tijdens mijn kilometerslange wandelingen gebeurt het wel eens dat ik dien te plassen. Nu heb ik geluk. De meeste stukken van mijn Gr5a-wandelingen lopen doorheen bossen, velden en natuurgebieden. En ik ben van het principe, als de dieren in de natuur mogen plassen, dan dit mensendier ook. Ik heb zelfs al een hele techniek ontwikkeld waarbij ik door te leunen tegen een boom niet meer tot helemaal beneden moet hurken. Zo heb ik het probleem van het terug recht krabbelen helemaal weggewerkt. #trots #waarisdentijddatikpuuropbuikspierenallthewaydownkonhurkenenterug.

Ik ben gaandeweg ook een hele grote fan geworden van werftoiletten. Er is geen dorpskern in Vlaanderen waar niet wordt gewerkt en bij elk werf hoort een toilet. Blijkbaar is de tijd dat werkmensen gewoon bij de buren gingen plassen en zo, uit onze maatschappij weggewerkt, net zoals zovele andere gewone blijken van dienstbaarheid en vriendschappelijkheid. De voorbij 27 wandelingen heb ik slechts 2 werftoiletdeuren geopend die ik onmiddellijk terug heb dichtgegooid. Voor de rest kraaknet. En zo laat ik ze ook weer achter.

Tijdens de Kerstvakantie had ik stress. De wandelpaden deden meer dorp aan dan natuur. En alle, maar dan ook alle werftoiletten waren ter gelegenheid van het bouwverlof op slot. Verder heb in ook al mogen vaststellen dat de meeste stationstoiletten, de toiletten op begraafplaatsen en deze van onthaalcentra van natuurgebieden op slot en grendel zijn of waren. Het ergste wat ik heb meegemaakt was onderstaande. Een toilet waarvan beleefd doch met aandrang werd gevraagd deze niet te gebruiken.

Het ontnemen van ons toiletrecht vind ik eerlijk gezegd beschamend. Ontmenselijkend. Een misselijkmakende bijwerking van de Corona-maatregelen. Al voeg ik er volledigheidshalve nog dit aan toe. Een enkel toilet was gesloten ter preventie van vandalisme. En de toiletten van de stations zijn gewoon gesloten omdat de NMBS vergeten is wat het woord dienstverlening betekent.

Reizigers, de nieuwe melaatsen, het nieuwe uitschot, de nieuwe divergents van 2021

Het lijkt wel of de virologen en de beleidsmakers ten tijde van Corona continu op zoek zijn naar een nieuw schaap om te slachten. Om te offeren aan hun übergod, de god der virussen. Om hem gunstig te stemmen.

De eventwereld hebben ze al geëlimineerd. Daarna mocht alles wat cultuur, zelfs in gigantisch grote zalen gevuld met slechts 30 man, eraan geloven. Met je gezin op restaurant mocht plots ook niet meer. De winkels mochten wel open want jah… we moeten toch iets te eten en te drinken hebben en we hebben schoenen nodig om onze ellenlange wandelingen mee te maken, iets wat ik trouwens heel graag doe. Nu hebben ze de kappers en schoonheidsspecialisten gepaaid met een heropening net voor Valentijn. De kanttekening dat dit maar definitief beslist wordt op 5 februari, wordt straal genegeerd.

Er is maar één zondebok meer over die ze verder kapot kunnen maken. De reissector. De reissector die traag wordt gewurgd, die een ‘Blood Eagle’ ondergaat , stil schreeuwend zoals in de finalescène van de tweede jaargang van Vikings, aflevering 7. (Soms regent het teveel om te gaan wandelen, dan las ik een dagje bingewatching in). Nu de rug open gesneden is en de ribben gebroken, komt de laatste fase van het terecht stellen van de reisorganisatoren in beeld. De longen worden uit het lichaam gerukt en tentoon gespreid op de schouders van de knielende mens.

Het is niet dat je niet meer mag reizen hé. Diplomaten mogen zich wereldwijd verplaatsen. Alsof hun diplomatieke onschendbaarheid hen ook tegen het virus beschermt. Je mag in het buitenland op familiebezoek, met je lief gaan vrijen of gaan werken. Je mag naar school of over de grens gaan shoppen als de bakker daar dichterbij is dan in eigen land.

Het enige wat niet mag is recreatief reizen. Voor je plezier. Gaan skiën bijvoorbeeld, een sport in buitenlucht. Wandelen. Aan de andere kant van de wereld op het strand gaan liggen. Verboden. Ook niet als je je aan alle coronavoorzorgmaatregelen houdt. Ook niet als je je voor en na laat testen. Ook niet als je voor en na in quarantaine gaat. Nope. Het is per ministerieel besluit verboden op enige manier van het leven te genieten. En dat nu al bijna een jaar lang.

Als er ooit eens groepsimmuniteit zal zijn. Als ooit een werkend vaccin over de volledige bevolking verspreid zal zijn. Als ooit contacttracing op punt zal staan. Als ooit sneltesten wijdverspreid zullen circuleren. Als er ooit centrale covidcentra zullen zijn. Als ooit virologen en politici zullen stoppen met angst zaaien.

Als, als, als, …

Zal de knielende, langzaam stikkende en doodbloedende mens dan ooit nog de kracht vinden om op te staan?

Geschreven dag op dag een jaar nadat ik op het Vakantiesalon in Antwerpen een lezing mocht geven over internationale foodtrends. En daarover mocht vertellen bij De Madammen van Radio 2.

Vilvoorde kleurt meer dan alleen je dag

Als er één iets is wat ik tijdens mijn voorbije GR-wandelingen heb geleerd, is het niet alleen dat Vlaanderen is volgebouwd als gek. Het is ook dat er tussen al die volgebouwde gekte enkele pareltjes bewaard zijn gebleven en hier en daar in ere zijn hersteld.

Zo moest ik zeer geruime tijd geleden beroepshalve bij de Kamer van Koophandel in Vilvoorde zijn. Gelegen langs een van de vele afritten van de ring rond Brussel. Middenin de drukte. Middenin het verkeer. Net naast de gebouwen van VTM. Een eindje van het Kleurt-je-Dag Plein. (I know. De originaliteit van de straatnaamgevende commissies is eindeloos.) Ik was te vroeg op afspraak, natuurlijk, zoals altijd. Het was het uur van de middagpauze. De zon scheen. Dus dacht ik, ik wandel eens een toertje rond dit ‘Kleurt-je-Dag Plein’. Dit bracht mij tot bij enkele aangename bevinden.

Zo heb ik ontdekt aan het VTM-gebouw via een holle weg het Holle Wegenwandelpad vertrekt, een suggestieroute op het wandelnetwerk Brabantse Kouters doorheen de vallei van Tangebeek, een moerassig natuurgebied.

Verder kuierend merkte ik dat de paden rondom VOKA en VTM leiden tot domein Drie Fonteinen, tevens het eindpunt van het Holle Wegenwandelpad. Het Parkdomein Drie Fonteinen, 50 ha groot, is een van de grootste landschappelijke parken van België met onder meer een Engelse landschapstuin en een Franse tuin, geïnspireerd op de tuinontwerpen van Versailles. Het kasteel zelf is verdwenen maar het koetshuis met stallingen staat er nog, en de oranjerie. En in goede dagen – op moment van schrijven dus niet – is er zelfs een bistro/restaurant met feestzalen waar we de Bourgondiër kunnen uithangen en party’en all night long.

Grootste verrassing van de Drie Fonteinen vond ik, was de ‘Komatsu Landscape Garden’, een Japanse tuin die in miniatuur de natuurlijke omgeving van de stad Komatsu weergeeft, inclusief de omliggende bergen en meren. Ik verneem zelfs dat alle blikvangers (de brug, de lantaarn, de ‘tsukubai’, de wegwijzer, …) van Japanse makelij zijn en per schip naar België werden vervoerd.

Zowaar, zowaar. Mijn middagpauze rondom de Kamer van Koophandel, bracht mij van VTM naar Holle wegen naar Engelse, Franse en Japanse tuinen. En dat allemaal op een plek die we normaal aan 120km voorbij vliegen. Als dat geen rijkgevulde lunch was.

Ook nieuwsgierig of ook eens in de buurt? Meer weten? Neem een kijkje op www.toerismevlaamsbrabant.be en www.dedriefonteinen.be

Have fun!

2021, het jaar zonder goede voornemens

Ik doe niet aan goede voornemens in 2021. Niet dat ik dit jaar niet wil vermageren, meer wil sporten of gezonder wil eten. Niet dat ik geen plannen wil maken om naar Bretagne te gaan en Oostenrijk, of Denemarken. Het is dat ik me er heb bij neergelegd dat er niet te plannen valt.

Ik hoor je al denken dat dit gelaten of passief klinkt. Het tegendeel is waar. Het is een nieuwe attitude, één die enorm veel rust in mijn leven heeft gebracht.

In den beginne der Coronaperiode heb ik me namelijk enorm veel geërgerd. Aan de niet-steek houdende maatregelen, aan de niet-steek houdende agressieve reacties die deze bij vele mensen teweeg bracht. Aan de mensonterende manier waarop onze oudjes in de rusthuizen werden geïsoleerd. Aan de sluiting van de horeca. Twee keer. Aan de manier waarop we continu met niet-steek houdende statistieken in een angstdwangbuis werden en worden gestopt. Aan het totale gebrek aan respect voor de organisatoren van events en cultuur, voor de artiesten en voor de hen omringende technici. Ik heb me zoveel geërgerd dat het zowat overal pijn deed.

Het beste advies dat ik de voorbije maanden las, is deze. ‘Luister tien minuten per dag naar corona-nieuws en zet die dan uit. Houdt u ver van alle corona social media commentaar. En kom uit uw kot.’

Dus luister ik meer naar Spotify dan naar de radio. Heb ik al meer ‘vrienden’ geblokkeerd dan toegevoegd. En heb ik mijn wandelactiviteiten uitgebreid. De overgebleven ‘vrienden’ kunnen deze naar hartelust volgen op mijn social media.

Negeer ik daarmee corona? Belange niet. Ik heb het een plaats gegeven. Ergernis en machteloosheid zijn immers slechte raadgevers. En zelfs als je (nog) niet fysiek geveld bent door corona en niet in de zorg werkt, moet je deze ziekte overleven.

Dit gezegd zijnde, geniet ik momenteel van het rustigste begin van een nieuw jaar dat ik ooit heb gekend.

Ben zo zen dat zelfs Trump me niet uit mijn evenwicht weet te brengen.

78. ‘Belevering’ en ‘Verwinkeling’, de nieuwe trends in Foodservice. Hebben we dat wel nodig?

De online versie van het Nationaal Foodservice Congres 2020 was een boeiende drieëneenhalf uur scherm kijken. (Weliswaar niet goed voor mijn ogen. Wel zeer informatief.) Twee trends kwamen op het congres duidelijk naar voren.

‘Belevering’ is de eerste. (Oh ironie, de autocorrector op mijn iPad maakt hier ‘belegering’ van.) Deze sector/dienst was al aan een opmars bezig in ons Belgenland. Met Corona als accelerator is die nu aan het boomen. Hier in mijn graafschap Knokke-Heist gaan we nog vaker zelf onze kant-en-klare maaltijden bij de slager/traiteur halen. In de ‘grootsteden’ vliegen delivery diensten met fiets en brommer en gewapend met gps en allerhande ingepakte etentjes de stad rond. Het te laat leveren van een drooggebakken pizza is daarbij al lang niet meer van deze tijd. Hele culinaire menu’s kan je de dag van vandaag aan huis geleverd krijgen. Vaak bereid in de nieuwe zogenoemde ‘dark kitchens’, keukens zonder restaurant maar mét een Deliveroo samenwerking.

Andere trend in de wereld van de Foodservice blijkt de ‘verwinkeling’ te zijn. ‘Verwinkeling’ is een fenomeen waarbij retailers zich op het pad van de foodservice begeven. Jawel, ook de retailers wagen zich nu aan de take-away en de delivery van – ik citeer – ‘kwaliteitsmaaltijden aan lage prijzen’. De komst van de onbemande winkels in hotels is er een praktisch voorbeeld van. Onpersoonlijk, dat wel, maar wel zeer handig in Corona-tijd.

Ik vind beide fenomenen – ‘belevering’ en ‘verwinkeling’ -benauwelijk, in de zin van gevaarlijk. Als we minder op restaurant zullen blijven gaan – nu hebben we natuurlijk even geen keus maar het ziet er naar uit dat de sector van de ‘belevering’ zal blijven groeien ten nadele van het restaurantbezoek – zal de druk op de restaurateur om zijn klant nog meer dan vandaag een top beleving te geven alleen maar toenemen. De grote sterrenchefs zullen de vraag naar de hoge eisen wellicht overleven. De betaalbare fast casuals door hun focus op beleving aan lage prijzen ook. De doorsnee bistro zal het mes op de keel krijgen. Als hij zich niet – en daar krijgen we het moordende woord – professionaliseert – zal hij stilletjes verdwijnen. De term ‘professionalisering’ viel tijdens de drieëneenhalf uur voor het eerst toen over de cafés werd gesproken. Er zijn er teveel, werd gezegd. Ze hebben de witte kassa nog niet ontdekt. En ze zijn niet ‘professioneel’. Met andere woorden of zo interpreteer ik dat toch. De dorpscafeetjes moeten eruit. Ik werd bijna misselijk. Immers. Professionalisering gaat ten koste van charme. Altijd. Overal.

Het fenomeen van de ‘verwinkeling’ is zowaar een nog gevaarlijker trend dan de ‘belevering’. De ‘verwinkeling’ schakelt de foodservice helemaal uit. De retailers zijn al groot en machtig en kunnen vanuit hun positie aan minder dan laagste prijs producten aankopen. Als zij nu ook nog zelf gaan take-away en delivery gaan organiseren, schakelen zij de hele foodservice sector uit. Bye Bye Horecagroothandel. Bye Bye werkgelegenheid. Welkom aan de prijzenslag. Misschien bent u als consument wel blij met lage prijzen. Maar weet dat niemand voordeel haalt uit een laagste prijs die op termijn de economie niet ten goede komt.

Mijn iPad was met zijn belegering nog niet zo verkeerd.

77. Ik hou mijn hart vast voor de horeca

Een van mijn klanten zei me dat het openen van de horeca voor de feestdagen veiliger zou zijn voor de volksgezondheid dan ze gesloten te laten. Nu, je kan denken dat de mens voor zijn eigen winkel spreekt natuurlijk. Maar hij had een sterk argument om de horeca-haters te pareren.

‘Op restaurant hebben we tenminste zicht op hoe de klanten zich verenigingen en gedragen,’ zei hij. ‘Thuis kunnen ze een oudejaarsorgie organiseren. Geen haan die ernaar zal kraaien.’ (Tenzij je vergeten bent je buur uit te nodigen, die vervolgens in een vlaag van jaloezie de politie belt om jou een corona-boete te bezorgen. En misschien krijg je ook Corona er nog bovenop.) Je kan de man geen gebrek aan humor verwijten.

Wat er ook van zij. Wat de politici ook zullen beslissen. Het wordt een ramp. We lopen allemaal op de toppen van onze tenen. Net zoals deze zomer na de lockdown, zal er deze winter na de lockdown een explosie van opgekropte frustratie volgen. Of we zullen op restaurant gaan. Of we gaan thuis vieren en zorgen dat we voor de avondklok thuis zijn. Of we gaan thuis vieren en met zijn allen blijven slapen. En dan zit de man met zijn orgie er niet ver van af natuurlijk. Anyway, een post-internering feestje zal er zijn. Of dat nu op restaurant zal zijn of thuis. De politie zal de handen vol hebben met oudejaarsnacht. En daarna de zorg.

79. Zeg nooit zomaar rokje tegen een ‘skort’

Weekend! En dat wil zeggen dat Echtgenoot en mezelf er terug op uit trekken. Geen etentjes, geen weekendjes weg richting dichte of verre oorden. Nope. We gaan gewoon opnieuw een eindje stappen. GR5A route etappe 13 van Melsele naar … Antwerpen. Bericht aan ‘t Stad: here we come.

Mijn wandelrokje zal ik voor deze tocht – er staat 20 km op het programma – na 12 etappes uiteindelijk toch omwisselen voor een lange broek. Ik ben geplooid. In de tweede helft van november wordt het me toch iets te fris aan de blote benen.

Mijn rokje is trouwens geen rokje maar een Jack Wolfskin ‘skort’. Ik ben doorgaans geen merkenmens maar voor mijn ‘skort’ maak ik graag een uitzondering. Mijn ‘skort’ heeft een ingebouwde short en zit perfect. Het is licht, elastisch, vochtregulerend en is voorzien van een secret pocket om mijn bankkaart in weg te stoppen. (Zegt de omschrijving. Ik heb helemaal geen bankkaart bij op wandeling.) De ‘skort’ is speciaal ontworpen voor reizigers en wandelaars en ook een beetje voor avonturiers. Och, laat ons toch gewoon zeggen dat de ‘skort’ op mijn lijf geschreven is. Of voor mijn lijf gemaakt. Misschien zou ik het toch beter nog een keer aantrekken?

76. Grenspaal of fallussymbool?

Bezeten als we zijn door onze GR5A route hebben Echtgenoot en ik betaalde feestdag 11 november ingepalmd als extra wandeldag. Etappe 11 leidde ons van Vestingstad Hulst tot aan het Oost-Vlaamse dorp Meerdonk en zijn prachtige Saleghem Krekengebied, goed voor 19,5 km bossen, oude spoorwegen, dijken, kreken en velden.

De GR5A kronkelt rond het vroegere graafschap Vlaanderen, zigzaggend tussen België en Nederland. Dat heb ik jullie al verteld. De oversteek tussen het Nederlandse Clinge en het Belgische De Klinge op de Klingspoor-site wordt in de bossen gemarkeerd door grenspaal 277. Dat de grenspalen geplaatst zijn in 1843 heb ik ondertussen geleerd. Tussen de Noorderlijke en de Zuidelijke Nederlanden. Niet rondomrond ons Belgenlandje, zoals ik eerst dacht. Ze starten met nr. 1 in Vaals op het drielandenpunt en lopen tot nr. 369 bij ons in Het Zwin. Ze staan in dat grensgebied op werkelijk iedere hoek van de straat en in elk bospad, hebben we onderweg mogen vaststellen. En…’k weet niet hoor. Het zal mijn zieke – of mijn gezonde – geest zijn maar ik herken in die grenspalen ware fallussymbolen. Tekenen van mannelijke kracht en viriliteit. Even stoppen om te poseren bij elke grenspaal? Dat was gewoon onweerstaanbare drang. Echtgenoot en ik hadden trouwens ook onweerstaanbare drang om op het terras van de Oude Statie in De Klinge een Chimay te nuttigen. Of een cavaatje. Hélas. Corona. Maar we onthouden de plek wel voor een andere keer. Echtgenoot mocht wel eens op de trein. Nog zo’n… ?

Foto: bij 292 aan het Pereboomsgat in Moerbeke.

75. Nothing but…music. Over opvoeding, muziek en de combinatie van beide.

Kaderend binnen de opvoeding van onze kinderen hebben Echtgenoot en mezelve hen van jongsaf aan meegesleurd naar muziekoptredens en jumpings. Beide werden ze fan van de twee activiteiten. De een werd daarbij een beetje meer bezeten door de muziek, de andere door de paarden.

Zo komt het dat tot voor Corona je heel vaak Vader en Dochter tussen de paarden tegen het lijf kon lopen. Moeder en Zoon waren meer in de concertzalen te vinden. In de beginjaren troonde ik Zoon mee naar allerlei optredens die ik zelf wou zien en die hem naar mijn mening wat muziekgeschiedenis zouden bijbrengen. Op een bepaald moment vond Zoon dat Moeder wel wat hedendaagse muziek mocht leren kennen. En zo komt het dat ik voorbije jaren ‘enkele’ optredens heb mogen bijwonen van bands die ik van toeten noch blazen kende.

Een van de optredens die ik zo heb mogen meebeleven was die van Nothing but Thieves in de magische zaal Ancien Belgique. Ik was direct verknocht aan de zaal, aan de sound van de band en aan de stem van Conor Mason. Sindsdien vind je een beetje Nothing But Thieves terug op mijn Spotify Playlist. (Ja, zelfs dat heb ik ondertussen…)

De band heeft tijdens deze gekke Coronaperiode een nieuwe song uitgebracht. Can you afford to be an individual. Ik nodig je graag uit om mee te luisteren naar de maatschappijkritische megabeats van Nothing But Thieves in de versie van ons Stanny Rijckaert via onderstaande YouTube.

74. It’s veggie day today !

Nu ik al een goede vier jaar in de voedingssector werk, weet ik het wel. Gezond eten doe je met gezond verstand. Ik las vandaag nog een artikel in een vakblad Vlees+ dat uit onderzoek blijkt dat vleesbereidingen en vleesvervangers te veel zout bevatten. Tot zover dus de mythe dat vegan hamburgers per definitie gezond zijn.

Vleesvervangers waren al voor dit artikel niet aan mij besteed. Geef mij maar de real stuff. Toch lassen we thuis regelmatig een veggie day in. Vandaag stond een vegetarische quiche op het menu. Het recept was eenvoudiger dan eenvoudig. Paprika, broccoli, ajuin en look kort laten garen in de steamer. Terwijl champignons op smaak laten komen in het pannetje. Alles verspreiden in de taartvorm op ons uitgerolde bladerdeeg. Twee eitjes gemengd met een extra eidooier en 100ml lichte room erover. Nog wat Emmental erbovenop. En hup alles 30 minuten in de oven. We hebben geen kruimel overgelaten.